Mathis De Tollenaere (17) is een opvallende verschijning in de Belgische wielerwereld. De krachtpatser uit Assenede maakte afgelopen winter de overstap van Avia-Rudyco naar het Evolution Sprinting Team, onder de vleugels van coach Peter Mertens. Hij scherpt zijn pure snelheid aan met het oog op een internationale carrière als baansprinter. “Maar het is nog afwachten hoe ik het er straks op het WK in eigen land van af zal brengen.”


Liefde voor de piste
De overstap naar het specifieke sprintwerk kwam er na een opmerkelijke en toevallige test op piste in Gent, niet ver van zijn woonplaats Assenede. “Ik heb al wat ervaring op de piste”, steekt De Tollenaere direct van wal. “Ik ben als aspirant eens een testseizoen gaan doen tijdens een tweedaagse in Gent. Bij het finale sprintonderdeel zette ik een heel goede tijd neer in de kwalificatieronde. Iedereen was verbaasd over mijn snelle tijd als 12-jarige kerel. Dat heeft me toen wel getriggerd.”
De keuze voor de snelle nummers in het baanwielrennen vloeide logischerwijs voort uit zijn kwaliteiten. “Ik ben ervan overtuigd dat ik daar als pure sprinter en Keirinrijder veel meer ga bereiken dan op de weg”, klinkt het. “Op de weg ben ik wel begonnen toen ik 12 jaar was, maar dat was bijna gelijktijdig met die succesvolle pistetest. Ik heb uiteindelijk een vol seizoen op de weg gereden, maar ik voelde al snel dat ik simpelweg beter was op de baan.”
Het plezier en het gevoel van thuiskomen zijn cruciaal voor de motivatie van De Tollenaere. “Ik kan me enorm amuseren op de piste, omdat dat korte explosieve werk me gewoon maximaal ligt”, glundert het talent. “Mijn papa zei ooit tegen mij dat ik tijdens het wegseizoen op de piste ging trainen omdat mijn wegfiets bij de fietsenmaker stond. Toen ik daar binnenkwam, zei ik direct dat ik thuis was. Mijn papa vond dat fantastisch en zei achteraf dat hij dat moment eigenlijk had moeten filmen.”


Peter Mertens
De eisen van de sprint sluiten volgens de Oost-Vlaamse junior perfect aan bij zijn lichaam en zijn mentale ingesteldheid. “Het is voor mij vooral een mentale kwestie, maar zeker ook fysiek”, analyseert hij. “Op de piste moet je niet zo lang duurtrainingen doen en echt heel veel laten. Fysiek ben ik veel te zwaar voor de wegkoersen. Ik heb de Ronde van Vlaanderen een keer gereden, maar die mannen wegen pakweg 10 kilo minder dan ik. Op de allereerste beklimming lag ik er dan ook direct af. Logisch.”
Voor zijn verdere sportieve ontwikkeling sloot hij zich bewust aan bij een uniek sprintproject in het Belgische wielrennen. “Het Evolution Sprinting Team is een ploeg die zich specifiek op de sprint richt”, verduidelijkt hij zijn keuze. “We zitten continu op de piste en de hele groep bestaat uitsluitend uit pure sprinters, waaronder sterke jongens die uit de BMX-sport overkomen. Ook Zita Gheysens maakt deel uit van het team. Zij zette eveneens de succesvolle stap van de gewone baanonderdelen naar de explosieve sprint.”
De intensieve begeleiding krijgt vorm door de hechte samenwerking tussen zijn ervaren coach en zijn familie. “Peter Mertens coacht mij bijzonder goed en heeft me in korte tijd al enorm geholpen”, vertelt hij. “Soms is het een beetje hectisch, maar hij weet intussen bijna alles van mij. Mijn vader en Peter bellen bijna elke dag om alle nuttige informatie door te nemen. Ze komen qua mening heel goed overeen, dus als Peter of mijn vader iets in hun hoofd hebben, is het vrijwel altijd de juiste beslissing.”


Van EK naar WK
De nabije toekomst brengt nieuwe uitdagingen met zich mee op het allerhoogste niveau. “Ik verwacht in principe niet extreem veel van het komende WK in Heusden-Zolder, het is vooral afwachten omdat het mijn allereerste wereldkampioenschap is”, blikt De Tollenaere realistisch vooruit. “Natuurlijk ga ik mijn uiterste best doen om zo ver mogelijk te geraken tegen die wereldtoppers. Het wordt mijn 1e grote kampioenschap puur als sprinter en niet meer als fondrenner, want ik moest de definitieve keuze maken tussen de duuronderdelen en de sprint.”
Zijn prestaties op eerdere toernooien geven hem alvast het nodige vertrouwen voor de komende confrontaties. “Het EK ging redelijk goed volgens de mensen om me heen”, klinkt het kritisch maar tegelijk hoopvol. “Natuurlijk voelde ik dat ik op dat EK fysiek nog meer kon, maar het hangt ook altijd af van koers tot koers en van de specifieke wedstrijdsituatie. Als ik naar de absolute top kijk, spiegel ik me vooral aan Harrie Lavreysen en Matthew Richardson. Zij zitten nu redelijk veel in Japan voor de Keirin en dat zijn echt de wereldtoppers waar ik enorm naar opkijk.”
De weg naar de top moet een kwestie van geduld, rust en explosiviteit worden. “Als sprinter kan je moeilijk op voorhand je exacte progressie uitstippelen”, sluit hij zijn verhaal af. “Het draait om veel trainen, gezond eten, goed slapen en optimaal recupereren. Soms doe ik een week helemaal niets en de week erna train ik snoeihard. Want alles draait om explosieve en korte prikkels. Je moet als sprinter altijd luisteren naar je gevoel en je gedachten. Pas dan kan je alles op alles zetten op de momenten die er echt toe doen.”