De 17-jarige Aava Thomas uit Helsinki jaagt op onconventionele wijze haar wielerdroom na. De half-Australische, half-Finse renster trekt al enkele zomers met haar vader en een camper door Europa om te leren koersen waar de concurrentie het hevigst is. Sinds dit jaar komt ze op de weg uit voor het Nederlandse WSV De Peddelaars en wordt ze begeleid door Jens Dekker. Na een lange zoektocht via het veldrijden, tegenslag door gezondheidsproblemen en logistieke uitdagingen, vond ze deze zomer eindelijk haar draai en maakte ze onlangs haar UCI-debuut in het Franse Plouay.


Verlicht park
Aava Thomas (17) is een opvallende verschijning in het vrouwenpeloton bij de junioren. Er zijn niet veel Finse renners die in België koersen, maar zij ziet het als noodzaak. “In Finland is wielrennen maar een relatief kleine sport”, vertelt Thomas. “Voor een deel ligt dat aan het klimaat. De winters in Finland zijn ontzettend donker, behoorlijk koud en gaan gepaard met veel sneeuw. IJshockey is onze nationale sport, nog groter dan voetbal zelfs. En voetbal wordt bovendien voornamelijk op overdekte velden gespeeld.”
Vooral in de wintermaanden is het trainen daardoor een immense opgave. “Het is moeilijk om op de fiets te trainen als het al rond 3 uur ’s middags donker is in november”, zucht ze. “Je moet dan in een verlicht park eindeloos rondjes blijven rijden, of constant binnen op de rollen trainen. Dat is niet altijd even motiverend. Je kan wel gaan langlaufen, maar dat is niet hetzelfde. Ook het aantal wedstrijden in eigen land is niet heel erg hoog, evenals de deelnemersaantallen.”
“Zelf kon ik dit jaar helaas niet meedoen aan het nationaal kampioenschap vanwege een eerdere ziekte, maar er stonden daar toen maar 6 meisjes junioren aan de start”, klinkt het. “Toch houd ik bovenal van fietsen. Mijn vader heeft de sport zelf lange tijd actief gedaan, en ik heb het wielervirus echt volledig van hem overgekregen. Samen gaan we met de camper eerst 36 uur op de boot naar Duitsland. En dan rijden we naar Nederland of België voor de koers. Papa werkt dan vanuit de camper, terwijl ik train.”


Van cross naar piste
Om echt stappen te zetten, waagden Aava en haar vader Jordan net na corona de sprong naar West-Europa. “Alles was nieuw. Mijn vader heeft destijds lukraak een paar e-mails gestuurd naar een wielerpodcast die hij vaak luisterde”, legt de 17-jarige renster uit. “Op die manier heeft hij toen het een en ander geleerd over hoe de wedstrijden in Europa precies in elkaar steken. Reizen voor wedstrijden was voor ons gelukkig niet nieuw. Vaak namen we al de boot naar Estland, wat zo’n 2 uur verderop ligt, om daar te kunnen koersen.”
In eerste instantie zocht ze haar heil echter niet op het asfalt, maar in het veld. “Mijn 1e keer in België was in februari 2022, toen deed ik nog aan veldrijden”, blikt Thomas terug. “Ik reed toen wat kleinere wedstrijden, trainde in Koksijde en deed zelfs een keer een training mee met Jan Denuwelaere, Matteo de Clercq en Lore De Geest. Veldrijden was destijds echt mijn absolute passie. Ik vond het vooral erg leuk om die specifieke technische skills te ontwikkelen, zoals het springen over de balkjes.”
Uiteindelijk bleek de logistieke en technische drempel toch te hoog voor de renster uit Helsinki. “Het bleek na een paar jaar toch te moeilijk te zijn om het veldrijden vanuit Finland te blijven doen”, geeft ze toe. “Je hebt qua techniek al snel een enorme achterstand op de rest. Vorig jaar ben ik daarom definitief overgestapt naar de piste. In die discipline hoop ik straks het EK te kunnen rijden, maar de uiteindelijke plaatsing daarvoor zal niet eenvoudig zijn.”


[ONTDEK ONZE PAGINA FIETSVACATURES]
UCI-debuut
Deze zomer ging haar aandacht vooral uit naar haar wegcampagne. “Op de weg ben ik altijd wel actief gebleven sinds de jeugd”, stelt Thomas. “In mijn eerste jaren reed ik vooral kermiskoersen en meerdaagses zoals de Tour de Junior en de EJCA in Assen. Na een aantal erg leuke jaren bij de ploeg van Restore ben ik dit jaar overgestapt naar De Peddelaars. Vorig jaar had ik helaas lange tijd last van aanhoudende gezondheidsproblemen. Ik heb toen 5 maanden lang amper kunnen fietsen, en ook dit seizoen gooide ziekte aanvankelijk flink roet in het eten.”
Dankzij de samenwerking met trainer Jens Dekker heeft ze inmiddels de wind weer in de zeilen. “Ik heb mijn eerste geplande wedstrijden in Europa moeten afzeggen en in plaats daarvan hard getraind in Zwitserland en Duitsland”, vervolgt ze. “Ik word momenteel gecoacht door Jens Dekker en het klikt bijzonder goed tussen ons. Ik heb daardoor een uiterst plezante zomer gehad. Ik keerde terug in competitie tijdens de Vermarc 2-daagse, en kon het peloton goed bijhouden.”
Haar vuurdoop beleefde ze onlangs tijdens haar UCI-debuut op het loodzware parcours van de GP de Plouay. “Dat was een bijzonder waardevolle ervaring voor mij”, sluit ze trots af. “Het parcours met al dat klimwerk en het hoge tempo was ontzettend zwaar. Ik heb ontdekt dat ik echt op mijn best moet zijn om die power aan te kunnen. Ik miste net wat procentjes na een lange zomer. Zo lang op pad zijn in de camper weegt uiteindelijk wel door. Tussendoor probeer ik ook nog te studeren, want ik volg online onderwijs aan een speciale topsportschool. Toch was ik niet ontevreden. Ik sluit mijn seizoen af met de Toekomstcup op de piste van Apeldoorn dit weekend. Nog een keer alles geven!”

