
Elisa Serné (24) zoekt de laatste tijd steeds vaker het avontuur op. De Nederlandse reed de voorbije jaren voor KDM-Pack en ontdekt nu in de kleuren van ‘Foodmaker x Gravelking’ de unieke charme van het gravelen. Dit naast haar vertrouwde wegprogramma. “Maar ik heb me goed ontwikkeld als gravelrenster en dat smaakt naar meer”, klinkt het. Bovendien zoekt ze nog een ploeg voor 2027.


Nieuwe passie
Serné begon een paar jaar geleden met gravelen om haar trainingen op de weg aan te vullen. “De gravelkoersjes in Nederland lijken vaak nog best wel op een wegkoers”, vertelt ze. “Maar toen ik ook in het buitenland ben gaan gravelen, merkte ik het verschil. Het is echt een andere tak van de wielersport. De ervaring op onverharde wegen heeft ook een grote invloed op mijn prestaties tijdens wegwedstrijden. Het effect van gravel op hoe ik op de weg koers is vooral de hardheid. Zo kapot als je in een gravelkoers gaat, is zelden aan de orde in een wegkoers. Het geeft me veel vertrouwen voor zware wegwedstrijden. Die liggen me nu beter dan voorheen.”
Voor Serné biedt het gravel een perfecte combinatie van uitdaging, vrijheid en puur plezier. “Het voordeel van gravel is dat je meer in eigen hand hebt”, zegt Serné met een glimlach. “Vaak zijn de koersen zo slopend dat iedereen wel op zijn plek terechtkomt. Maar ook de sfeer is een stuk relaxter. Bovendien ontmoet je nieuwe mensen en culturen. Zeker de wedstrijden in het buitenland geven me echt de mogelijkheid om te genieten van de natuur. Bovendien kan ik zo heel gemakkelijk nieuwe wegen ontdekken. Ook in de andere wielerdisciplines heb ik nog altijd veel plezier. Maar de combinatie maakt dat ik weg en gravel nog meer kan waarderen.”


Improviseren en schakelen
De onvoorspelbaarheid van de onverharde paden vraagt wel om een specifieke mentale voorbereiding. “Ik ga er altijd onbevangen in”, geeft Serné toe. “Ik vind het juist leuk om te improviseren en te reageren op hoe de koers loopt. Dat maakt het spelletje zo leuk. Dat er geen vastomlijnd tactisch plan is, maakt de wedstrijden extra dynamisch en spannend. Op de weg weet je tijdens de koers al beter hoe het loopt. Dat helpt voor het maken van een plan voor de finale.”
“In het gravel weet je niet altijd wat er komt. Dat maakt het juist leuk. Zeker aangezien het voor iedereen geldt. Tegelijkertijd hebben we wel vaak de mogelijkheid om de finale te verkennen. Ook het parcours van het EK heb ik de dagen ervoor gereden. Maar juist die flexibiliteit in de koers is heel erg nodig. Het schakelen naar aanleiding van wat er gebeurt, maakt het juist leuk!”
Haar jarenlange ervaring op de weg levert haar wel voordelen op. “Mijn tactisch vermogen vanuit het wegwielrennen komt goed van pas tijdens het gravel”, analyseert Serné. “Ook ben ik technisch goed op de weg. Juist van bochtjes en technische afdalingen kan ik echt genieten. Die skills helpen zeker ook bij het gravelen. Fysiek heb ik veel voordeel van mijn VO2max-capaciteiten. Want die zijn cruciaal in het wegwielrennen. In het gravel helpt het me ook enorm met reageren op aanvallen en punchy klimmetjes.”


[ONTDEK ONZE PAGINA FIETSVACATURES]
Balanceren
Toch moest Serné in het begin ook flink wennen aan de fysieke belasting van het gravelen. “Ik merkte vooral in het begin dat ik hardheid miste”, geeft ze toe. “5 uur lang afzien was nieuw voor me, zowel mentaal als fysiek. Dat is wel echt even schakelen. In mijn hart ben ik toch nog meer een wegwielrenster”, bekent Serné. “Dus op dit moment zou ik kiezen voor een belangrijke wegkoers. Dat komt vooral doordat het wegwielrennen een rijke historie heeft. Bovendien ben ik zelf ook zo begonnen.”
De toekomst ligt nog open, maar het onverharde pad zal zeker een grote rol blijven spelen in haar loopbaan. “Het is begonnen als een ontdekking en een aanvulling van mijn wegprogramma”, besluit de ambitieuze renster. “Maar hoe ik me het afgelopen jaar heb ontwikkeld, smaakt wel naar meer. Voor volgend jaar heb ik nog geen wegploeg. Dus wellicht gaat het gravelen toch nog een groter hoofdstuk worden. Al kan ik zeker nog geen afscheid nemen van het wegwielrennen. Dus vooralsnog wil ik het blijven combineren.”

