
Een wielrenner smijt zich helemaal voor zijn sport. Trainingen, voeding, de wedstrijden zelf. Hun hele leven staat in het teken van de koers. Maar wat wat als dat plotseling allemaal wegvalt? Lars van den Berg moest begin 2025 stoppen met een hartproblemen en vertelt ons hoe hij het leven na zijn carrière leidt.


Gedwongen pensioen
Je fiets plots aan de haak moeten hangen, kan zwaar binnenkomen voor een profwielrenner. Lars van den Berg moest na hartproblemen per direct stoppen. Van den Berg reed in 2025 nog voor het Franse Groupama-FDJ en was toen amper 26. Een jaar eerder, in 2024, verloor de Nederlander zijn bewustzijn in de Franse koers Faun Ardèche Classic met een val tot gevolg.
In het ziekenhuis ontdekten dokters een ontsteking die voor littekenweefsel had gezorgd, wat kan leiden tot hartritmestoornissen. Het advies: stoppen met koersen! Het bevel van de dokters kwam bij Van den Berg hard aan. “Het was heel moeilijk om te horen. Ik had gehoopt nog 10 jaar beroepswielrenner te zijn. Plots moet je stoppen op je 26e. Dat is natuurlijk niet de leeftijd waarop ik had gehoopt te moeten stoppen. Ik had er veel moeite mee”, bekent hij.
Toch had de Nederlander geen ellenlang verwerkingsproces nodig. “De andere kant is dat je door moet met je leven. Gelukkig heb ik dingen gevonden waar ik graag mee bezig ben. Op dat vlak ben ik wel blij, maar uiteraard had ik nog langer wielrenner willen zijn.”



Beyond The KOM
Van den Berg heeft een jaar na zijn pensioen wel weer ritme in zijn leven. Dat komt deels door zijn rol als commentator bij Eurosport, vaak aan de zijde van Sander Kleikers. “Toen ik zelf nog koerste, gaf ik al commentaar bij Eurosport”, vertelt hij. “Dat heeft zeker geholpen om verder te gaan. Op die manier blijf ik betrokken bij de sport. Het bevalt me echt goed. Zondag mag ik alweer commentaar geven bij het WK Gravel, dat zijn leuke dingen om te doen.”
Maar ook naast zijn werk bij Eurosport zit hij niet stil. Van den Berg zette samen met zijn voormalig ploegmaat Ramon Sinkeldam de podcast ‘Beyond The KOM’ op. “Daar hebben we het normaal redelijk druk mee”, klinkt het. “Buiten de podcast maken we ook YouTube-video’s onder dezelfde naam. Ik vind het leuk om op deze manier bezig te zijn met wielrennen. We bespreken telkens de koersen van de afgelopen of blikken vooruit op de aankomende week. Vanuit onze blik als oud-wielrenners”, aldus de Nederlander.
Sinds dit jaar heeft Beyond the KOM ook een gravelteam, met Sinkeldam, Ivar Slik en Lars Loohuis. Zelf koerst Van den Berg logischerwijs niet mee. “Ik ben blij dat ik überhaupt nog kan fietsen”, beseft hij. “Ik ben onvrijwillig gestopt vanwege mijn hart. Daardoor kriebelt het niet als anderen koersen, want ik weet dat het toch niet mogelijk is. Als het rustig is, mag het nog wel. Op die manier probeer ik toch regelmatig nog een rondje te rijden.”


[ONTDEK ONZE PAGINA FIETSVACATURES]
180 gram koolhydraten
Zijn jongere broer Marijn van den Berg koerst ook nog voor het Amerikaanse EF Education-EasyPost. Daardoor blijft hij de ontwikkelingen in de koers ook van dichtbij ervaren. “Je ziet de ontwikkelingen van veel jonge renners die doorgroeien, zoals een Seixas. Dat is opvallend, vind ik. Ook op vlak van voeding, blijft het snel gaan. Toen ik 2 jaar geleden stopte, nam ik 100 gram koolhydraten per uur in. Nu hoor ik Michael Matthews zeggen dat hij op het WK tussen de 160 en 180 gram per uur zat. Aan alle kanten ontwikkelt de sport zich razendsnel”, vindt Van den Berg.
Nu hij zelf een stap terugzette uit het peloton, ziet Van den Berg ook een andere kant van de koers. “Ik merk het gevaar nu pas echt op. Renners vallen best veel én ze vallen hard. Ik zit zelfs met dichtgeknepen billen naar de sprint van mijn broer te kijken. Dat had ik vroeger al, maar toch. Je hebt er zelf geen invloed op, dat maakt het erger. Ik had er minder moeite mee toen ik zelf nog in het peloton meereed.”
Een specifiek doel voor de komende jaren heeft Van den Berg niet voor ogen. “Voorlopig probeer ik de podcast verder te maken, als ik partners vind om door te kunnen gaan. Video’s wil ik ook blijven maken. Maar daarnaast wil ik ook de tijd nemen om mezelf weer te ontwikkelen en misschien net weer iets heel anders te gaan doen. Wat kan ik nog meer? Wat vind ik nog leuk om te doen? Er is nog niets concreet gepland, maar ik houd mijn ogen open.”

