Tom Simpson groeide op als zoon van een mijnwerker in het Noord-Engelse Durham. Met zijn sportieve genen stortte hij zich samen met zijn broer Harry op de koers. In 1959, op zijn 21e, verhuisde hij zelfs definitief naar het vaste continent. Zijn opleiding tot technisch tekenaar zat er dan al op. Zijn nieuwe bestemming was het Bretoense Saint-Brieuc, waar hij de Ierse broers Robert en Yvon Murphy vervoegde om de kneepjes van het vak te leren.

Bijna 2 jaar later won Simpson de Ronde van Vlaanderen en het jaar daarop verhuisde hij samen met zijn vrouw Helen naar Gent, veel evidenter om te trainen dan hartje Parijs. Hij werd in België populairder dan Van Looy en De Vlaeminck. Simpson won in ’63 Bordeaux-Parijs en reed diezelfde avond nog naar Gent om zijn kersverse dochter Joanne – die nu nog steeds in Destelbergen woont – te gaan begroeten. Een jaar later schreef hij Milaan-Sanremo op zijn palmares en nog een jaar later werd hij als een gebroken man wereldkampioen in San Sebastián, waar hij Rudi Altig klopte in de sprint.



Vandaag is het incident precies 50 jaar geleden. Simpson werd in juni al geëerd met een Memorial Tom Simpson – in aanwezigheid van zijn dochter Joanne en iconen Eddy Merckx en Raymond Poulidor. In de Tour komt er geen herdenking, wegens geen Ventoux in het parcours dit jaar. Maar hoe dan ook kunt u alles over Tom Simpson te weten komen in het boek van Wim De Bock en Mark Vanlombeek dat eerder dit jaar werd voorgesteld: “De legende leeft voort: Major Tom Simpson, 1937-1967”. Een uitgave van Borgerhoff & Lamberigts.