Het is al een fors seizoen geweest voor Senna Remijn, 1 van de Nederlandse sterkhouders van Acrog-Tormans. De ene na de andere ereplaats stapelt zich op en met een ritzege in de Eroica Juniores Nations Cup de voorbije week zette hij ook een overwinning op zijn seizoenspalmares. Best knap voor een kerel die in het crossseizoen hetzelfde deed, met name grossieren in overwinningen en podiumplekken.


Prestatiekanon
Senna Remijn maakt naam, zowel in de winter als in het voorjaar. De resultaten liegen niet. De voorbije winter won de 2e jaars junior 7 keer. Op 18 veldritten eindigde hij maar 3 keer buiten de top 10. Dat niveau trok hij naadloos verder tijdens de voorbije maanden op de weg. Op 10 wedstrijden zat hij opnieuw 6 keer bij de eerste 10 van de dag. Voor een overwinning moest hij wachten tot vorige week, toen hij richting Castiglione della Pescaia naar de zege reed in de openingsrit in lijn in de Eroica Juniores Nations Cup. Zo mogelijk een nog straffere prestatie.
“We hebben als nationale ploeg een prima koers gereden”, vertelt de Nederlander die al enkele jaren voor Acrog-Tormans uitkomt. “De ploegentijdrit was misschien iets minder, omdat we op de klim moesten temporiseren om met voldoende volk aan de meet te komen. We werden alsnog 4e met het Nederlandse team. De 2e etappe kon ik winnen, toen we op de gravelstroken wegreden. Was echt top.”
In rit 3 lag Remijn andermaal op vinkenslag, maar lukte het net niet. “De ploeg zou de lead-out doen voor mij in de spurt, maar toen Job Nievelstein lek reed, schoot er met Joeri Schaper nog maar 1 teamgenoot over. Hij brandde zich helemaal op om het gat op de vluchter te dichten, terwijl ik van te ver moest komen in de spurt. Dat was niet goed. 3e is niet slecht, maar dat had beter gemoeten. Uiteindelijk werd ik 7e in het eindklassement. Door de geneutraliseerde rit naar Montevarchi (wegens slechte weersomstandigheden, red) kon ik jammer genoeg niet meer oprukken.”



Kasseien
Remijn heeft het voor kasseien, dat moet gezegd. De resultaten spreken voor zich. In Nokere Koerse werd hij 12e en in Parijs-Roubaix 13e. De absolute uitschieter was zijn 2e plek in de Pévèle Classic, waar hij met winnaar Jasper Schoofs en 3e man Joeri Schaper het hele podium bezette met het Acrog-Tormans-team.
“Hoewel 13e in Parijs-Roubaix niet slecht is, is het ook niet geweldig”, vindt het 18-jarige talent. “Ik was gekomen om te winnen of podium te rijden, zeker als 2e jaars junior. Ik knapte wat werk op voor ploeggenoten en reed ook lek op Mons-en-Pévèle. Toen kon ik het wel schudden. De benen waren nochtans goed. Nu, mijn uitslagen op de kasseiklassiekers verraden inderdaad wel mijn ambitie. Ik wil in de toekomst uitblinken in koersen als Parijs-Roubaix en de Ronde van Vlaanderen. Komend weekend rijd ik de E3 Saxo Classic en ik hoop ook de selectie voor de Ronde van Vlaanderen te halen. De selecties zijn nog niet bekend, maar ik sta klaar.”
“Of ik met mijn crosscapaciteiten in de wieg gelegd ben voor kasseikoersen? Dat kan uiteraard. Wat sowieso het geval is: ik heb ondanks de drukke winter toch enkele wedstrijden overgeslagen met het oog op het wegseizoen. Ik wilde meteen doortrekken. Over die winter ben ik echt wel tevreden, behalve dan over mijn prestaties op de kampioenschappen. Op het EK viel ik bij de start en de dagen voor het WK zat ik aan de antibiotica. Jammer, maar het is zo.”



Alpecin
Een talent dat scoort hoeft tegenwoordig niet lang te wachten op een profcontract of een transfer naar een development team. Ook Remijn niet, die al tekende bij het Alpecin-Deceuninck Development Team voor 2025 en 2026. Straf, zo vroeg op het seizoen.
“Tja, waarom moest ik nog wachten”, zegt de jonge knaap vastberaden. “Alle ploegen die me interesseerden hadden bij mij en mijn manager geïnformeerd. Daar zaten onder meer Alpecin, Intermarché en Visma | Lease a Bike bij, topploegen om mee in zee te gaan. Nu, Visma viel vrij snel af, omdat ze me maar enkele crossen per winter wilden laten rijden. Ze hadden enkel interesse in de wegrenner Remijn. Dat stond me niet aan, omdat ik zeker nog enkele winters de combinatie tussen de weg en het veld wil maken.”
“En zo kwam ik uiteindelijk bij het Alpecin-Deceuninck Development Team uit”, gaat Remijn het traject na. “Zij beschikken over veel knowhow wat die combinatie betreft en ze geven me die kans. Na elk wegseizoen snak ik naar de cross en na een winter in het veld wil ik de weg op. Dat gevoel wil ik zo lang mogelijk behouden.”
