Als Remco Evenepoel, Wout van Aert of Lotte Kopecky op 27 juli 2024 naar Olympisch eremetaal vlammen, is dat deels het resultaat van de hoogtechnologische aanpak in de laboratoria van Bioracer. De Limburgse producent van fietskledij had voor deze Spelen een samenwerking opgezet met het BOIC en kloonde de 3 Belgische tijdrittoppers. “We hebben de poppen van Remco, Wout en Lotte in onze windtunnel gezet. Om zo het ideale tijdritpak te maken”, vertelt Jelmer Jacobs van Bioracer.


Tony Martin en Filippo Ganna
Terwijl Evenepoel, Van Aert en Kopecky aan de slag waren in Frankrijk en Italië, moesten de gekloonde versies aan de bak in de windtunnel van Bike Valley in Beringen. Op vraag van het BOIC heeft Bioracer er een project opgezet om de tijdritpakken voor Olympische Spelen in Parijs te optimaliseren. Het is geen nieuw project, want Bioracer is al jaren leverancier van de fietskledij van de Belgische wielrenners.
“Klopt, maar we proberen onze pakken elke 4 jaar te verbeteren”, zegt Jelmer Jacobs, performance manager speedwear bij Bioracer. “Het project voor Parijs is al vorig jaar gestart. Tijdens het WK in Glasgow moesten de baanwielrenners UCI-geregistreerde pakken dragen. De Belgische pistiers hebben verschillende pakken getest tijdens dat WK. Daarmee zijn we dan aan de slag gegaan om het ideale tijdritpak te ontwikkelen.”
Bioracer heeft intussen heel wat expertise opgebouwd rond het produceren van tijdritpakken. Het bedrijf legde jaren geleden al de basis toen het de tijdritpakken voor Tony Martin ontwikkelde. Ook van de Duitser ligt er nog een gekloonde pop in de magazijnen in Tessenderlo. “Ons basismodel is het Speedmasterpak. Dat is ook gebruikt bij de werelduurrecordpoging van Filippo Ganna. We bouwen telkens verder op dit model. Het pak is gemaakt van een heel lichte stof. Perfect in de snelheidszones van gemiddeld 55 km/uur. Dat is de zone waarin we in Parijs het verschil willen maken bij de mannen. De vrouwen zitten daar net iets onder. Maar ook voor hen leveren we maatwerk.”



Korte en lange mouwen
Maatwerk mag je bij de ontwikkeling van het tijdritpak erg breed zien. Dat gaat over type van de stof, de combinatie van stoffen, het patroon, de koeling en het type van zeem. “En de persoonlijke voorkeur van de renners zelf”, beklemtoont Jacobs. “Dat is ook heel belangrijk. We kunnen wel proberen om een perfect pak te maken, maar de renner moet er zich ook goed in voelen.”
Zo goed dat het pak het verschil kan maken in de tijdrit? “Absoluut. Als we spreken over een tijdrit van een 40-tal km, dan kan ons pak een seconde per km goedmaken. Dat betekent ongeveer een halve minuut over de gehele afstand. De bewijzen zijn er. We leveren pakken voor verschillende ploegen. Renners die met ons speciale pak rijden, doen het duidelijk sneller dan collega’s met een klassiek pak””, aldus Jacobs.”, klinkt het zelfverzekerd.
De pakken die Remco Evenepoel, Wout van Aert en Lotte Kopecky in Parijs dragen, zijn gebaseerd op hetzelfde model. Toch verschillen ze per renner/renster. “Omdat Remco en Wout in dezelfde snelheidszone rijden, zijn de verschillen miniem. Wout rijdt met lange mouwen, terwijl Remco de voorkeur geeft aan korte mouwen. Dat heeft te maken met de positie van de onderarmen. Bij Wout pakten die meer wind, waardoor een lange mouw aangeraden is. Omdat Remco sowieso al in een ideale positie rijdt, kan hij het doen met een korte mouw. Waar trouwens zijn voorkeur ook naar toe gaat.”











Andere textuur voor Kopecky
Ook Lotte Kopecky kreeg een pak op maat. “In haar geval hebben we voor een iets andere stof gekozen”, duidt Jelmer Jacobs. “Minder stug dan bij de mannen. In haar broek is er bijvoorbeeld meer lycra verwerkt. Ze voelt zich daar beter bij. Bij Lotte ging er ook veel aandacht naar haar rug. Ze heeft een iets bollere rug. We hebben voor haar getest met stoffen met en zonder textuur. Ook weer om de perfecte situatie te krijgen.”
“Ook in het type van zeem zijn er verschillen. Remco wilde een zeem met extra grip aan de buitenkant van de broek. Dat verbetert zijn positie op de fiets. Wout koos voor een eerder klassiek zeem. En Lotte wil een dun zeem. Ze is dat gewend vanop de piste.”
Afspraak zaterdag 27 juli 2024 in hartje Parijs!


