Op het lijf geschreven van Tadej Pogačar of haalbaar voor Mathieu van der Poel? Een WK voor klimmers of voor klassieke renners? Een briljant uitgetekende route of een gevaarlijk bochtenspel? De meningen over het WK-parcours in Zürich blijven verdeeld. Tijd om zelf op verkenning te gaan en ons eerlijke oordeel te geven. En dan wijst de conclusie toch in de richting van Slovenië.


Zoals de Eyserbosweg
De eerste 5 km van het parcours zijn de belangrijkste voor de supporters. De mooiste kiekjes kan je immers maken aan de Limmat (de rivier die begint bij het Meer van Zürich) waarover de renners 2 keer rijden. De sfeer zal dit weekend het meest kolkend zijn op de Zürichbergstrasse, kortweg aangeduid met de Bergstrasse. Al op vrijdag zagen we supportersdorpen met een Duitse camper en de enthousiaste fanclub van Alec Segaert die prominent aanwezig was.
De Bergstrasse is een behoorlijk onding dat begint met een bocht van meer dan 90 graden naar links, ongeveer 2 km na de start. Eerst gaat het nog geleidelijk aan omhoog, maar de klim wordt steeds steiler en de werkelijke helling is net geen kilometer aan 8%. Onderweg vinden we knikjes tot 19%, waar het binnenblad absoluut nodig is. Het doet een beetje denken aan de Eyserbosweg in de Amstel Gold Race, zowel qua lengte als qua moeilijkheidsgraad.
Aan de top van deze Bergstrasse, waar we onder meer uitgelaten Scandinaviërs en héél veel Belgen spotten, gaat het naar rechts. Maar een echte afdaling volgt er niet. Wel gaat het zo’n anderhalve km gestaag naar beneden, maar dan volgt al de lange beklimming van Klusplatz naar Witikon. 2,63 km gaat het omhoog aan gemiddeld 5,3% met andermaal pieken tot 10%. Aan het Nederlandse fandorp is het ergste achter de rug.







Middenstuk
Opgeteld ben je hier ongeveer 6 km aan het klimmen. Het is geen klassieke Alpencol, maar wel een stevige beklimming die in niets te vergelijken valt met de WK’s in pakweg Leuven of Glasgow. Daar was het telkens op en neer, zonder een lange beklimming. Toch scoren de beste renners op het gehele stuk een gemiddelde van 38,8 km/u. Met dank aan de afdaling. Wat een vertekenend beeld geeft van de werkelijke lastigheidsgraad. Miguel Heidemann reed hier tijdens de Mixed Relay voorlopig de beste tijd van iedereen.
Nee, op een afdaling moeten de renners hierna niet meteen rekenen. Het blijft gezapig op en neer lopen, met een passage door de bevoorradingszone en klimmen tot aan Zumikon. Pas vanaf daar gaat het enigszins bergaf. We zagen in dit gedeelte bij de beloften Jan Christen lange tijd vechten voor een habbekrats. Het is ondankbaar voor de eenzame vluchter, want als de wind vrij spel heeft, ben je hier alleen toch gewoon in het nadeel.
De afdaling is niets voor angsthazen. Tijdens de verkenning in regenachtige omstandigheden komt Tom Pidcock ons voorbij gesneld. Een goed wiel om te volgen, zo schiet ons te binnen, maar in de 1e bocht raken we de stootkussens en beseffen we – zeker gezien de recente gebeurtenissen – dat het beter is om op ‘safe’ te spelen. Wie hier risico’s neemt, kan seconden winnen, maar riskeert eveneens om definitief uitgeschakeld te worden. Als dat maar droog blijft dit weekend.



Goudkust
Vervolgens gaat het parcours naar de Goudkust, de bijzonder prestigieuze naam die de oostkant van het Meer van Zürich gekregen heeft. Bij het plekje Küssnacht denken de Belgen natuurlijk spontaan aan het auto-ongeval in 1935 waarbij Koningin Astrid om het leven kwam. Laat het alsjeblieft geen voorbode zijn voor de wedstrijden dit weekend. Af en toe wacht er overigens nog een steile strook waar een finale inspanning niet uitgesloten is. Op 1 van deze stroken plaatste Niklas Behrens zijn beslissende versnelling richting wereldtitel bij de beloften. Je kan hier dus wel degelijk het verschil maken.
De laatste kilometers lopen eerst gestaag bergaf en vervolgens vlak naar de meet. Naast het Meer is het genieten van het uitzicht maar ook reikhalzend uitkijken naar de aankomst. Wie het verschil wil maken, draait hier het grote verzet en knalt naar de eindstreep. Een voorsprong van 10 seconden blijft speelbaar, maar meer moet het ook niet worden. Op zich heeft de solist in de laatste 10 km veel kans om voorop te blijven.
Hoe zit het dan met dat WK-parcours? Het is meer Innsbruck (Valverde in 2018) dan Salzburg (Bettini in 2006) en als het regent valt het best wel te vergelijken met Yorkshire in 2019 (Pedersen). Daar was Mathieu van der Poel tot zijn hongerklop in een begenadigde dag. Toch voelt de optelsom aan als een parcours voor klimmers. Opgeteld met de technische afdalingen en de vele hellende stroken is dit gewoon een parcours voor de absolute alleskunners. Het is toch vooral de naam van de Sloveen die door onze hoofden flitst. In een goede dag is dit alles wat hij nodig heeft.


