WielerVerhaal
  • Disciplines
    • Weg
    • Veld
    • Gravel
    • Mountainbike
    • Baan
    • Para Cycling
    • Vrouwen
    • Mannen
  • Routes en hellingen
    • WielerVerhaal Fietsroutes
    • GPX Fietsroutes
    • Cols en Hellingen
  • Materiaal
    • Materiaal
    • Reviews
  • Nieuwsbrief
  • Leestips
  • Fotospecials
  • Extra
    • Blik onder de motorkap
    • WielerVerhaal Giveaway Winnaars
    • WielerVerhaal team
    • Boekenshop
    • Contact

Beste Fietscontentplatform 2025 – België

WielerVerhaal

Meer resultaten...

Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Post Type Selectors
WielerVerhaal
  • Disciplines
    • Weg
    • Veld
    • Gravel
    • Mountainbike
    • Baan
    • Para Cycling
    • Vrouwen
    • Mannen
  • Routes en hellingen
    • WielerVerhaal Fietsroutes
    • GPX Fietsroutes
    • Cols en Hellingen
  • Materiaal
    • Materiaal
    • Reviews
  • Nieuwsbrief
  • Leestips
  • Fotospecials
  • Extra
    • Blik onder de motorkap
    • WielerVerhaal Giveaway Winnaars
    • WielerVerhaal team
    • Boekenshop
    • Contact
  • Baanwielrennen
  • België
  • Elite
  • Mannen
  • Piste
  • Blaarmeersen
  • Kuipke
  • Marcel Rijckaert
  • WTC De Zondagsrijders

WTC De Zondagsrijders: de enige wielertoeristenclub die nooit buiten op de weg of in het veld rijdt

  • Alex Polfliet
  • december 1, 2024
  • 3 minute read

Vlaanderen kent vele honderden wielertoeristenclubs. Maar ‘De Zondagsrijders’ is wel een buitenbeentje, want… ze fietsen binnen! Jawel, het is de enige wielerclub wiens ritten exclusief op de wielerbaan plaatsvinden. En anders dan bij de meeste wielerclubs fietsen zij enkel in de winter. De club fietst momenteel zijn 25e seizoen bijeen.

Foto: Alex Polfliet.

De kaping van ’t Kuipke

In het grote geschiedenisboek van de club staat 22 oktober 2000 als geboortedatum: de allereerste officiële rit in ’t Kuipke. De oprichting betekende de formalisering van een los verband van wielertoeristen die op zondagvoormiddag op de toen al oude piste in het Citadelpark rondjes draaiden. De toenmalige mecanicien Marcel Rijckaert deed oogluikend de deuren van ‘t Kuipke open en verhuurde wat pistefietsen.

Maar officieel was het allemaal niet, laat staan dat er enige verantwoordelijkheid werd opgenomen. Na een tijdje kwam dit ter ore van de toenmalige verantwoordelijke Tom De Wilde. Die wilde (pun intended) eerst paal en perk stellen aan de illegale kaping van de piste, maar bezweek finaal onder de bede van Philippe en Marnic Lobbens en Wim Gernaey. Op voorwaarde dat ze zich organiseerden, een ledenlijst voorlegden én een verzekering namen, mocht de piste verder worden gebruikt. Dat was meteen een succes: de club telde al snel een paar tientallen leden.

Niet dat daarmee de zaak beslecht was: er was onduidelijkheid over de eigendomsstructuur en de uitbater van de piste, of wie er het aanspreekpunt van was. Ook was er kritiek van de echte renners en wielerploegen: dat zootje ongeregeld komt wat in de weg rijden! Dat leidde tot rondjes draaien rond de vergadertafel, eerder dan op de houten wielerbaan. Finaal werd de vrede afgekocht: de Zondagsrijders ‘huurden’ de piste tegen betaling.

Langste verplaatsing: naar de Blaarmeersen

Met een pistefiets is het onmogelijk, maar qua vergaderen werd er rond 2005 een versnelling hoger geschakeld. Op een andere plek in Gent, ter hoogte van de Blaarmeersen, was men begonnen aan de bouw van een nieuwe wielerbaan, het Vlaams Wielercentrum Eddy Merckx. Dit onder impuls van Ronnie Keisse, ex-renner en vader van Iljo. De Zondagsrijders overlegden met Bloso, het huidige Sport Vlaanderen, om een plaatsje in de weekkalender te krijgen. Dankzij de medewerking van Alexis De Clercq, toenmalig directeur van BLOSO, konden de Zondagsrijders eind februari 2006 verhuizen van ’t Kuipke naar de Blaarmeersen.

In het begin had enkel de baan zelf een overkapping, het middenplein niet. In de winter was het er koud, bij regenvlagen werd de piste toch nat en glad en er huisden duiven onder het dak die schijt hadden aan fietsers. Vergeef ons deze excrementale expressie, maar de woordspeling was te leuk om te laten liggen. Pas later zou de baan helemaal overdekt worden, waardoor het aangenamer fietsen werd. DJ Marcel – recent opgevolgd door Chantal – zorgt voor ritmeonderhoudende muziek.

De naam van de club moet men vooral letterlijk nemen: ze rijden op zondag. De figuurlijke onderliggende laag getuigt van valse bescheidenheid. Want de leden zijn stuk voor stuk fanatici die ook buiten de piste véél fietsen, technisch onderlegd zijn én voldoende gedisciplineerd. Het bestuur waakt erover dat iedereen zich aan de regels houdt: niet links voorbijsteken, niet ‘in een gat duiken’, niet ‘kwakken’ en wanneer men even op de trappers wil dansen, eerst teken doen aan de achterliggende renner. Helaas gebeurt er toch héél af en toe een valpartij: 2 seizoenen geleden liepen enkele fietsers flinke breuken op bij een massale tuimelperte.

Niet recht blijven is de boodschap

Spontaan vormen er zich elke zondag 3 pelotons: de snelle, de snellere en de snelste. Want met respectievelijk 35, 38 en 41 km/u gemiddeld kan men bezwaarlijk van ‘traag’ spreken. Op de piste wordt er – aan die snelheden – niet veel gekeuveld. Vandaar dat het bestuur af en toe voor wat sociale randactiviteiten zorgt met onder meer een jaarlijks familieontbijt en een nieuwjaarsreceptie.

Nog nooit op een wielerpiste gereden, maar toch geïntrigeerd? Er zijn nog enkele plaatsen vrij bij de club, al geldt er een maximum om de veiligheid te garanderen. Onvermijdelijk zal iedereen die een 1e keer op de baan rijdt, schrik hebben. “Er zijn geen remmen op die fiets!” Klopt, en dat is nét goed. Dan kan er niemand voor je bruusk vertragen! “Die bocht is zo steil!” De kunst is om voldoende snelheid te pakken (minstens 30 km/u wat op dergelijk loopvlak zonder wind niet zo moeilijk is) en in de bochten druk op de pedalen te blijven zetten. Zeker niet de benen stil houden! En vooral: kijk voor je – niet naar beneden – en leg je in de bochten. De snelheid en de middelpunt vliedende kracht verhinderen dat je naar beneden glijdt. “Maar hoe stop ik?” Gewoon uitbollen maar met je benen lichtjes meebewegen, tot je finaal bijna stilstaat en je je voet kunt zetten.   


Lees meer artikels

De Zondagsrijders, de koningen van de Gentse wielerpiste: “Wij rijden 75 km in 2 uurtjes”
LEES MEER

 

Nieuw: vast cross- en MTB-parcours in de schaduw van het Vlaams Wielercentrum Eddy Merckx in Gent
LEES MEER

 

Reconstructie van het grootste drama in de geschiedenis van de Gentse 6-daagse
LEES MEER

 

Share
Tweet
Share
Alex Polfliet

In zijn jeugdjaren (15 -19) was Alex een niet onverdienstelijk coureur. Maar niet goed genoeg om van een profbestaan te dromen. Hij stopte met competitiewielrennen, maar de liefde voor de fiets en de passie voor de koers bleef. Zo probeert hij elk jaar 10.000 km op zijn conto bij te schrijven. Exuberanter is zijn bucketlist: in zijn leven 500 verschillende cols opfietsen. Er resten hem nog 70 bergen om dat ultieme doel te kunnen afvinken. Alex was zowat de 1e die fietsgidsen schreef voor maniakale wielertoeristen die kicken op bergop rijden. Hij is auteur van ‘Fietsen in de Franse Alpen’, ‘Fietsen in de Pyreneeën’, ‘Fietsen in de Vogezen’, ‘Fietsen nabij de Italiaanse Meren’ en ‘Fietsen in het Zwarte Woud’. Ook schreef hij een boek over het veldrijden, ‘Kampioenen van het slijk’.



WielerVerhaal

Input your search keywords and press Enter.