
Zondagochtend. Buiten is het bitterkoud. Op de secundaire wegen liggen er her en der sneeuw- en ijzelplekken. Levensgevaarlijk om het stalen, aluminium of carbon ros uit te laten. Maar wij bevinden ons in het Wielercentrum Eddy Merckx, de wielerpiste aan de Gentse Blaarmeersen. Daar rijden ’s winters elke zondagochtend de wielertoeristen van ‘de Zondagsrijders’.


In de bocht liggen
Anders dan de geuzennaam doet vermoeden, zijn de meeste ‘zondagsrijders’ redelijk fanatieke sportbeoefenaars. 2 uur lang razen ze over de houten wielerbaan tegen snelheden die rond de 40 km/u schommelen. We spreken er met ene van die fanatiekelingen: Bruno Van Landuyt, bijgenaamd ‘de Ludo’ omdat hij sprekend lijkt op Ludo Dierckxsens zaliger. Check de foto! ‘Ludo’ is een ervaren rot. “Ik rijd nu ongeveer 7 jaar op de wielerpiste. Op zondagochtend met ‘de Zondagsrijders’ en nog eens 2 keer in de week ’s avonds tijdens de vrije sessies”, geeft hij toe.
Wie de 1e keer met de fiets op zo’n houten baan komt, zal wellicht knikkende knieën hebben. “Toch is het niet gevaarlijk. In al die jaren ben ik nog niet 1 keer gevallen”, stelt Van Landuyt ons gerust. “Je moet zorgen dat je voldoende snelheid pakt eer je de bocht ingaat. Eerst rijd je enkele rondjes op de blauwe band beneden, de ‘Côte d’Azur’, zoals we die noemen. Daar win je snelheid en eens je boven de 30 km/u zit, kan je de hellende bocht ingaan. Dán wint de middelpuntvliedende kracht het van de zwaartekracht en ga je niet naar beneden zakken. Je moet wel druk op de pedalen blijven houden. Vanaf 35 km/u gaat het vanzelf en krijg je het plezante gevoel dat je je ‘in de bocht kunt leggen’.
Debutanten vinden het ook bizar en gevaarlijk dat je geen remmen hebt, maar dat verhoogt net de veiligheid. Niemand heeft remmen en dus kan je ook nooit tegen iemand achterop knallen. Hoe je dan stopt op het einde van de rit? “Je rijdt met een vaste pignon en dus kan je met je benen wat tegenwringen om snelheid te verminderen tot je bijna tot stilstand komt. Dan klik je gewoon uit je pedaal.” Loert er dan echt nergens gevaar om de…. bocht? “Ik had ooit een klapband op de piste. Gelukkig was dat achteraan en kon ik corrigeren door bij het uitkomen van de bocht vlug snelheid te minderen en de baan af te gaan. Is het vooraan, dan schuif je gegarandeerd onderuit.”
Maar dat is op de weg wellicht ook zo. Er gebeuren natuurlijk wel af en toe valpartijen, meestal omdat iemand met het voorwiel het achterwiel van zijn voorganger heeft geraakt. “Je doet er daarom best aan om een beetje defensief te rijden”, vertelt Van Landuyt. “Dat doe je door een beetje schuin rechts achter je voorganger te blijven. Wordt er voor jou gevallen, dan zwenk je naar boven want vallende renners schuiven uiteraard naar beneden. Het is boven in de bochten evenmin gevaarlijker in vergelijking met beneden. Maar je moet wel op snelheid blijven. Om boven in die bocht te komen of te blijven moet je echter wel harder trappen.”


Cowboys vliegen eruit
Een beginner zal merken dat hij of zij tijdens de eerste sessies tintelende vingers krijgt. Dat komt doordat je je stuur te krampachtig vastknijpt. Wordt het eigenlijk ook ooit fun? “Het zal wel! Eens je vertrouwd raakt met de piste kan je je echt uitleven. Je rijdt in groep en dus komt er toch sowieso al een beetje dat competitiegevoel naar boven. Er zit strijd in, je moet kracht zetten, je moet opletten, overnemen, je kan mekaar eens pijn doen, eens een spurtje trekken…. En voor en na wat kletsen met de maten. Het leukste is: wij staan hier in onze korte mouwen en korte broek en malen in 2 uurtjes zo’n 75 km af. Wie nu buiten moet, riskeert zijn leven, krijgt kou, wordt smerig, moet z’n fiets achteraf poetsen….
Voor mij is dit de ideale manier om de basisconditie op peil te houden. Pas op, deze trainingen zijn niet te onderschatten: ons groepje rijdt constant zo’n 42 km/u. Uiteraard moet je nooit remmen en terug optrekken en heeft het ‘wegdek’ weinig weerstand. Maar aan zo’n snelheden geeft de lucht wel heel wat weerstand, het lijkt alsof je constant tegenwind hebt.” Dus in het wiel zitten, levert veel voordeel op? “Dat hangt ervan af achter wie je zit”, lacht Van Landuyt. “Zit je achter een kleine of een smalle, dan voelt het net als op kop rijden.”
‘De Zondagsrijders’ huren al decennialang de piste elke zondagvoormiddag van 10 tot 12u. Zij dragen veiligheid hoog in het vaandel. Cowboys die zich in kleine gaatjes wurmen, worden meteen tot de orde geroepen. En wie zich hardnekkig misdraagt, vliegt eruit. Debutanten worden door de ervaren rotten een paar ronden op sleeptouw genomen en gewezen op de afspraken en codetaal. Als je even op de trappers wilt lopen, gaat je fiets uiteraard wat zwiepen. Om te vermijden dat de achteropliggende fietser daardoor verrast wordt, tik je dus eerst even tegen het zitvlak als teken dat je effe ‘en dansant’ de benen en rug gaat stretchen.
Doorgaans vormen zich spontaan 3 groepen. De snelle (die rijden zo’n 36 km/u), de nog snellere (38 tot 40 km/u) en de allersnelsten (42 km/u en meer). Voorbijsteken doe je altijd langs rechts, behalve als je op kop van de groep rijdt en wilt dat er wordt overgenomen. Dan doe je de klassieke beweging met de elleboog en stuur je naar boven uit. Idem als je de groep wil verlaten. Eerst naar boven, dan omkijken of er niemand achterop komt en pas dan afdalen richting blauwe band.

Schuurpapier
De meeste Zondagsrijders hebben hun eigen baanfiets. “In staal, aluminium of carbon, dat maakt eigenlijk niet uit”, legt de Ludo nog uit. “Gewicht speelt hier eigenlijk nauwelijks een rol omdat er geen hoogtemeters moeten worden genomen. Je kan niet schakelen, dus is het belangrijk om een goeie versnelling te kiezen waarvan je weet dat je die gedurende 1 à 2 uur kunt rondmalen op de trapfrequentie die je doorgaans aanneemt.”
Ook de bandjes of tubes waarmee je rijdt, zijn belangrijk. Rijd je al jaren met dezelfde bandjes op de piste, dan wordt het loopvlak glad en verlies je grip. Dat kan je verhelpen door met een fijn schuurpapiertje het vlak te verruwen, of door met een in azijn gedrenkte vod je bandje vetvrij te maken.
Wie na het lezen van dit stuk zin heeft gekregen om het ook eens te proberen, kan zich lid maken van De Zondagsrijders door een mailtje te sturen naar [email protected]. Tijdens de week zijn er ook vrije sessies. Je kan op de website van het Wielercentrum Eddy Merckx de kalender raadplegen. Je kan in het wielercentrum ook pistefietsen van uitstekende kwaliteit huren.