Steeds meer wielertoeristen boeken een fietsvakantie in de bergen of nemen deel aan 1 of andere cyclo over geaccidenteerd parcours. Ter voorbereiding ervan trekken sommigen voor een lang weekend naar een relatief nabijgelegen middengebergte als de Vogezen. Maar wie hellingen van een paar kilometer zoekt, hoeft helemaal niet zo ver. De Semoisvallei ligt op 150 km van Brussel en herbergt heel wat hotelletjes en B&B’s. WielerVerhaal schotelt je een copieus menu van wild en 5 hellingen voor.


Bouillon-Corbion
1 van de langste beklimmingen in België vertrekt aan het tunneltje onder het kasteel van Godfried van Bouillon. Bij het buitenkomen van de tunnel ga je links de N810 op. Een richtingaanwijzer ‘Corbion 7’ geeft meteen de lengte van de klim aan. Al is ‘klim’ misschien overdreven. De hele tijd neigt de helling eerder naar het predicaat ‘vals plat’ want gemiddeld 3,5% en nooit meer dan 4,5%. Dit is een helling die elke wielertoerist met buitenblad kan nemen. De weg slingert met trage bochten door het loofbos. De Semois komt steeds dieper, rechts naast je, te liggen. Waar het bord aangeeft dat je Corbion binnen rijdt, verlaat je het bos en nét daar ligt het steilste stukje.
Route de France, Bouillon
Van een geheel andere orde is de klim van de Route de France, die op hetzelfde vertrekpunt als bovenvermelde klim start. Maar in plaats van het tunneltje in te rijden, ga je links en meteen begint het onding. Want de 1e halve km krijg je 9,5% voor de voeten geworpen. De volgende 500 meter stijgt het zelfs 11% en ook de daaropvolgende 5 hectometers tellen met dubbele cijfers. De weg voert de hele tijd recht omhoog, een heel flauwe bocht niet te na gesproken.
Na 1,7 kilometer – je hebt zonet een camping achter je gelaten – vlakt het even wat af. Maar 300 meter voor de top geeft de klim er nog een laatste ruk aan. 2,6 km na de start en 207 meters hoger sta je op de top, met name aan de grens met Frankrijk. Daar kan je rechts langs de grens, dwars door het woud volgen tot in Corbion. Rechts daal je af naar je vertrekpunt.



Alle
Het dorp Alle is het aloude centrum van de Semois-pijptabak. In deze streek resten hier en daar nog de typische droogrekken voor tabaksblaren. Maar aan roken hebben fietsers geen boodschap. Integendeel: de longen moeten goed met zuurstof worden volgezogen om deze klim aan te vatten. Je neemt de N945, Rue de la Ringe, richting het Franse Sedan en bij het buitenrijden van het dorp begint de weg te stijgen van 2 naar 3, tot 4 en finaal 5%. De klim zal verder erg gelijkmatig blijven.
Met een brede haarspeldbocht draaien we het bos in. Hier is de klim op zijn steilst: heel even 6%. Maar wie in de goede cadans zit en over flink wat uithouding beschikt, zal niet moeten terugschakelen. Al is het wegdek hier decennia verwaarloosd en loopt het daardoor voor geen meter. Na 4 km en enkele flauwe bochten komt er een quasi 90° linkse bocht en de klim zit erop. Ware het niet dat er nog 4 km vals plat rest tot je finaal de top bereikt, het kruispunt aan de voormalige douane.
Mouzaive – Gros Fays
Vanuit Alle fiets je stroomafwaarts langs de Semois tot aan het voetgangersbrugje naar Mouzaive. Hier starten rechts 2 beklimmingen, de 1e naar Cornimont. Maar wij nemen het 2e weggetje met nagelnieuw asfalt. En gelukkig zonder nagel(s). Deze klim leidt in 3 km naar Gros Fays. De weg volgt de rechteroever van een wild stromend beekje en helt meteen aan 6%. Het asfaltbaantje is smal en de dichte begroeiing biedt beschutting tegen gure weersomstandigheden.



Rond km 2, aan het bord dat Gros-Fays aankondigt, komt het steilste deel, al is 7% zeker niet onoverkomelijk. Ging het eerst vrij strak rechtdoor, dan krijgen we nu enkele bochten, wat toch aangenamer fietst. In een flauwe linkse bocht aan een houten balustrade zie je het dorpje liggen. Hier zwakt de helling even af naar 3% om dan de laatste halve km in het dorp aan 5% te eindigen.
Côte de Membre
De trofee van meest gelijkmatige helling in België gaat naar de Côte de Membre. Die vertrekt – kan het anders – in het gehucht Membre, deel van Vresse-sur-Semois. Dat ligt op een hoogte van 180 meter. De klim gaat richting zuiden tot de Franse grens. De N935 of Rue de Charleville verlaat het dorp aan 5% en wijkt daar amper een graad van af. Heel even geeft de fietscomputer 7% aan, om dan weer snel in te houden. De hele tijd slingert de weg in ruw asfalt langs een licht kabbelend beekje. Na een goeie 3 km merk je een bordje: Tchèté d’la Rotche, oud Waals voor Château de la Roche, een oude kasteelruïne waar nauwelijks wat van overblijft. Een halve km verder, aan het kruispunt, bereik je de top.


