Het wielerseizoen 2025 is begonnen! En zoals altijd brengt dat een mix van opwinding, hoop en teleurstelling met zich mee. Het 1e weekend was er meteen eentje om snel te vergeten. Materiaalpech gooide roet in het eten, en ondanks de vooruitgang in fietstechnologie blijkt het afstellen van de fiets – vooral de versnellingen – nog steeds een delicate en frustrerende klus. Alles is tegenwoordig zo licht en geoptimaliseerd dat de slijtage alleen maar sneller gaat. En laten we eerlijk zijn: het prijskaartje dat hieraan vasthangt, is niet min.


Geur van smeerolie
Ik vraag me vaak af hoe gezinnen met 2 of 3 renners dat allemaal financieel bolwerken. Iedereen wil immers met degelijk materiaal aan de start staan. Je kan niet achterblijven als de concurrentie wel op de nieuwste, lichtste en meest aerodynamische fietsen rijdt. Maar dat betekent keer op keer investeren in frames, wielen, banden en onderdelen die steeds sneller verslijten. De kosten stapelen zich op, en het lijkt bijna alsof je een 2e job nodig hebt om de hobby van je kinderen te kunnen blijven betalen.
Toch is er ook blijdschap. Het seizoen is weer van start gegaan, en dat blijft iets speciaals. De geur van smeerolie, de spanning voor de start, en de adrenaline van de koers: het blijft een gevoel dat moeilijk te beschrijven valt. Langs de andere kant heeft dat 1e pechweekend me ook weer keihard met de voeten op de grond gezet. De zorgen, de stress, de frustratie wanneer iets niet loopt zoals het hoort…. je beseft opnieuw hoeveel randzaken erbij komen kijken. En die eerste koersen zijn altijd de meest nerveuze en de lastigste. Iedereen wil zich bewijzen, en dat voel je op de weg.



Fluohesjes
Wat ook niet helpt, is dat je niet zomaar aan elke koers kunt deelnemen. Er is vaak een wachtlijst, en of je kan starten hangt af van de inschrijvingen. Bovendien worden er steeds minder wedstrijden georganiseerd. Een koers op poten zetten vraagt nu eenmaal veel, van vergunningen tot seingevers en van parcoursafsluitingen tot veiligheid. De kosten zijn hoog en de bereidheid om te helpen lijkt steeds kleiner te worden.
Toch blijven er gelukkig mensen die zich inzetten voor de sport, zoals de vrijwilligers die langs de kant staan om het verkeer te regelen. Voor hen heb ik enorm veel respect. In een samenleving waarin iedereen steeds sneller wil gaan, is het niet vanzelfsprekend om het verkeer tegen te houden voor een paar minuten koers. Maar zonder hen is er simpelweg geen wedstrijd.
Terwijl ik langs de kant meeloop en het parcours afstap, zie ik ze staan. Mannen en vrouwen met een fluohesje aan, zwaaiend met een vlag, soms in de regen of kou. Ze krijgen niet altijd een vriendelijk gebaar terug, maar ze doen het toch. Omdat ze de koers in leven willen houden. En dat verdient applaus.



Blijven gaan
Dit weekend was er geen keuze tussen verschillende wedstrijden, er was maar eentje op zaterdag en eentje op zondag. Het is een harde realiteit die we steeds vaker zien sinds corona. Het aantal koersen per weekend is fors gedaald, en dat is een verontrustende evolutie. We zien gelukkig initiatieven om het vrouwenwielrennen gelijkwaardiger en populairder te maken, maar misschien is het nu ook tijd om die aandacht te richten op de jeugd. De toekomst van de sport begint daar, en zonder een stevige basis blijft er op termijn weinig over.
Waarom zetten we ons niet in voor meer jeugdwedstrijden én gelijke kansen? Prijzengeld is voor de jeugd vaak een lachertje, maar waarom zou dat zo moeten blijven? Talent en inzet verdienen erkenning, ongeacht de leeftijd. Als we echt geven om de toekomst van het wielrennen, moeten we dat ook laten zien. Meer wedstrijden, eerlijke kansen en een duwtje in de rug voor jonge renners. Dat zou pas écht een investering in de toekomst zijn.
En misschien denk je nu: makkelijk gezegd, doe het dan. Klopt, het is makkelijk gezegd. Maar het is niet onmogelijk. Als clubs, organisatoren en vrijwilligers de handen in elkaar slaan, als we samen durven kijken naar nieuwe formats en andere manieren om koersen rendabel en aantrekkelijk te maken, dan kan er meer dan we denken. De jeugd is niet de toekomst van morgen, ze zijn de basis van vandaag.
