De tijd dat renners eerst moesten rijpen voor ze een zware koers aankonden, ligt al een aantal jaren achter ons. De Remco Evenepoels en Tadej Pogačars van deze wereld doorbraken die mythe door al op jonge leeftijd Monumenten en wereldtitels op hun erelijst te zetten. Wie dacht dat zij hiermee een nieuwe trend zetten, komt echter bedrogen uit. Exact 100 jaar geleden vestigde een Belgisch piepkuiken, een record dat sindsdien nog niet verbroken raakte.


Scheldeprijs
Eigenlijk moeten we het hier over de Scheldeprijs hebben. De koers mag zich de oudste Vlaamse wedstrijd noemen die vandaag nog uitrijdt en biedt dus een lange geschiedenis om uit te putten. Uit de archieven van het museum KOERS in Roeselare diepten we de affiche van de jaargang 1927 op. De Scheldeprijs was toen al aan zijn 17e editie toe. Verwacht hier geen wedstrijdverslag, want de geschiedenis begroef het koersverloop. We gooien het daarom in dit artikel over een andere boeg. Een duik in de wielercarrière van Georges Ronsse, de winnaar van dat jaar, brengt ons bij een wielerrecord dat al een eeuw standhoudt.
Georges Ronsse maakte carrière in de periode tussen de 2 grote oorlogen. In het jaar van de betreffende Scheldeprijs beleefde Ronsse zijn doorbraak. Aan de start in Schoten mocht hij zijn seizoen al geslaagd noemen met winst in Parijs-Roubaix en Bordeaux-Parijs. De Scheldeprijs werd toen immers in september verreden. Als rasechte Antwerpenaar voelde het wellicht als een thuiswedstrijd en nam de koers een speciale plek voor hem in.
Na 1927 ging het snel voor Ronsse: het was de opmaat naar de wereldtitel in 1928 en 1929. Voor zijn wereldtitels moest hij kampen met grootheden Alfredo Binda en Learco Guerra, toch geen kleine garnalen. De tijd sneeuwde de prestaties van Binda onder, maar 1 anekdote zegt alles over zijn kwaliteiten. Naast ene Eddy Merckx kreeg Binda als enige ooit een enveloppe met de volledige winstpremie om weg te blijven van een Grote Ronde. Op die manier wilden de wanhopige organisatoren van de Giro zich terug van spankracht verzekeren. Diezelfde Binda hield Ronsse in 1930 van een aansluitende WK-hattrick – vele jaren voor Peter Sagan daar wel in slaagde. Het was een dramatische wedstrijd waarin Ronsse en Binda vielen, nadat een volgwagen hun collega-koploper omkegelde.




Vreemde vogel
Rik Van Steenbergen wordt vaak de jongste winnaar van een wielermonument genoemd. In 1944 won hij als 19-jarige de Ronde van Vlaanderen. We hielden echter een resultaat van Ronsse achter: voor zijn doorbraakjaar schreef hij al geschiedenis. Hij was nog 3 maanden jonger dan Van Steenbergen toen hij in 1925 Luik-Bastenaken-Luik op zijn erelijst zette, nota bene niet als prof maar als onafhankelijke renner.
Ronsse was een vreemde vogel. Je zou denken dat hij snel goed was, maar ondanks zijn zege in Luik miste Ronsse zijn carrièrestart bij de profs compleet door zijn legerdienst. Niets deed vermoeden dat hij een aantal jaar later al een schitterend palmares zou verzamelen. In het begin van zijn carrière klopte mede-Antwerpenaar Jef Dervaes hem immers keer op keer. Het maakte Ronsse zo nijdig dat hij telkens in tranen uitbarstte. Volgens wielerkroniekschrijver Jacques Sys ontstond er zowaar een tweestrijd binnen hun stad.
Ronsse voldoet niet aan het clichébeeld van de noeste Flandrien die uit de armoede probeerde te ontsnappen, want hij groeide op in 1 van de betere Antwerpse wijken. Hij reed die Scheldeprijs voor Automoto, fietsfabrikant en op dat moment het leidende team in het wielrennen. De ploeg zette tussen 1923-1926 een indrukwekkende reeks neer, waarbij het met achtereenvolgens Henri Pelissier, Ottavio Bottecchia en Lucien Buysse de Tour won.



Gangmaker en bondscoach
Hopelijk vormt het verloop van zijn loopbaan geen voorbode voor de huidige generatie jonge winnaars, want zijn wegcarrière zakte al op vroege leeftijd in elkaar. Door zijn brandende ambitie had hij zichzelf al vroeg verteerd. In zijn nadagen haalde hij op de piste wel nog Belgische titels en WK-medailles. Op diezelfde baan nam hij later de rol van gangmaker op zich. Als bondscoach leidde hij de Belgische ploeg naar een podiumplek in de Tour van 1960.
Soms staat de geschiedenis vol symboliek. Net als Briek Schotte bouwde Ronsse vooral een reputatie op als sterke eendagsrenner. Dankzij hun oerkracht behaalden beiden ook een mooi resultaat in de Ronde van Frankrijk. Waar Schotte overleed op de dag van de Ronde van Vlaanderen, stief Ronsse op de dag dat Merckx zijn 1e gele trui pakte. In zijn keiharde kop groeide een tumor: een slepend ziekteproces bleef hem gelukkig bespaard, want hij kreeg pas een aantal dagen voordien last van hevige hoofdpijn.


