Bioracer boomt en verovert stelselmatig de Europese markt. Bij het bedrijf uit Tessenderlo zagen ze het potentieel van Koen Vekemans, die de kans kreeg om op te klimmen in de hiërarchie. Daar zijn beide partijen heel tevreden mee. Als Global Sales Manager is hij een drijvende kracht achter hun vertakkingen in de verschillende Europese landen. Hij jaagt er de vertegenwoordigers aan, op een zachte maar vastberaden manier.


De ladder op
Toen Koen Vekemans zijn fiets als 24-jarige aan de haak hing, viel hij in een diepzwart gat. Na een jeugd als veelwinnaar bevond hij zich plots onderaan de ladder. In de jaren ’80 ontbraken de mogelijkheden voor jonge renners om hun studies te combineren met een wielercarrière. Vekemans maakte zijn studies Latijn-Wiskunde niet af, om zich volledig op de koers te richten. Daar sta je dan zonder diploma. Om zijn huis af te betalen, moest hij de maandag na zijn wielerpensioen meteen aan de bak. “De eerste jaren waren hard”, blikt hij terug. “Ondertussen is dat vergeten en ben ik trots op de mooie carrière die ik heb uitgebouwd. Met studies op zak had het echter allemaal een stuk sneller kunnen gaan.”
Vekemans klopte vele jaren lange dagen op de Nederlandse markt voor andere bedrijven. Toen hij van Bioracer de kans kreeg om zich als verkoper te concentreren op de provincie Antwerpen, waagde hij de sprong. Dat zullen ze zich bij de Belgische firma niet beklagen, want het is nog steeds de regio waar ze het sterkst staan.
Bioracer mikt dit jaar 2025 op een omzet van 36 miljoen euro en kent vertakkingen over heel Europa. Vekemans is oprichter Raymond Vanstraelen en hoofdaandeelhouder Peter Croonen dankbaar voor de kansen die hij kreeg om door te groeien binnen het bedrijf. “Na vele jaren als verkoper, bouwde ik stelselmatig mijn rol als Sales Manager uit”, vertelt hij. “Ik fungeer in die taak als drijvende kracht achter dat Europese netwerk van Bioracer. Ik kreeg eerst België en Luxemburg onder mijn hoede. Stelselmatig kwamen daar onder meer Frankrijk, Engeland en Scandinavië bij.”

Vaste uitvalsbasis
“Ondertussen staan in 9 landen vertegenwoordigers op onze payroll”, geeft Vekemans wat meer duiding. “Zo werken er bijvoorbeeld in Frankrijk 2 vertegenwoordigers voor ons, in Spanje 5 en in Nederland 4. Elk neemt dan een bepaalde regio voor zich. Daarnaast werken we ook met agenten die op zelfstandige basis actief zijn”, licht hij toe. “Mijn taak is om de vertegenwoordigers te begeleiden in hun marktstrategie, opmaak van offertes, budget en zo meer.”
Ondanks zijn drukke functie neemt Vekemans de Antwerpse markt nog een stuk op zich, al geeft hij geleidelijk de fakkel door. “Mijn opvolgster is er klaar voor om het van me over te nemen. Het geeft me veel voldoening om haar te zien openbloeien van een bedeesde vertegenwoordigster naar de persoon waarin ze zich ontplooide.” Daarnaast ligt het plezier in uiteenlopende aspecten van zijn job: van positieve verkoopresultaten tot het uitbouwen van een project met een klant zoals AS Adventure.
Dankzij het wereldwijde web kan Koen Vekemans zijn vertegenwoordigers voor een groot deel via beeldbellen aansturen. “Ik ben geen boswachter. Mij zal je niet zien in een controlerende rol, eerder in een ondersteunende rol. Ik sta klaar om de vertegenwoordigers te helpen waar nodig.”

Cultuurverschillen
Hoe belangrijk kennis van de markt is, blijkt uit de fascinerende verhalen van Vekemans over de cultuurverschillen tussen de verschillende landen. Die verschillen verklaren meteen ook waarom in Engeland bijvoorbeeld minder vertegenwoordigers nodig zijn dan in andere landen. “De recreatieve fietsmarkt is in Engeland een stuk kleiner”, legt hij als voorbeeld uit. “Het is er not done als lokale club om naar een plaatselijke middenstander te stappen met de vraag om je ploeg te sponsoren. Als je daar iemand met reclame op zijn tenue ziet rondrijden, dan mag je zeker zijn dat het een competitierenner is. Duitsland zit op dat vlak bijvoorbeeld ergens tussen Engeland en Vlaanderen in.”
In tegenstelling tot in Vlaanderen kom je in Engeland dus geen wirwar van vloekende kleuren tegen om de clubsponsors te plezieren. “Clubs kopen wel een shirt met korte mouwen in vaste clubkleuren, voor de rest zijn de leden vrij. We verkopen er dus niet de pakketten zoals bij ons.” Er wordt ook op een andere manier met de kledij omgegaan. “Bij ons zit er wel wat geld in de clubkas, dankzij de sponsors, toertochten en benefietacties die clubs organiseren. Dat gaat dan om de 3 jaar naar een nieuwe outfit. Zit je in verschillende clubs, dan hangen er meerdere sets in je kleerkast.”
