Wie in Noord-Italië wil gaan fietsen, hoeft niet noodzakelijk te gaan klimmen. Je kan tientallen, zelfs honderden kilometers beneden in de vallei blijven. De regionale overheid heeft het laatste decennium enorm geïnvesteerd in fietstoerisme en de daarbijhorende fietsinfrastructuur. WielerVerhaal verkende voor u de Ciclovial Valle dell’Adige, waar je van Bolzano tot het Gardameer kan fietsen, zonder één berg over te moeten.


Lago Caldaro
Het fietspad van de Adige-vallei is met zijn 98 km van noord naar zuid het langste fietspad in Trentino en verbindt de provincies Bolzano en Verona langs de wildstromende rivier Adige – de op de Po na langste van Italië. De fietsostrade is in principe vlak. Het totale hoogteverschil is ongeveer 100 meter en als je van noord naar zuid fietst, is dat zelfs steeds licht dalend. Het pad is nagenoeg altijd afgeschermd van autoverkeer. Grotendeels is het een exclusief fietspad, heel af en toe gebruikt men kleine landwegen die door appel- en perenboomgaarden of wijnvelden slingeren. We passeerden zelfs een kiwiplantage, dat hadden we nooit eerder gezien! In die veldwegjes moet je wel opletten voor een occasionele landbouwer die met zijn Piaggio-bakwagentje toch je pad kruist. Je kent ze wel: die gemotoriseerde kruiwagens die zo typisch voor Italië zijn.
Ook moet je opletten voor slangen. Je wil het niet op je geweten hebben dat je wiel over zo’n reptiel gaat. Geen paniek: de meeste slangen hier zijn totaal onschuldig. En gifslangen kan je heel makkelijk herkennen: als je erg ziek wordt van hun beet, dan was het een gifslang….
Het fietspad begint in Bolzano op het grondgebied van de gelijknamige provincie. Na enkele kilometers is het al mogelijk om een kleine omweg te maken om het fascinerende Lago Caldaro te bezichtigen. Verder naar het zuiden loopt de route door Salorno, Mezzocorona en San Michele, waar de 17e rit van de Giro startte. Het is ook de thuisbasis van de wijngaarden van de Rotaliana-vlakte. Bijna zou je in de verleiding komen om die te gaan proeven, maar dat zou het fietsen er nadien lastiger op maken.




Trento, een bezoekje waard
Vanuit San Michele en Mezzocorona kan je ook makkelijk aftakken naar de Val di Non, waar een al even prachtig fietspad je in leidt. Dat pad gaat tot Cles, maar is wel allesbehalve vlak: dat deel lijkt wel een roetsjbaan die telkens – en soms steil – op en af gaat. Nog verder loopt dat pad verder in de Val di Pejo, van waaruit je ook tal van Passo’s kan starten.
Want ook dat is een voordeel: wie een grote toertocht wil maken met enkele cols kan de fietspaden in de valleien gebruiken om vlak en rustig naar de voet van de volgende klim te rijden. De autowegen in de valleien zijn namelijk erg druk en gevaarlijk, want moeten veel vrachtverkeer en toerisme slikken. Bij de beschermde biotoop van Foci dell’Avisio aan de monding van de Avisio in de Adige, iets ten zuiden van Mezzocorona, loopt het fietspad in een lus rond de weilanden en leidt ons naar het dorp Zambana, dat beroemd is om zijn aspergeteelt. Dat zou je hier niet verwachten!
Intussen zijn we verder in zuidelijke richting langs de Adige-rivier getrokken en bereiken we de stad Trento, hoofdplaats van de provincie Trentino. Deze prachtige stad is echt een bezoek waard. Het historische centrum met de fenomenale Duomo, het kasteel Buonconsiglio en de MUSE – het wetenschapsmuseum van de stad – zijn slechts enkele van zijn bezienswaardigheden.




Monte Bondone
Vanaf Trento loopt het fietspad langs de stad Besenello en zijn middeleeuwse Castel Beseno en steekt vervolgens de bicigrill van Nomi over. Delen van het traject lopen hier net langs de autosnelweg, wat een beetje jammer is want geeft veel lawaai op de achtergrond. Na een tijd bereiken we de stad Rovereto, ook al meer dan de moeite om te bezoeken. Vooral voor het historische centrum met zijn vele pittoreske steegjes en piazza’s met uitnodigende terrassen. Ook het Mart-museum is best interessant.
Hier in Rovereto heb je de keuze. Wie graag klimt, kunnen we deze kant van de Monte Bondone aanraden: je fietst tot Aldeno en begint aan de lastigste maar ook mooiste zijde: 23 km bergop aan 6,3% gemiddeld met in het begin een kilometer aan 10%. Of je kunt afslaan naar het westen om na een klimmetje, de Passo San Giovanni, de stad Torbole aan het Gardameer te bereiken. De afdaling naar Torbole is wel gevaarlijk!
Je kan ook verder zuidwaarts tot Verona fietsen. Verona is al zeker de moeite. Het is de stad van Romeo en Julia, maar vooral de stad met 1 van de best bewaarde arena’s, die tot op vandaag nog gebruikt wordt voor concerten of andere massaspektakels. In 2019 won Richard Carapaz hier de Giro. De aankomst van de slottijdrit lag middenin de Arena di Verona – Chad Haga won die ITT voor Campenaerts en Thomas De Gendt.
Handig ook: door de Adige-vallei en vele van de valleien van zijn zijrivieren loopt een spoorweg. Je kan dus makkelijk ook een deel van het traject met de trein doen en je fiets meenemen.
Win tickets voor het Wattage Festival 2025 in Oostende!

