
Simon Van der Voort (18) maakt volgend seizoen de overstap naar de beloften. De Belgische kampioen bij de junioren kiest voor Urbano-Vulsteke-Bumaco Cycling Team. Na een seizoen met verschillende valpartijen – in navolging van zijn Belgische titel – wil hij opnieuw vooruitgang boeken. “Ik hoop dat ik direct goed kan meekoersen”, kruist hij de vingers.


Koers maken
De Antwerpenaar ziet Urbano-Vulsteke-Bumaco als de perfecte omgeving voor zijn 1e jaar als belofte. Hij krijgt er immers de broodnodige kans om rustig verder te groeien. Deze ploeg staat bovendien bekend om zijn uitstekende programma. “Ik denk dat een clubteam op dit moment misschien wel het beste voor mij is”, stelt hij. “Zo kan ik de volgende stappen nemen. De ploeg rijdt bovendien een heel mooi programma. Ik denk dat die specifieke wedstrijden mij ook wel goed liggen.”
Verschillende devo-teams toonden eerder ook al interesse in hem. Zij zagen potentieel in de nationale kampioen, maar tot een akkoord kwam het niet. Dat had deels te maken met een vormdip. “Er zijn inderdaad een paar devo-teams die contact hebben opgenomen”, klinkt het. “Maar na het Belgisch kampioenschap kon ik mijn goede lijn niet doortrekken. Een aantal valpartijen gooiden roet in het eten.”
Die tricolore veranderde bovendien zijn positie binnen het peloton. Concurrenten hielden hem vanaf dat moment scherper in het vizier. “Het is enorm tof om met die Belgische kampioenskleren te rijden”, lacht hij. “Verder is er gelukkig niet zoveel veranderd. Ik merkte echter wel dat de anderen veel meer naar mij keken. Als ik aanviel, sprongen ze sneller op mijn wiel. Vooral in de kermiskoersen was het erg moeilijk om weg te rijden.”



Bewogen seizoen
Een mooie 2e plaats in de zware klimkoers van Herbeumont was een prestatie die binnen de verwachting lag. Het uitdagende parcours bleek perfect op zijn lijf geschreven. “Ik wist vooraf al dat ik daar goed kon rijden”, legt hij uit. “Bij de nieuwelingen was ik daar al eens dicht bij de overwinning geweest. Toen viel mijn ketting er helaas af in de afdaling. Ik wist dus zeker dat die koers mij lag. Het blijft natuurlijk wel een heel zware wedstrijd en dus niet vanzelfsprekend.”
Zijn knappe Belgische titel vormde de bekroning van zijn vele harde werk. Toch verliep dit seizoen allesbehalve vlekkeloos voor Van der Voort. Diverse incidenten remden zijn sportieve ontwikkeling af. Wat hem dus ook een transfer naar ene devo-team kost. “Als je alles bekijkt, ben ik op zich wel tevreden”, analyseert Van der Voort 2026. “Ik heb helaas wel enorm veel pech gehad. Het is eigenlijk 3 keer voorgevallen dat ik opnieuw vanaf nul moest beginnen.”
“De opeenvolgende valpartijen verstoorden mijn ritme. Dat vroeg veel energie. In de 2e rit van de Valromey ging ik tegen de grond en moest ik de wedstrijd staken. Dat heeft me een kleine maand koersen gekost. In Beveren ben ik opnieuw in competitie gekomen maar een paar dagen later in Beernam ben ik weer heel hard gevallen”, zucht hij. “Letterlijk alles was kapot. Mijn helm, fiets, shifters, schoenen en bril, niets bleef gespaard.”


[ONTDEK ONZE PAGINA FIETSVACATURES]

Valpartijen
Gelukkig bleef zijn moraal wél overeind. In september probeerde hij zorgvuldig weer wat wedstrijdritme op te doen. Dat verliep helaas met vallen en opstaan. Toch gaf hij de moed nooit op. “In de Keizer der Juniores was het nog niet echt heel goed”, blikt hij terug. “Dat was logisch, omdat het mijn allereerste koers terug was. Daarna had ik wel het gevoel dat ik weer goed kon koersen. Al viel ik in het slotstuk van het seizoen nog een keer.”
Ondanks die tegenslagen blijven zijn persoonlijke ambities nog steeds torenhoog. Hij wil komend jaar vooral fysiek sterker worden. Hij beseft dat de overstap naar de beloften erg zwaar is. “Ik hoop natuurlijk dat ik ooit prof kan worden”, klinkt het ambitieus. “Een devo-ploeg is dan de logische volgende stap. Dat is nu echter niet mijn specifieke doel. Ik wil momenteel vooral beter worden. Ik wil mee de koers kunnen maken.”
Voor zijn debuutjaar bij de beloften hoopt de allrounder vooral op een probleemloze start. Hij beseft goed dat de langere afstanden een extra fysieke uitdaging vormen. Daarom wil hij een brede basis leggen. “Bij mijn eerste jaar als junior had ik in het begin veel moeite”, herinnert hij zich. “Ik hoop dat het volgend jaar helemaal anders loopt. Ik wil de langere afstanden meteen goed kunnen verteren. Ik denk dat ik alles redelijk goed kan. Ik heb zeker een goede punch als het erop aankomt. Ik hoop vooral dat ik direct goed kan meekoersen.”

