Alle ogen waren in de Ronde van Valencia 2026 gericht op Remco Evenepoel. De wereldpers zag de rittenkoers als een 1e grote test en de Prins van Schepdaal stelde niet teleur met een indrukwekkende zege in de koninginnenrit. Maar in de achtergrond, in een select groepje dat niet ver na hem over de streep bolde, reed een andere jonge Belg zich in de kijker: Viktor Soenens. De renner van het devo-team van Soudal Quick-Step eindigde als 10e en dat was misschien wel de grootste verrassing van de dag.


Onverwachte hoofdrol
We spreken de jonge Meetjeslander, geboren en getogen in Aalter, net na een training vanuit zijn stageplaats in Calpe. De prestatie in Valencia kwam ook voor hem als een verrassing. “Ja, ik heb mezelf vorige week toch ook wel verbaasd”, steekt hij van wal. Het scheelde immers niet veel of hij was er niet eens bij geweest. “Ik behoorde initieel niet tot de selectie voor die 5-daagse rittenkoers. Pas 3 dagen op voorhand werd ik opgeroepen.”
Zonder specifieke voorbereiding of druk trok hij naar Spanje. “Ik had er niet specifiek naartoe geleefd”, vertelt hij. “Ik startte dan ook enkel met het plan om veel te leren en extra ervaring op te doen.” Al in de openingsrit voelde hij dat de benen goed waren toen hij vlot met de beteren over de bergen ging. De bevestiging volgde in de koninginnenrit, waar hij zich moeiteloos handhaafde toen de finale losbarstte.
“Ik beleefde vanop de 1e rij hoe Remco iedereen uit het wiel reed, maar ik bleef kalm en focuste op mijn eigen tempo.” In de afdaling vormde zich achter een aantal vluchters een elitegroepje, met Soenens erbij. “Ik keek rond en zag toppers als Ben Turner, Ivan Romeo en Damiano Caruso. Ik moest niet in mijn arm knijpen, want het deed vanzelf al pijn genoeg om te beseffen dat het echt was.” Er werd vooral naar elkaar gekeken, waarna de groep besloot voor de 7e plaats te rijden. “Ik ben uiteraard supertevreden dat ik in die rit, én in het algemeen klassement, 10e eindigde.”


Ardennenklassiekers
Het onverwachte resultaat is voor Soenens vooral een bevestiging van het harde werk. “Het bevestigt waar ik op had gehoopt: ik ben sterker geworden. Ik heb een goeie winter gehad.” Een belangrijke verandering was de start met een nieuwe trainer. “Daar voel ik me heel goed bij. Ik heb anders getraind. Minder intensief maar gerichter. Ik wist dus dat ik klaar was voor een stapje hoger, maar tegelijk had ik niet gedacht dat ik al op dit niveau zou zitten.”
De sterke seizoensstart doet denken aan vorig jaar, toen hij in de Gran Camiño meteen de jongerentrui pakte. “De 1e seizoenhelft liep toen goed, maar het 2e luik was een pak minder.” Die terugval zorgde voor frustratie. “Ik had er niet echt een verklaring voor”, blikt hij terug. Nu lijken de puzzelstukjes wel op hun plaats te vallen en lijkt Soenens vertrokken voor een constanter seizoen.
Toch ziet hij zichzelf ondanks zijn klimprestaties geen ronderenner worden. “Nee, daarvoor ben ik met mijn 1m82 te groot en dus per definitie te zwaar.” Nuchter analyseert hij zijn eigen fysiek. “Ik weeg tussen 68 en 70 kilo, dat is te veel voor het hooggebergte. Het is niet realistisch om onder de 60 te gaan duiken.” Hij mikt daarom op ander werkterrein. “Ik zie mezelf eerder als een allrounder voor het middengebergte of de Ardennenklassiekers. Als ik extreem zou vermageren, zou ik aan explosiviteit inboeten en dat wil ik ook niet.”


Duurzaam groeien
Het programma voor de komende weken is alvast stevig, met starts in Murcia en Jaén, gevolgd door de Trofeo Laigueglia en de Settimana Coppi e Bartali. “Daarna hoop ik er in Luik-Bastenaken-Luik bij te zijn”, klinkt het ambitieus. “Toch zeker in Luik wil ik me tonen!” De hoofddoelstelling voor dit seizoen is echter weloverwogen. “Ik wil vooral vooruitgang boeken, want ik denk dat ik nog veel marge heb. Door aangepaste trainingsmethodes en wat meer op mijn voeding te letten, hoop ik op een duurzame manier te groeien.”
Natuurlijk droomt hij ook van een overwinning. “Ik ben geen veelwinnaar. Eens op het hoogste podiumtrapje staan, zou extra deugd doen.” De ultieme ambitie is een profcontract, maar over een specifieke rol of ploeg wil hij zich niet uitspreken. Die terughoudendheid is typerend voor zijn karakter. “Ik doe daar liever geen uitspraken over, want dat geeft extra druk en kan als een boemerang in je gezicht terugkomen”, beseft hij.
Het is die nuchterheid die Soenens kenmerkt. Hij blijft er rustig onder. “Het is wel leuk dat er nu wat aandacht voor me is, maar ik kick daar niet echt op”, besluit hij. Diezelfde realistische kijk op het leven blijkt uit het feit dat hij zijn wielercarrière combineert met een afstandstudie Supply Chain Management aan de Vives Hogeschool. Het is een plan B, een vangnet. “Want je weet maar nooit hoe een wielercarrière verloopt.”