
De Heistse Pijl zal er op 6 juni 2026 anders uitzien. Door ingrijpende wegenwerken op en rond de iconische Heistse Berg en het zogenaamde Gouden Kruispunt, was parcoursbouwer en koersdirecteur Dieter Clerx genoodzaakt om de finale van de wielerklassieker volledig te hertekenen. Een nieuwe, langgerekte aanloop en een andere kasseiklim moeten voor een ander koersverloop zorgen. “De Kloosterstraat wordt het nieuwe scharnierpunt”, aldus Clerx.

Gedwongen hertekening
De aanleiding voor de parcoursaanpassing is niet min. “De gekende werken en heraanleg aan de Heistse Berg en het Gouden Kruispunt hebben een tamelijk grote impact op de finale van de Heistse Pijl”, legt Dieter Clerx uit. “Daardoor heb ik het parcours moeten hertekenen.” De vertrouwde finale, die jarenlang het slot van de wedstrijd kleurde, behoort daardoor tot het verleden. Het was een ingreep die noodzakelijk was om de koers te kunnen laten doorgaan.
Voorheen was de aanloop naar de finishlijn een gekend recept. “De voorgaande jaren reden we diep in de finale over de Heistse Berg”, vertelt Clerx. “We reden op via Itegem-Hallaar en namen dan de lange kasseihelling van de Heistse Berg. De afdaling van diezelfde berg, waar we in dalende lijn direct richting de aankomst reden, gaat nu niet meer. Die kant wordt helemaal opnieuw aangelegd.” Die klassieke opeenvolging van klimmen en dalen was een bepalend element in de tactiek van de ploegen.
De nieuwe finale dwingt de renners tot een andere aanpak. “We gaan nu in het centrum van Hallaar linksaf, eigenlijk weg van de Heistse Berg. Daarna draaien we rechts om een heel lange helling te nemen in stijgende lijn richting de berg”, beschrijft de parcoursbouwer. “Uiteindelijk draaien we rechtsop aan de andere kant van de Heistse Berg, ook een kasseihelling, om zo in de laatste 2 km de kasseiklim opnieuw te integreren in de finale. Dat is de Kloosterstraat. Dat moet het nieuwe scharnierpunt worden.”


Koers wordt zwaarder
Clercx verwacht dat de aanpassing een duidelijke invloed zal hebben op het wedstrijdverloop. “De coureurs maken de koers, niet de parcoursbouwer. Maar ik denk wel dat ik daar met mijn jaren ervaring een redelijk goed zicht op heb. Ik verwacht dat de finale iets langgerekter gaat zijn”, voorspelt hij. “De positie gaat in grote lijnen al moeten bepaald worden voordat je rechts de kasseihelling opdraait. Want na die helling kan je in principe nog weinig goedmaken.” Het wordt dus zaak om vroeg op de afspraak te zijn.
Het hertekenen zelf was voor de ervaren rot geen onoverkomelijke opdracht. “We zijn er al heel wat jaren mee bezig”, stelt Clerx, die als inwoner van Itegem de streek op zijn duim kent. Naast de Heistse Pijl tekent hij ook de parcoursen voor de Omloop van het Hageland en de Grote Prijs Vermarc. “Ik denk wel dat ik daar de nodige kennis en ervaring in heb opgedaan. Ik ben zowel koersdirecteur als parcoursbouwer, dat leunt heel nauw bij elkaar aan.”
De grootste uitdaging lag volgens hem niet in het vinden van nieuwe wegen, maar in het creëren van een breed draagvlak. “De moeilijkheid ligt vooral in het vinden van een consensus met de gemeenten. Het moet leefbaar zijn voor de politiediensten, voor het publiek om het evenement te bereiken en voor de bewoners qua overlast”, legt hij uit. “Het moet veilig en werkbaar zijn voor iedereen. Maar de samenwerking verloopt zeer constructief. Als ik een presentatie geef over hoe ik het zie, dan wordt dat eigenlijk volledig gevolgd.”


Toekomst verzekerd tot 2032
Naast de nieuwe finale is er nog meer heuglijk nieuws te melden. De toekomst van de Heistse Pijl is voor de lange termijn verzekerd. “Het contract met de gemeente Heist-op-den-Berg is met 6 jaar verlengd”, kondigt Clerx aan. Dat betekent dat de aankomst tot en met 2032 in de gemeente zal liggen. “Wat voor ons belangrijk is, is dat zij zich 6 jaar garant hebben gesteld om samen verder te doen. Zodat er een breed platform is om op verder te bouwen.”
De startplaats van de wedstrijd, Vosselaar, heeft nog een contract voor 1 jaar. “Na deze editie gaan we opnieuw rond de tafel zitten om een verlenging te bekijken”, aldus Clerx. De focus ligt nu echter op de komende editie, waar de parcoursbouwer een open strijd verwacht tussen verschillende types renners, mede dankzij de status van de wedstrijd.
“Ik denk dat we de trend van de laatste jaren verderzetten, waarbij het niet uitsluitend meer een koers is waar alleen sprinters in stelling worden gebracht. Ook punchers hebben hier zeker een kans”, besluit Clerx. “Je ziet dat ook aan hoe de teams inzetten. Dit is een UCI 1.1-categorie, wat wil zeggen dat er voor de winnaar 125 UCI-punten te verdienen zijn. Dat is tegenwoordig heel belangrijk in het moderne wielrennen. Teams maken strategische keuzes om punten te scoren, en dat zal hier niet anders zijn. Er zullen zowel punchers als sprinters worden ingezet.”