
De Dordrechtse wielerclub DRC de Mol heeft afgelopen weekend de KNWU Clubcompetitie gewonnen en is zodoende het beste clubteam van Nederland. Deze unieke prestatie in de 95-jarige geschiedenis van de vereniging is echter niet uitsluitend het resultaat van Nederlands talent. De ploeg benadrukt dat de onvoorwaardelijke steun van talloze Belgische wedstrijdorganisatoren een fundamentele rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van hun renners.


Masterplan
De landelijke clubcompetitie vormt traditioneel het hoogste strijdtoneel voor de 25 sterkste amateurploegen van Nederland, waarbij de renners gedurende 8 uitdagende wedstrijden strijden om de punten. Voor de Zuid-Hollandse vereniging uit de oudste stad van Holland betekent deze eindoverwinning een belangrijke mijlpaal. Ze mochten in hun lange bestaansgeschiedenis namelijk nog nooit eerder zegevieren in dit nationale kampioenschap.
Tijdens de spannende finale liep de druk hoog op omdat concurrenten JEGG-SKIL-DJR (WV De Jonge Renner) en Jan van Arckel met respectievelijk 8 en 10 punten achterstand een serieuze bedreiging vormden. Bij De Jonge Renner werd zelfs ervaren teamleider Arthur van Dongen ingevlogen om de ploeg tactisch te ondersteunen. De Molrenners voerden echter hun eigen masterplan feilloos uit. Doordat er bij elke ontsnapping steevast een Molrenner aanwezig was, ontstond er uiteindelijk een beslissende kopgroep van 32 renners. Waarin de kersverse kampioenen met 4 eenheden stevig vertegenwoordigd waren.
Met een 9e, 11e en 14e plaats in de daguitslag verzamelde de ploeg ruim voldoende punten om niet alleen de dagwinst te pakken. Maar daarmee ook het eindklassement veilig te stellen. Deze triomf is het hoogtepunt van een 5-jarenplan dat in 2022 begon met een doorstart van het team. Destijds volledig opgebouwd uit eigen junioren en amateurs. Hoewel de ploeg 5 jaar geleden nog op de voorlaatste plaats eindigde, zijn zij door consequent te investeren in wedstrijdervaring spectaculair doorgegroeid naar de absolute top.



Lucinda Brand en Edward Planckaert
De basis voor dit sportieve succes ligt ongetwijfeld in de uitstekende infrastructuur waarover de vereniging al bijna een halve eeuw beschikt in de Hollandsche Biesbosch. Op dit uitgestrekte terrein beheert de club een eigen afgesloten wielerbaan, een uitdagend veldritparcours én een clubhuis. Waardoor renners in veilige omstandigheden kunnen trainen en koersen. Bovendien is de eigen voorjaarscompetitie, die traditioneel start in januari, al decennialang een enorme trekpleister voor talloze Belgische renners die hun vroege vorm komen testen.
Door de jaren heen heeft de Dordtse club diverse grote namen voortgebracht die zowel in Nederland als ver daarbuiten indrukwekkende prestaties hebben geleverd in het peloton. De bekendste naam van de huidige generatie is onbetwistbaar Lucinda Brand. Zij is bij de Belgische wielerliefhebbers natuurlijk buitengewoon bekend van haar overwinningen in het veldrijden. Daarentegen denken de oudere wielerfans ongetwijfeld met weemoed terug aan John Talen. Deze succesvolle profrenner uit een verder verleden reed namens de club meermaals de Tour de France.
Daarnaast mocht de organisatie vrij recent nog de getalenteerde Belgische prof Edward Planckaert verwelkomen op hun trainingsparcours. Wat de aantrekkingskracht op internationale renners sterk onderstreept. Voor wie zich afvraagt waar de opvallende naam van de vereniging vandaan komt, moeten we teruggaan naar het jaar 1933. Toen stelde de inmiddels verdwenen fietsenfabriek De Mol uit Ossendrecht, waar ook de legendarische Wim van Est op reed, kosteloos fietsen beschikbaar aan de clubleden. Deze vroege vorm van sportsponsoring leeft ondanks het verdwijnen van het fietsenmerk tot op de dag van vandaag voort in de officiële naam van de wielerclub.



Tim van der Poel
Ondanks de uitstekende faciliteiten in eigen land, beseft de ploegleiding maar al te goed dat deze ontwikkeling onmogelijk was zonder het vertrouwen van de vele Belgische koersorganisatoren. Dankzij de felbegeerde startrechten in België kregen de jonge renners de kans om wekelijks te groeien, nieuwe tactieken te leren, cruciale fouten te maken en sterker terug te komen. Dit beleid werpt nu overduidelijk zijn vruchten af. Dit vormt een essentieel onderdeel van het clubbeleid, waarbij de technische staf ernaar streeft om de ruim 20 selectierenners een uitgebalanceerd wedstrijdprogramma te bieden.
Om iedere renner voldoende vlieguren te garanderen, kiest de ploeg er bewust voor om in de Belgische interclubs niet altijd met de allersterkste opstelling te starten. Daardoor krijgen alle renners de kans om in enkele jaren tijd door te groeien. Wat de ploeg enorm waardeert in de samenwerking met de gulle Belgische wedstrijdorganisaties. Daarom spreekt het bestuur zijn oprechte dankbaarheid uit aan de organisaties van onder meer de Beker van belgië in Pajottegem (Omloop Markvallei), de Grote Prijs Etienne De Wilde in Laarne en de Schaal Schoeters in Beveren. Daarnaast stonden de renners met evenveel enthousiasme aan het vertrek bij de Grote Prijs Stad Sint-Niklaas, de beloftenwedstrijd in Dentergem, de Internatie in Reningelst en de Sluitingsprijs in Putte-Kapellen.
Naast dit leerzame Belgische programma, rijdt DRC de Mol middels een combinatieteam ook de uitdagende U23 Road Series en de Holland Cup. Het belangrijkste doel van de vereniging blijft het succesvol afleveren van jonge renners bij continentale wielerploegen, waarbij de hoop momenteel gevestigd is op stageman Tim van der Poel. De kersverse kampioensploeg hoopt volgend jaar opnieuw op de onmisbare uitnodigingen van de Belgische organisatoren te mogen rekenen voor de verdere ontwikkeling van hun talentvolle selectie. “Zonder deze fantastische interclubs was deze historische mijlpaal simpelweg nooit werkelijkheid geworden”, besluit de dankbare ploegleiding.

