Parijs-Roubaix voor junioren werd opgericht in 2003 en heeft vooralsnog slechts 1 renner die als wereldkampioen kon zegevieren in de Vélodrome André-Pétrieux. Dat was Jasper Stuyven in 2010. Het was liefde op het eerste gezicht voor de Flandrien. Stuyven rijdt op zondag 13 april 2025 zijn 10e Helleklassieker bij de profs. Zijn optredens tonen een mooie consistentie, met 2 top-5 finishes en geen enkele opgave. Met zijn stuurvaardigheid navigeert Stuyven perfect door de valstrikken van de Hel van het Noorden.


Enkel voorblad
“Ik moet zeggen dat Roubaix 1 van de weinige wedstrijden is die ik met mijn ogen dicht zou kunnen rijden.” De toon is gezet. Afgezien van een paar kleine aanpassingen is het parcours van het Franse Monument goed gekend en met 12 deelnames op zijn conto (alle categorieën samen) is Jasper Stuyven 1 van de meest ervaren renners in Parijs-Roubaix. De traditionele recons voor de Hel van het Noorden laat hij echter geenszins schieten. “Het is altijd goed om je geheugen op te frissen”, legt hij uit. “En soms heb je andere banden, andere wielen, dus natuurlijk wil ik er zeker van zijn dat ik vertrouwen heb in de keuzes die ik heb gemaakt.”
De van oorsprong Vlaams-Brabander, die nu bezig is aan zijn 12e profseizoen, is 1 van de sterke mannen van Lidl-Trek. Hij speelt elke keer weer een grote rol in de mannenwedstrijd. “Er is veel aandacht voor materiaal en de ploeg heeft veel moeite gedaan om ons de best mogelijke setup te geven”, beweert Stuyven. “De laatste jaren hebben ze die laatste stap naar de top ook op dat vlak gezet, wat heel mooi is.”
In deze voorjaarscampagne heeft het team zijn renners de mogelijkheid geboden om met een enkel voorblad te rijden. “Ik heb het niet gebruikt in de Vlaamse klassiekers, maar wel voor Roubaix, omdat er daar geen behoefte is aan kleinere versnellingen”, zegt Stuyven. “Je hebt alleen een grote ring nodig en dat is heel betrouwbaar in het schakelen. Het is mijn persoonlijke keuze en ik denk dat het beter is in Roubaix dan in Vlaanderen voor het type renner dat ik ben.”



Mentale focus
Als echte Flandrien heeft Stuyven veel waardering voor de kasseien van Parijs-Roubaix. “De meeste secteurs hebben echt van die specifieke Noord-Franse kasseien. Ze hebben iets brutaals.” Toch lijkt Stuyven ze onder controle te kunnen houden, want hij is maar 1 keer gevallen in al zijn deelnames. “Dat was tijdens de regenachtige editie van 2021”, herinnert hij zich. “Eigenlijk zat ik net langs de volgauto en was er miscommunicatie tussen mij en de mecaniciens. Dat is de reden dat ik tegen de stenen ging. Maar ik ga niet beweren dat ik stuurvaardiger ben dan andere renners. Misschien heb ik een beetje meer geluk. Ik hoop dat zo te houden.” (lacht)
Volgens Stuyven zijn er geen grote geheimen om de kasseien van Parijs-Roubaix te tackelen. “Hoe beter je benen zijn, hoe makkelijker je eroverheen komt”, weet hij. “De sleutel is om je momentum niet te verliezen. Als je het momentum verliest op de kasseien, kan het echt klote zijn. Ik probeer alvast te anticiperen op uitstekende stenen en grote kloven.”
Velen hebben een haat-liefdeverhouding met Parijs-Roubaix, maar voor Stuyven is het gewoon liefde. “Ik begrijp het wel”, erkent hij. “Deze wegen zijn niet de fijnste om te doen op een verkenningsdag, met tegenwind.… Dan heb ik echt het gevoel dat het niet de leukste dag op de fiets is. Maar buiten wat lekke banden op slechte momenten heb ik in koers geen echt slechte momenten gehad. Er waren edities die beter waren dan andere, maar dat is logisch. Elke klassieker is een mentaal gevecht. In Roubaix is moet je van start tot einde geconcentreerd zijn. Ik probeer altijd te starten met de beste mentale focus en de best mogelijke benen. En omdat het een periode is waarin je hoopt in topvorm te zijn, vergroot dat ook je kansen op een goede dag.”



Doorgaan
Stuyven is moeilijk te breken. Dat laat hij al sinds het begin van zijn carrière zien. Neem zijn 1e profzege, etappe 8 van La Vuelta 2015. Hij had een scafoïde gebroken bij een valpartij met nog 50 km te gaan en sprintte toch naar de overwinning in Murcia. Daags nadien trok hij zich terug. In Roubaix heeft hij nooit opgegeven en hetzelfde geldt voor de Ronde van Vlaanderen.
“In mijn 1e jaar kreeg ik te horen dat ik gewoon moest proberen om deze wedstrijden uit te rijden, omdat het je als jonge renner iets geeft voor later en je de voldoening krijgt dat je het hebt gehaald na al het harde werk”, legt hij uit. “Ik hield dat in gedachten en dat gaf me mentaal meer vrijheid om op ene resultaat te mikken.”
“Hoe dan ook, ik probeer altijd mijn koersen uit te rijden. Het is niet altijd evident, maar zelfs als ik in een vervelende situatie verzeil, probeer ik gewoon de finish te halen”, voegt Stuyven toe. “Het is niet erg om door te zetten, zelfs als je ver achter zit. Bij een crash zou het anders zijn, maar zolang het mogelijk is, ga ik graag door. Soms ben je ziek of ontstaat er een echt vervelende situatie, maar dat is voor mij nog niet het geval geweest in Roubaix.”


