Suske Verhaegen, de immer sympathieke coureur en spilfiguur achter de populaire bijeenkomsten voor ex-renners, is niet meer. Zijn overlijden laat een leegte na, zeker bij Jozef ‘Jos’ Van Olmen. Hij was niet alleen een concurrent in hun jonge jaren, maar vooral een jeugd- en boezemvriend. In zijn woning in Geel haalt een aangeslagen Van Olmen herinneringen op aan een man die hij omschrijft als “een echte volksmens”.


Jeugdvrienden en concurrenten
Hoewel ze opgroeiden in verschillende gemeenten, vonden ze elkaar al snel. “Ik ben van Geel afkomstig, Suske is van Grobbendonk”, vertelt Van Olmen. “Maar via de jeugdcategorieën vroeger troffen wij elkaar natuurlijk in de koersen. Suske is een jaar ouder. Hij is van ’48, ik ben van ’49. We waren concurrenten van elkaar.” Die rivaliteit op de fiets stond een vriendschap ernaast nooit in de weg. Ze werden samen prof, maar sloegen al snel een andere weg in.
Van Olmen reed 3 jaar voor het roemruchte Flandria, maar voelde zijn limieten. “Ik heb 4 jaar een profcontract gehad. Maar toen besefte ik dat mijn kwaliteiten te beperkt werden. Na het seizoen bij M.I.C.-Ludo-De Gribaldy ben ik gestopt.” Verhaegen zette door en koos bewust voor een ander pad. “Suske heeft gekozen voor dat kermiscircuit. Dat betekende dagelijks gaan koersen. Dat was knokken om je kost te verdienen. Hij heeft dat toch allemaal maar gedaan. Ik heb altijd veel bewondering gehad voor die mens. Woorden schieten mij dan eigenlijk tekort.”
Volgens Van Olmen was Suske’s grootste sterkte misschien wel zijn grootste zwakte in de koers. “Sus was veel te braaf, zei hij zelf ook geregeld. Dat was waar ook.” Maar naast de fiets toonde Verhaegen een andere kant, een zakelijk instinct dat Van Olmen niet had. “Hij heeft zijn beroep altijd serieus genomen. Als kleine verkoper is hij begonnen bij Marc Zeepcentrale en daarna is hij zelfstandige geworden. Ondanks zijn beperkte studies. Je moet het toch allemaal maar doen, hé. Suske was een topper.”


Het warme bad voor ex-renners
Na hun carrières verloren ze elkaar even uit het oog. Tot een telefoontje alles veranderde. “We zagen elkaar nog weleens sporadisch op een koers. Maar zo’n 14 jaar geleden belde hij me voor de organisatie van een reünie voor ex-renners. Ik ben daar direct mee ingestapt en ik vond dat fantastisch.” Samen met een kern van enkele anderen, waaronder Staf (Gustaaf) Van Roosbroeck, bouwden ze dat uit tot een fenomeen. “We waren met 6 man in het bestuur, maar Suske, Staf en ik zorgden voor het leeuwendeel.”
Het initiatief werd een overdonderend succes. De bijeenkomsten waren een reünie voor honderden oud-collega’s, hun partners en wielerliefhebbers. “We moesten de mensen warm krijgen om te komen. En dat lukte. Op het hoogtepunt hadden we zo’n 300 inschrijvingen. De vrouwen waren er ook bij. 7 ex-wereldkampioenen zijn er geweest. Ook de veldrijders, zoals Mario De Clercq, die kwamen allemaal met plezier opdagen. Je kon niemand noemen of hij was er. Allemaal de verdienste van Suske, want die kende iedereen.”
Enkele jaren geleden besloot de oude garde de fakkel door te geven. “Onze bedoeling was om een jong element toe te voegen aan ons bestuur. Fitte Peeters belde ons en wilde het overnemen, dus we dachten dat dat wel zou lukken.” De overname draaide uit op een teleurstelling. Na 2 jaar stopte het. “Dat was wel pijnlijk, ja. Fitte dacht dat het allemaal vanzelf komt, denk ik. Maar zo lukt dat niet. Je moet werken om mensen warm te krijgen voor een event.”


Val met zware gevolgen
Ondanks het einde van hun gezamenlijke project, bleef het contact met Suske Verhaegen intens. “Ja, we hebben altijd contact gehouden. Per telefoon of via de computer, we zijn altijd blijven praten.” Van Olmen is ervan overtuigd dat de oorzaak van Suske’s vroege overlijden jaren terug te vinden is, na een zware val van zijn dak. “Na zijn val heeft hij 6 weken in coma gelegen. Toen was het al op het randje. Daar heeft hij zich echter nog doorgeknokt.”
Volgens Van Olmen was dat het begin van het einde. “Hij heeft 10 jaar verlenging gekregen van zijn leven, in mijn ogen. Maar als je van 6 meter naar beneden op asfalt terechtkomt, dat is niet evident.” De vechtlust die hem als kermiscoureur kenmerkte, toonde hij ook toen, maar het lichaam was getekend.
De leegte die Suske Verhaegen achterlaat, is immens. “Ik ga hem missen, ja. Suske is een echte volksmens. Iedereen kent Suske, en Suske kent ook iedereen. Je mag de grootste coureur noemen, ook buitenlanders…. Die kennen hem. Hij kende heel het wielerpeloton, van vroeger tot nu, bijna persoonlijk.” Het is die mensenkennis, die warmte en die onvoorwaardelijke liefde voor de koers die men zal herinneren. Voor Jos Van Olmen is het nog simpeler. “Het is een stukje van mijn leven dat weg is.”