Mathis Avondts heeft al een uitstekend seizoen achter de rug en rijdt dit najaar 2026 als stagiair voor Pinarello Q36.5. De renner van Azerion/Villa Valkenburg won al3 keer dit seizoen en krijgt nu de kans om zich te bewijzen op procontinentaal niveau. Te midden van de onzekerheid over de weinige beschikbare plaatsen in het peloton, blijft de Kempische spurtbom vol zelfvertrouwen. “Ik kan deze ploeg iets bijbrengen”, vindt hij.


In de kant gewaaid
De ZLM Tour 2026 was afgelopen week een pittige test voor het peloton vanwege de extreme weersomstandigheden in Nederland. “Er was enorm veel wind en ik ben daardoor zelfs een paar keer in de kant gewaaid”, vertelt Mathis Avondts. “Op een gegeven moment stond er 40 km/u wind en was het echt harken om überhaupt recht te blijven op de fiets. Gelukkig zonder averij op te lopen. Tijdens die 2e etappe zat ik achter de grote WorldTour-gasten in de 2e waaier, waardoor ik op zich goed mee kon met die toppers.”
Terugkijkend op de rest van zijn seizoen overheerst een zeer positief gevoel bij de sprinter uit de Belgische Noorderkempen. “Mijn seizoen is bijzonder goed geweest, ik mag absoluut niet klagen over de resultaten”, analyseert hij. “Ik heb inmiddels 3 UCI-wedstrijden gewonnen, waaronder een zware profkoers in Griekenland en een hectische massasprint in de slotetappe van de Ronde de l’Oise tegen een sterke Mathias De Keersmaeker. Als ik toch 1 puntje kritiek op mezelf mag formuleren, is het dat ik in de zomer misschien iets meer van mezelf had verwacht. Zeker in de Tour of Magnificent Qinghai in China. Al heb ik zeker in augustus relatief weinig gekoerst.”
3 keer won Avondts een massasprint, daar ligt dan ook zijn sportieve toekomst. “Ik wist natuurlijk wel dat ik behoorlijk snel en vooral een uitgesproken sprinterstype ben”, legt hij uit. “Al die wedstrijden die ik dit jaar heb gewonnen, kwamen voort uit een massasprint,. Dat heeft mijn profiel als afmaker alleen maar bevestigd. Bij de beloften won ik destijds ook de klassieker Brussel-Opwijk en dus verteer ik korte klimmetjes doorgaans goed. Maar op het huidige profniveau is dat toch een pak anders. En moet ik nog verder ontdekken hoe mijn kwaliteiten daar exact liggen.”


Nieuwe kans
De overstap naar een procontinentale ploeg kwam tot stand via zijn makelaar. “Hij is heel goed bevriend met Alex Sanz en via die rechtstreekse weg ben ik in contact gekomen met de teamleiding”, duidt Avondts. “Het is nu vooral een kwestie van afwachten hoe de komende wedstrijden precies uitdraaien en wat ik daadwerkelijk voor de ploeg kan betekenen in de finales.”
De allereerste kennismaking met zijn nieuwe professionele werkomgeving verliep alvast als gesneden brood. “Ik mocht onlangs mijn nieuwe fiets gaan ophalen op de service-course in Oosterhout en daar waren ze werkelijk heel gastvrij”, herinnert hij zich enthousiast. “Ik woon zelf in Kalmthout, vlak bij de grens met Nederland, dus die locatie is voor mij erg dichtbij en bijzonder handig. Hoewel ik mijn allereerste officiële wedstrijd voor hen nog moet rijden, ben ik daar ontzettend warm ontvangen, wat meteen heel erg leuk en vertrouwd aanvoelde.”
Ondanks die prachtige kans om zich te tonen in het najaar, is er nog geen enkele contractuele zekerheid voor volgend seizoen. “Ze hebben tot op heden nog geen harde belofte gedaan dat ik mag blijven”, geeft hij eerlijk toe. “Mijn makelaar heeft mij echter wel aangegeven dat het normaal gezien geen probleem mag zijn als mijn prestaties goed zijn. Ik heb momenteel vooral veel vertrouwen in mezelf dat ik de ploeg iets extra’s kan geven. En dat ik het waard ben om een vast contract voor de komende jaren te versieren.”


Koersminded
De huidige economische situatie in de wielerwereld zorgt logischerwijs voor extra spanning bij jonge talenten die de stap naar de top willen zetten. Maar eigenlijk bij iedere coureur, tenzij bij de gevestigde waarden. “Het is ontzettend spannend en moeilijk, zeker met het recente wegvallen van traditieploegen zoals Flanders-Baloise”, stelt Avondts ook vast. “Er vallen de laatste jaren helaas steeds meer ploegen weg en er zijn daardoor te veel goede renners voor het beperkte aantal plekjes dat er nog over is. Dat maakt het moeilijker dan ooit om een echt profcontract te bemachtigen. Al vind ik persoonlijk niet dat ik daarvan wakker mag liggen of stress over moet hebben.”
Avondts probeert iets achter de hand te houden, al richt hij zijn vizier nog vooral op die profdroom. “Ik had mijn studies destijds bewust een tijdje aan de kant gezet om mij 100% op het wielrennen te kunnen focussen”, vertelt hij. “Mijn ouders zijn gelukkig heel koersminded en steunen mij daar enorm goed in. Wat een gigantisch voordeel is nu ik nog thuis woon. Ik ben momenteel wel rustig aan het kijken om na de koers eventueel een graduaat te behalen, maar voorlopig ligt mijn volledige focus op de vraag of ik volgend jaar voltijds prof kan worden.”
Een langer verblijf in het continentale circuit lijkt momenteel geen serieuze optie meer. “Ik wil volgend jaar heel graag de stap hogerop zetten en denk bovendien zeker dat ik het hoge niveau van de WorldTour- en procontinentale mannen aankan”, besluit Avondts strijdvaardig. “Ik heb op continentaal niveau een heel constant seizoen gereden. Er rijden tegenwoordig ook echt geen pannenkoeken meer rond in die sterke development teams. Als je op dat niveau kunt winnen en constant presteert, ben je fysiek klaar voor de volgende stap. Ik ga ongetwijfeld ook bij de echte profs mijn mannetje kunnen staan.”

