
In Rollegem slaagde Sente Sentjens (19) er niet in z’n Belgische U23-titel te verlengen. In een massaspurt botste hij op leeftijdsgenoot Liam Van Bylen. De Limburger van het Alpecin-Deceuninck Devoteam beweerde niet teleurgesteld te zijn met de zilveren medaille. In 2026 stapt hij over naar het WorldTour-team van de broers Roodhooft. Om een rol te krijgen in de sprinttrein van Jasper Philipsen?


Verkeerd gegokt
“Misschien heb ik onderweg iets te veel gegeven”, probeert Sentjens z’n duidelijke spurtnederlaag van het BK te verklaren. “Persoonlijk dacht ik dat er meer kans was op een sprint met een uitgedunde groep. Want hier in Rollegem toch een pittig parcours met ongeveer 1.600 hoogtemeters. Neen, de buien waarop we werden getrakteerd, hebben voor mij niets veranderd. Ik heb dat graag. Dat we door een neutralisatie een halfuur stil stonden, dat vond ik dan weer minder aangenaam. Maar dat was voor iedereen hetzelfde. En het was ook nog heel vroeg in de koers, in de 2e ronde.”
“Ik dacht echt dat het zou scheuren”, gaat Sentjens verder. “Ook omdat het tijdens dit BK nooit stilviel. Dat was verkeerd gegokt. In een massaspurt waren wij met onze ploeg tegenover Lotto in het nadeel. Wij stonden slechts met 5 renners aan de start van dit BK. Toch slaagden Jente Michels en Aaron Dockx er voor mij in een hele goeie lead-out te doen. Maar vandaag was 1 man duidelijk sneller dan mij.”
Sentjens trekt zich op aan het gegeven dat hij een jaar lang in de 3-kleur mocht trainen. Slechts 2 keer mocht hij in z’n kampioenstrui koersen. “Ik ben blij dat ik er toch 1 keer heb in kunnen winnen”, verwijst de Limburger naar z’n zege in de Youngster Coast Challenge tussen Bredene en Koksijde. Dit voorjaar een UCI-wedstrijd waarin hij onder meer Liam Van Bylen het nakijken gaf.



Trotse moeke
“Ik was goed aan het seizoen begonnen”, evalueert hij de eerste 6 koersmaanden van 2025. “Daarna kende ik wat pech. Bij een val in de Olympia’s Tour kneusde ik mijn linkerpols. Daarna reed ik Parijs-Roubaix voor beloften. In die klassieker liep ik bij een valpartij een barst in m’n rechterpols op. Waardoor ik een tijdje buiten strijd was. Half mei kon ik in Rund um Köln met de profploeg hervatten.”
De lijn van de eerste weken van het seizoen kon Sentjens niet onmiddellijk doortrekken. “Voor mij persoonlijk brak een moeilijkere periode aan”, zucht hij. “In amper 8 dagen verloor ik mijn ‘moeke’. Zij heeft me helpen opgroeien en was 8 jaar mijn buurvrouw. We hadden een speciale band. Ook al werd ze 93 jaar, met haar overlijden had ik veel moeite. Ging ik bij haar op bezoek, was ik precies haar God. Gelukkig heeft ze heel wat mooie momenten uit mijn carrière kunnen meemaken. Stond er iets in de krant, dan knipte ze dat artikel uit en bracht ze in het rusthuis iedereen op de hoogte van een mooie prestatie. Ze was heel trots.”
Intussen heeft de jonge kerel het wegvallen van z’n overgrootmoeder een plaats kunnen geven. “Ik denk dat ik er nu opnieuw bovenop ben”, gaat Sente Sentjens verder. “In Spanje heb ik 2 weken goed kunnen trainen. Op het vlak van conditie ben ik weer in orde. Dat was duidelijk in dit kampioenschap. Voor mij komt er nu een stevig competitieblok aan.”



Rickaert blind volgen
Dat begint met de Ronde van Denemarken die op dinsdag 12 augustus 2025vvan start gaat. “Daarna doe ik enkele kleinere rondjes met het opleidingsteam”, verduidelijkt Sentjens. “In september zal ik nog enkele 1-dagskoersen met het WorldTour-team van Alpecin-Deceuninck rijden.”
In 2026 hoort Sente Sentjens effectief tot de WorldTour-ploeg van de broers Roodhooft. De voorbije maanden kon hij al enkele keren proeven van de werking van het team. Zo werkte hij in dienst van Jasper Philipsen de Baloise Belgium Tour af. Krijgt hij in de toekomst een rol in de sprinttrein van de Vlam van Ham?
“In de openingsetappe van de Baloise Belgium Tour tussen Merelbeke en Knokke werd ik er meteen ingesmeten”, blikt Sentjens terug. “Onmiddellijk heb ik beseft dat ik nog veel te leren heb. Ik ben nog jong en moet leren uit de fouten die ik maak. In de Baloise Belgium Tour heb ik ervaren dat je iemand als Jonas Rickaert blind kunt volgen, dat je daar geen vragen bij moet stellen. Ik moet proberen op de momenten dat het kan iets meer te communiceren over hoe en wat in zo’n sprinttrein. Dat pas ik nu al veel beter toe.”
