
Met een overwinning en een 2e plaats kende Loes Sels een uiterst succesvolle seizoensstart in Litouwen. Na een zwaar wegseizoen en zonder specifieke veldtrainingen in de benen, trok de Antwerpse veldrijdster naar het verrassend zware parcours in de Baltische staat om belangrijke UCI-punten te sprokkelen. Op de oever van de Nerisrivier deelt ze ons alle details over haar seizoenstart.


Punten sprokkelen
Waar veel rensters hun crossseizoen begonnen in Duitsland of België, besloot Loes Sels haar campagne dit jaar in Litouwen af te trappen. “Ik heb vorig jaar redelijk wat in het buitenland gereden, onder meer in het Hongaarse Debrecen”, verklaart Sels haar keuze. “Daardoor verlies ik redelijk wat punten als ik niet cross. Het plan was daarom om deze 2 wedstrijden te rijden en daarna te rusten na een zwaar wegprogramma.”
Hoewel Sels zich meer op de weg toelegt, vindt ze het scoren van punten belangrijk. “Wanneer ik in december weer vol de cross induik, is het cruciaal om punten achter de hand te hebben”, beseft ze. “De junioren pakken tegenwoordig ook veel punten weg. Als je daardoor in de grote crossen ineens vanaf de 5e of 6e startrij moet vertrekken, is dat gewoon niet meer zo plezant crossen.”
Naast het sportieve aspect bood het uitstapje naar Vilnius ook ruimte voor een nieuwe ervaring. “Het is leuk om meer in het buitenland te crossen, dan kom je eens op andere parcoursen en zie je onderweg nog het een en ander”, klinkt het enthousiast. “We zijn hier bovendien geweldig ontvangen door de organisatie, die zelfs ons hotel heeft geboekt. We blijven nu nog een paar dagen om te genieten van de omgeving.”



Zwaarder dan Valkenburg
Hoewel Litouwen geen crosshistorie heeft, was er een bijzonder mooie omloop uitgetekend met maar liefst 58 hoogtemeters per ronde. “Het parcours was enorm lastig, ik wist vooraf niet dat het zo pittig zou zijn”, blikt ze terug. “Je verkijkt je erop, maar van de rivier tot helemaal bovenaan bij de flatgebouwen is het flink klimmen. Het is geen Koppenberg, maar het is iets zwaarder dan het oude parcours van de Wereldbeker in Valkenburg.”
Ondanks de vermoeidheid van het wegseizoen presteerde Sels prima. “Ik denk dat ik tevreden mag zijn met een zege en een 2e plek”, stelt ze vast. “Deze zondag ging het voor mijn gevoel misschien iets minder, maar ik heb nog geen veldtrainingen gedaan. Ik ben van de weg meteen het bos ingedoken, dus deze uitslagen zijn gewoon goed om mee te beginnen.”
Bij haar wegploeg ontfermt Sels zich graag over jongere talenten, maar in het veld blijkt die mentorrol lastiger in te vullen. “Op de weg kan je rensters onderweg tijdens de wedstrijd nog corrigeren”, legt ze daarover uit. “In het veldrijden warmt iedereen apart op en dat is toch anders. Ik weet niet of de jeugd in het veld nog echt tactische dingen van ons overneemt, waardoor het begeleiden in deze discipline wat moeilijker is.”


[ONTDEK ONZE PAGINA FIETSVACATURES]

Toekomst voor meisjes
Sels kan dus op 41-jarige leeftijd, deels ondersteund door de organisatie, een volwaardige cross aan de andere kant van het continent rijden. Dat was haar aan het begin van haar carrière niet gegeven. Al in 2002 stond ze aan de start van haar 1e elite-WK, toen als 1e jaars juniore. “Vroeger moesten de vrouwen altijd ontzettend vroeg in de ochtend starten en er werd best wel een beetje neergekeken op het vrouwenveldrijden”, herinnert ze zich. “Tegenwoordig is dat totaal anders en is de waardering enorm gegroeid. Het is best bijzonder om zoveel verschillende nationaliteiten aan de start te zien over alle wedstrijden heen.”
“In de breedte is het algemeen niveau versterkt en ook de top is wat omhoog gegaan”, vervolgt Sels. “Dat komt vooral doordat er veel meer vrouwen wedstrijden rijden, wat een goede ontwikkeling is. Dat draagt namelijk bij aan de populariteit. Omdat het peloton zoveel groter is geworden met al die verschillende nationaliteiten, is het koersverloop nu gewoon veel spannender dan vroeger.”
Door die ontwikkelingen dromen nu meer vrouwen van een bestaan als crossster, zelfs in de Baltische staten. “Toen ik jong was, was de cross totaal nog niet toegankelijk genoeg om daar prof in te worden. Dat kon eigenlijk alleen op de weg”, sluit ze af. “Ik heb daardoor nooit de kans gekregen om me 100% op het veldrijden toe te leggen en dat is ergens wel jammer. Maar voor de opkomende jeugd is het natuurlijk fantastisch dat zij zich nu wél volledig op de cross kunnen richten. Er reden hier in de ochtend en middag veel kinderen op de MTB en crossfiets, ook veel meisjes. Dat was mooi om te zien.”

