
De zon scheen, het volk kwam talrijk op en de ambiance was fantastisch. De recentste editie van de GP Roggeman, een UCI 1.2-wedstrij, was een succes afgelopen vrijdag 1 mei 2026. Organisator Kris Van Duyse is een tevreden man. Toch kijkt hij met zijn team nu alweer vooruit naar hun andere, en misschien wel belangrijkste, organisatie van het jaar: de kermiskoers in september. Een koers die, net als vele andere in Vlaanderen, vecht voor zijn voortbestaan.

Geld versus volksfeest
Voor velen is het 1 van de meest authentieke uitingen van de Vlaamse wielercultuur, maar wanneer spreken we precies van een kermiskoers? “Een kermiskoers is het laagste niveau van een beroepsrennerskoers in België”, legt Van Duyse uit. “Het is geen UCI-koers, maar de historiek van het Belgisch wielrennen ligt daar. Daar is de geschiedenis geschreven en daar zijn heel vaak kleinere renners een stapje hogerop kunnen zetten. Kermiskoersen zijn een belangrijk gegeven voor Vlaanderen om goede renners te kweken.”
Het verschil met een UCI-wedstrijd, zoals die van begin mei, is volgens hem met 1 woord samen te vatten. “Geld.” Het budget is een wereld van verschil, maar de beleving is dat evenzeer. “Laat ons zeggen dat een kermiskoers echt een volksfeest is, waar een inwoner van ons dorp of de omliggende dorpen een halve dag verlof voor pakt. Hij gaat kijken, een pintje drinken, er een kroegentocht van maken met vrienden.”
Een grotere wedstrijd trekt een ander publiek. “Een UCI-koers is echt voor de spanning, voor de sport, voor de wedstrijd. Dat trekt meer de liefhebber aan”, stelt Van Duyse. “Een kermiskoers is echt meer een volksfeest dan de grotere wedstrijden.” De vraag waarom ze dan toch vasthouden aan die budgettair minder interessante koers, lijkt voor de hand te liggen, maar het antwoord is dat niet.


Erfenis sinds 1928
“Dat lijkt een moeilijke vraag, maar dat is eigenlijk niet zo”, zegt Van Duyse stellig. “Onze koers is gestart in 1928. Dat volkse karakter, die ambiance, die sfeer, dat wil eigenlijk ook niemand missen in ons bestuur en bij onze medewerkers. Dat is misschien ook de koers waar we het meest naar uitkijken als organisatie.”
De reden is de unieke sfeer die er die dag heerst. “Het geeft een aparte beleving en ook voor de entourage, voor onze medewerkers, is dat echt een hoogdag. Die wil niemand missen, los van de kwaliteit van het deelnemersveld.” Bovendien is het paradoxaal genoeg soms makkelijker om ronkende namen aan de start te krijgen. “Een kermiskoers is een individuele koers. Daar kan je al eens makkelijker een naam krijgen of betalen. Die moet dan niet met de ploeg komen.”
De organisatie van zo’n dag is een geoliede machine. “De dag start om 7 uur, te beginnen met de aankomstzone aan te kleden. Er zijn verschillende ploegen tegelijkertijd aan het werken om die koers tot een goed einde te brengen”, vertelt Van Duyse. “Technische mensen zijn op de baan, er is een veldcafé, de VIP’s worden ontvangen. En dan na de aankomst en de huldiging, moe maar tevreden ons bed in.”


Toekomst niet laten afzinken
Het voortbestaan van de kermiskoers is geen evidentie. Recent nog ondertekenden verschillende organisatoren, waaronder die van de GP Roggeman, een charter om de kermiskoers te laten erkennen als cultureel erfgoed. “Het onder de aandacht brengen van de teloorgang en de moeilijkheden moet toch iets teweegbrengen”, hoopt Van Duyse. “Dat kan bij de gewone supporter zijn, bij een extra sponsor, maar ik hoop ook bij de bond en de wielerploegen.”
Volgens hem moeten alle partijen het belang ervan inzien. “Zij moeten toch ook beseffen dat jonge renners misschien wel die kermiskoersen nodig hebben om zich te kunnen bewijzen en zo door te groeien.” Het doel is helder: “We hebben hier iets unieks in handen in Vlaanderen. Laat ons dat niet nog verder afzinken naar een minimum.” Een vaak gehoord probleem is de vergrijzing binnen de besturen, maar daar heeft de GP Roggeman een antwoord op gevonden.
“Daar hebben wij geluk gehad. Ik was een jaar of 15 geleden de enige jonge gast in een bestuur vol met oudere mensen”, herinnert hij zich. Toen de oudere garde ermee wilde stoppen, heeft hij een nieuwe ploeg samengebracht. “Ik heb heel wat jonge mensen bereid gevonden om mee aan die kar te trekken. We hebben nu een hele sterke jonge kern van 30’ers, 40’ers en 50’ers. Aangevuld met de gewaardeerde hulp van de oudere mensen. We hebben een hele mooie mix.” Met die sterke basis kijkt hij hoopvol naar de toekomst. “Ik hoop dat de toekomst van de kermiskoers bestendigd kan blijven. Een charter lanceren is 1 ding, maar er zijn nog mogelijkheden om samen te werken met andere organisaties om het nog interessanter te maken.”