
Na het daverende succes van het allereerste gebundelde WK in Glasgow, kijken we reikhalzend uit naar de volgende stap in de evolutie van het Super-WK. In 2027 vormt de pittoreske Franse regio Haute-Savoie het indrukwekkende decor. Peter Van Den Abeele, Sports Director bij de UCI, blikt terug op de lessen uit Schotland en kijkt vooral vooruit naar wat een nog robuuster, groter en mooier event moet worden. Maar wat moet dat effectief opleveren voor de federaties en de disciplines op zich?


Commerciële en sportieve triomf
Het samenvoegen van alle wielerdisciplines tot 1 gigantisch event levert de UCI en de sport zelf een ongeziene uitstraling op. “Het idee kwam in 2018 van onze voorzitter om zo snel mogelijk een Super-WK te organiseren”, vertelt Van Den Abeele. “Glasgow bundelde 13 disciplines over een periode van 11 dagen en werd een megasucces. De grote leerschool was om de disciplines te bundelen naar een groter event over een langere periode, zodat je veel meer tractie hebt met zowel toeschouwers ter plaatse als voor televisie.”
Deze hogere zichtbaarheid genereert een gigantische economische impact, waardoor de UCI op lange termijn enorme stappen kan zetten richting een nog groter publiek. “De kijkcijfers waren echt schitterend en dat heeft ons geleerd dat dit een fenomenaal event is”, beweert de voormalig veldrijder. “Onze baby is geboren en moet nu een tweeling worden die veel robuuster, groter en mooier is. De directe economische impact op Schotland was 235 miljoen euro en we hopen nu nog stukken beter te doen. Als je dat gaat vergelijken met het Olympisch niveau van 10.500 atleten, willen wij daar ruim boven gaan. Dat toont dat het businessmatig absoluut een voltreffer is.”
Het wielrennen op zich profiteert maximaal van dit concept omdat de huidige generatie supersterren de kar trekt en de hele sport naar een ongekend niveau tilt. “De wielersport leeft in de 1e plaats door zijn vedetten en zijn idolen”, verduidelijkt Van Den Abeele. “Je kent de namen. De combinatie van al die vedetten en de ontwikkeling van dit format heeft de wielersport duidelijk een extra impuls gegeven. Daar mogen we best trots op zijn.”



Springplank voor kleinere disciplines én breedtesport
Het enorme bereik van het Super-WK biedt kleinere wielersporten de kans om mee te surfen op het succes en zo sneller te professionaliseren. “Iedere nationale federatie kan aangeven welke discipline bij hen lokaal echt heel populair is”, legt Van Den Abeele uit. “Polo-Vélo bijvoorbeeld, dat ik voor de onderhandelingen met Haute-Savoie ook niet kende, doet zo zijn intrede op het Super-WK in 2027. Omdat die discipline officieel is geïntegreerd bij de Franse nationale federatie, grijpt het de kans om op het hoogste niveau te verschijnen.”
Naast de profs krijgen amateurrenners en recreanten volop de ruimte om zelf te schitteren, wat de populariteit van opkomende takken zoals gravel en de granfondo exponentieel doet stijgen. “Het topniveau blijft natuurlijk behouden en iedereen kijkt uit naar de mondiale sterren, maar er is zoveel meer”, benadrukt Van Den Abeele. “Iedereen kan meedoen aan de Gran Fondo, het gravel of de MTB Marathon. Dat creëert een echt massa-evenement en laat mensen zelf meegenieten van de mooie natuur ter plaatse, de lokale lekkernijen en het schitterende meer van Annecy.”
Ook de broodnodige jeugdwerking binnen deze kleinere disciplines krijgt een enorme impuls door laagdrempelige nevencompetities tijdens het WK. “Voor de jeugd hebben we zo bijvoorbeeld de BMX-challenge, van 15 tot 18 jaar”, klinkt het. “Dat is echt wel iets dat enorm hard aanslaat. Op een WK hebben we daarvoor makkelijk 2.500 jeugdrenners aanwezig, wat voor het lokale toerisme en het aantal benodigde slaapplaatsen natuurlijk niet te verwaarlozen valt.”



Financiële en structurele steun
De aanzienlijke inkomsten uit dit megaproject stromen rechtstreeks door naar de basis, waardoor de UCI en de nationale federaties zich sneller kunnen ontwikkelen. “Onze prioriteit nummer 1 is dat onze nationale federaties kunnen deelnemen aan wedstrijden van de internationale kalender”, stelt de topman. “Hoe meer middelen de nationale federaties hebben, hoe meer zij zich kunnen ontplooien. De verschillende steden en regio’s snakken allemaal naar deze succesvolle formule en dat succes stroomt door naar de federaties en de specifieke disciplines.”
Een fundamenteel deel van de financiële opbrengsten vloeit nadien specifiek naar het ontdekken en opleiden van beloftevolle renners uit landen die zelf minder middelen ter beschikking hebben. “We geven veel support aan ons World Cycling Center, dat jeugdige talenten in de hele wereld detecteert”, aldus Van Den Abeele. “Die talenten komen bij ons trainen en verblijven 3 tot 6 maanden bij ons. Ze krijgen er deskundige begeleiding van coaches, voedingsdeskundigen en masseurs.”
Het langetermijnperspectief stelt de UCI en de nationale federaties ten slotte in staat om vooruit te plannen en structureel te innoveren. “Voor onze voorzitter was het een visionair project en dat willen wij echt wel koesteren op lange termijn”, besluit de Vlaming overtuigd. “Editie 2031 is al toegekend aan de regio Trentino in Italië en ook voor 2035 zijn er al verschillende kandidaten buiten Europa die zich aanmelden. Het Super-WK is echt een enorm succes voor de lokale autoriteiten en de toerismediensten die de verdere groei van de wielersport wereldwijd garanderen.”

