
Een scherpe column van sportjournalist Hans Vandeweghe in de Belgische krant De Morgen heeft de gemoederen in het veldritwereldje danig verhit. Vandeweghe stelde in zijn stuk onomwonden dat veldrijden geen plaats heeft op de Olympische Winterspelen. Op sociale media reageren volgers van de cross als door een wesp gestoken.


Niet aan zijn proefstuk toe
Dat Vandeweghe een scherpe pen heeft, wisten we al langer. Naargelang op wie hij zijn pijlen richtte, zal de lezer hem gelijk geven of zwaar verontwaardigd zijn. Een middenweg is er zelden. De sportjournalist gaat de controverse zeker nooit uit de weg, misschien zelfs eerder integendeel. Vandeweghe heeft trouwens een verleden in de wielrennerij: tot februari 2014 was hij algemeen directeur bij Wielerbond Vlaanderen. Die job combineerde hij met het freelance schrijven van stukjes voor De Standaard. Maar een scherpe column over snowboarder Seppe Smits – onder de titel ‘Is dit sport?’ – kostte hem naar eigen zeggen zijn job bij de Wielerbond. En laat het nu net die combinatie zijn – wielrennen en Olympische Winterspelen – die vandaag opnieuw aanleiding geeft tot een hoogoplopende discussie.
Vandeweghe stelt dat in “het programma van de Olympische Spelen enkele rare sporten, randje ‘onnozeliteiten’, zitten. (…) Het is niet omdat er al ‘onnozeliteiten’ op de Olympische agenda staan en er recent nog wat zijn toegevoegd – denk aan breaking en skateboarden – dat er nog meer bij moeten. Derhalve is het de morele plicht van de weldenkende sportlievende mens om te hopen dat veldrijden níét op de sportenlijst van de Olympische Winterspelen van 2030 terechtkomt”. Bam, die zit!
De Winter Olympic Federations, de belangenvereniging van alle wereldsportbonden die op de Winterspelen actief zijn, kwam echter vorige week met een ‘njet’ tegen veldrijden als Olympische Wintersport. “Laten we eerst onze wintersporten ontwikkelen en niet nieuwe sporten introduceren die tegen het ijs- en/of sneeuwcriterium in het Olympisch Charter ingaan”, klonk het.



Pro’s en contra’s
Laat ons trachten op een objectieve manier de pro’s en contra’s even op een rijtje te zetten. Er is in ieder geval 1 belangrijke objectieve reden om cyclocross niet als discipline op te nemen in de Olympische Winterspelen. IJs of sneeuw zijn geen noodzaak om de sport te kunnen beoefenen. Indien die weersomstandigheden zich voordoen, kan een wedstrijd wel degelijk doorgaan. En de meeste veldrijders zijn dermate stuurvaardig dat ze ook over ijsplekken en besneeuwde omlopen kunnen fietsen, iets wat gewone stervelingen niet kunnen. Maar het is geen ‘conditio sine qua non’. Integendeel zelfs, het gebeurt zelden dat er nog op ijs of sneeuw moet gecrosst worden. De klimaatopwarming, weet je wel?
Nu hebben we het even opgezocht. Alle sporten op de Olympische Winterspelen vereisen dat ze op ijs of sneeuw plaatsvinden. Einde discussie. Dus ja, Vandeweghe heeft eigenlijk gelijk. Daar had hij het bij kunnen laten. Maar helaas doet hij dat niet…
De journalist voegt eraan toe dat offroad wielrennen al Olympisch is. “Het heet mountainbike. Een echte topsport. Want als de beste veldrijder ooit, tegelijk 1 van de beste wegrenners van het moment, er zich aan waagt, wordt hij zoek gereden”, klinkt het. Daarbij voorbijgaand aan het feit dat Van der Poel Europees kampioen Mountainbike werd in 2019 en meerdere Wereldbekerwedstrijden won en hij op grote afspraken voornamelijk door pech of een slechte startpositie werd gehinderd. Vandeweghe vergeet hier om ook even naar het vrouwenwielrennen te kijken: Pauline Ferrand-Prévot is wereldkampioene in alle disciplines van het wielrennen, zowel op de weg als offroad.



Lokaal tijdverdrijf
Als bijkomende argumenten gebruikt Vandeweghe de stelling dat de beste atleten doorgaans niet meedoen – hij doelt uiteraard op Mathieu en Wout. En als ze er zijn, winnen ze meestal met een straat voorsprong. Als we dat argument moeten aanvaarden, dan moeten we ook het polsstokspringen als Olympische discipline schrappen. De Zweed Mondo Duplantis begint ongeveer te springen als de anderen al uitgeschakeld zijn….
Bovendien gaat die redenering ook weer alleen op voor het mannenveldrijden. Bij de vrouwen staan de besten van de discipline doorgaans wel aan de start. Dat geldt ook voor een ander gebruikt argument. “Veldrijden is niet een internationaal, ook niet regionaal, maar een lokaal tijdverdrijf”. Het klopt dat er bij de mannen een dominantie is van Belgen en Nederlanders. Bij de vrouwen is de top véél internationaler. Daar wezen we hier al op.
In een column mag of moet je de zaken wat op scherp stellen, maar bij volgende stelling gaat Vandeweghe helemaal uit de bocht. “De sport veldrijden is niet eens een sport, maar een zeer kleine discipline of training in circusverpakking in de bijzonder kleine sport wielrennen.” Dat zal iedereen die ooit aan competitieveldrijden deed, met klem tegenspreken. Veldrijden is een uur lang compleet in het rood gaan. Weinig sporten zijn zo intensief als veldrijden. Het is niet omdat de sport misschien geen plaats heeft op de Winterspelen dat men er meewarig over hoeft te doen!