
Voor een massa eigen fans werd Giel Lejeune zondagvoormiddag 9 november 3e op het Europees kampioenschap Veldrijden 2025. Hoewel een einde aan een ongeslagen reeks wellicht teleurstelling doet vermoeden, blijkt niks minder waar. De Vlaams-Brabander is tevreden met zijn resultaat, en richt zich alweer op de rest van het seizoen.


Einde aan ongeslagen reeks
Giel Lejeune was dit seizoen 2025-2026 vooralsnog niet te stoppen. De jonge Belg won alle 5 wedstrijden waaraan hij dit seizoen deelnam, en startte het EK dan ook als topfavoriet. Desondanks bleek hij niet veel last te hebben van stress. “Ik benaderde deze wedstrijd gewoon als elke andere”, klinkt het hier in Middelkerke. “Ik heb vorig jaar ook al kampioenschappen gereden, en die ervaring hielp wel.”
Lejeune reed een sterke wedstrijd. Hij pakte de kopstart, en voerde meteen de forsing. In de 2e helft moest hij echter zijn meerdere erkennen in 2 Italianen, Filippo Grigolini en Patrik Pezzo Rosola. “Het internationale niveau onderschatten de meeste mensen wel een beetje”, beseft Lejeune. “Een A-cross in België heeft vooral Nederlanders en Belgen aan de start. In onze categorie zijn de Italianen en Fransen ook heel sterk, dat bleek nu maar weer.”
De beslissing viel in de voorlaatste ronde, toen Lejeune een foutje maakte op de 2e zandduin. “Ik was de ronde daarvoor net over mijn toeren geweest, en ik probeerde een beetje te herstellen in Grigolini zijn wiel. Ik maakte een foutje op de 2e berg. Hij had dat door en trok uiteraard de gashendel volledig open.”



Tevredenheid overheerst
Lejeune vertelt dat parcours hem wel ligt, maar dat hij absolute wattages tekort kwam om mee te doen om de titel. “Als ik het vanop een afstand bekijk, denk ik dat mijn motor nog te klein is. In vergelijking met mijn leeftijdsgenoten loop ik iets achter in de ontwikkeling. Ik ben wat tengerder dan de anderen. Dat bleek wel op de rechte stukken. Ik moest flink aanzetten om in het wiel te blijven. Toch lag het parcours mij wel redelijk. In het zand kwam ik beter uit de voeten dan de Italianen.”
Met een bronzen medaille om de nek overheerst dan ook tevredenheid. “Ik kan niet meer dan tevreden zijn met dit resultaat”, benadrukt Lejeune. “Ik heb alles gegeven, en weinig fouten gemaakt. Er waren er gewoon 2 sterker uiteindelijk, dus dan moet je tevreden zijn.”
Ondanks het zware parcours genoot Lejeune met volle teugen. “Het was zeker een EK-waardig parcours, erg leuk om over te rijden. Er waren weinig stukken om te recupereren, maar de vele fans maakten dat afzien wat aangenamer. Ik reed bijna rond met een piep in mijn oren, zo luid ging het er aan toe.”



Afspraak in Hulst
Met het EK komt het internationale seizoen voor de junioren langzaam op gang. Lejeune ziet dit niet per direct als een graadmeter voor de rest van de winter. “Het EK is erg vroeg op het seizoen. Dat het de 1e keer is dat we tegen elkaar rijden, brengt een stukje extra onvoorspelbaarheid mee. Die bult hier na de start heeft sommige jongens ook serieus belemmerd vandaag. In Tábor kan het echter zo weer anders zijn.”
Voor het begin van de Wereldbeker in Tábor put Lejeune vertrouwen uit de positieve punten van Middelkerke. “Ik heb de Italianen onder druk kunnen zetten en werd niet van het kastje naar de muur gereden. Op de loopstukken pakte ik een paar keer afstand, maar door hun vermogen kwamen ze telkens voor mij bij de technische passages. Daardoor kon ik niet de ideale lijnen rijden. Op andere parcoursen heb ik misschien meer kans.”
De volgende vliegmeeting tussen het internationale juniorenpeloton is dus over 2 weken in Tábor. Het hoofddoel van het seizoen voor Lejeune is het WK in Hulst. Vorig jaar won hij daar de Wereldbeker met een indrukwekkende solo. De afspraak in de agenda staat alvast genoteerd voor 1 februari 2026.