Oliver Naesen heeft duidelijk een haat-liefdeverhouding met de Helleklassieker. Talloze lekke banden, pech en valpartijen later staat de Oost-Vlaming op zondag 13 april 2025 aan de start van alweer zijn 10e Parijs-Roubaix. 9 deelnames heeft hij op de teller staan en geen enkele editie kwam hij ongeschonden uit. Lukt het dit keer wel feilloos?


Elke wintermaand verkennen
Oliver Naesen maakt er geen geheim van dat hij “een ongemakkelijke relatie” heeft met Parijs-Roubaix. “Ik heb inderdaad een haat-liefdeverhouding met deze koers”, beseft hij. “Het is me nooit goed vergaan. Ik denk dat ik hier meer lekke banden heb gehad in de 9 keer dat ik hier gestart ben dan in de rest van mijn carrière samen. Er is nog nooit een editie geweest waar ik gespaard ben gebleven van pech. Valpartijen, lekke banden, mechanische problemen,…. Noem maar op. Ik heb het allemaal gezien. Behalve een top 10-notering. Dit is misschien wel de klassieker waar ik de beste kans heb om een mooi resultaat te behalen omdat geluk hier een niet te onderschatten factor is.”
De Oost-Vlaming mag dan wel een geroutineerd klassiek renner zijn, toch strijkt Naesen geregeld neer in Roubaix om te trainen. “Absoluut geen idee meer hoe vaak ik Parijs-Roubaix heb verkend. Ik ga in november, december, januari, februari,…. Elke keer zie ik het als een kans om materiaal te testen. Het belangrijkste zijn de wielen, banden en het vinden van de ideale druk. Hoe lager die is, hoe sneller je over de kasseien gaat. Maar er is een grens die je niet kunt overschrijden. Als je te veel laat zakken, kan dat lekke banden veroorzaken wanneer je over uitstekende stenen rijdt.”



Trouée d’Arenberg
10 jaar na zijn 1e deelname valt het de voormalig Belgisch kampioen op hoezeer de koers is veranderd. “Vroeger hadden we een specifieke fiets voor Roubaix. Tegenwoordig gebruiken we dezelfde fiets, alleen veranderen de versnellingen af en toe. Dit jaar hebben we het gehad over het gebruik van een 58-46 als er rugwind staat. Dat is serieus, hoor. In wedstrijden gebruik ik normaal een 56-44. Ik denk niet dat een 58 nodig zal zijn, vooral omdat je op het eind nog met een sprint op de piste zit. Als je daar helemaal kapot bent, kan de 58 je snelheid er compleet uithalen.”
Los daarvan moet je ook wel effectief kunnen blijven trappen. “Elke keer als ik start in Roubaix, rijd ik lek”, zucht de Decathlon-renner. “Mijn record staat op 5 in 1 wedstrijd. Hoe het is om zonder pech uit te rijden, geen idee. Hopelijk kan ik daar dit jaar verandering in brengen. De Trouée d’Arenberg is mijn grootste nachtmerrie tijdens de koers. Ik heb die secteur in al die jaren nog maar 1 keer overleefd zonder er een platte band aan over te houden. Waar ik er ook rijd, altijd heb ik daar problemen. Ik heb zelfs al velgen, sturen en frames gebroken in de Helleklassieker. Het is alsof het ongeluk me blijft achtervolgen. Misschien ligt het wel aan mijn agressieve rijstijl.”



30 sectoren
De voormalig Belgisch kampioen heeft evenwel nog nooit aan opgeven gedacht in het Franse Monument. “Dat komt vooral omdat ik nooit echt ver achter heb gelegen”, weet hij. “Maar ook omdat ik de koers indeel in meerdere rode zones. Voor Roubaix zijn dat er 4. Elk van die zones is een reeks kasseistroken. Er zijn 30 secteurs, goed voor zo’n 55 km aan kasseien. Best wel veel. Ik probeer me op elke zone te richten en die door te komen in de best mogelijke positie. Dat is voor mij mentaal een stuk gemakkelijker.”
Naesen is zeer ambitieus voor het 3e Monument van het seizoen. “Ik heb nu veel vertrouwen in mijn materiaal. Dat is niet altijd het geval geweest. Daar zitten onze nieuwe Van Rysel-fietsen zeker voor iets tussen. We zullen ook voor het eerst onze aerofiets gebruiken in Roubaix. Die kwam pas in juli 2024 uit. Zulke zaken kunnen het verschil maken over 260 km. Ik trek met ambitie naar Noord-Frankrijk. Het is een dag waarop alles kan gebeuren. Ondanks mijn mindere resultaten in de Helleklassieker weet ik dat deze koers me echt goed ligt.”


