
Na een carrière vol toewijding, afzien en teamwerk heeft wielrenner Martijn Tusveld met de Tour of Holland zijn laatste koers gereden. Een valpartij dreigde zijn afscheid nog te dwarsbomen, maar de 32-jarige Nederlander stond er toch. Niet in topvorm, maar wel met de voldoening van een weloverwogen beslissing. Een besluit dat niet voortkwam uit gebrek aan liefde voor de sport, maar uit een eerlijke zelfreflectie. Zijn nieuwe ambitie: de wielerwereld verrijken als sportpsycholoog.


Frustratie
Het voelt nog niet vreemd, de stilte na de storm. “Andere renners hebben nu ook een soort van off-season, dus het voelt nog niet zo heel raar om nu wat rust te nemen”, vertelt Tusveld nuchter. Zijn laatste week als profrenner was er ene met een gouden randje, ondanks de hobbelige aanloop. Een val tijdens een trainingsrit, tweeënhalve week voor de start, zette zijn deelname aan de Tour of Holland op losse schroeven.
“Eigenlijk zou ik 2 weken niet kunnen fietsen, dus ik was niet meer gepland voor de Tour of Holland. Maar het herstel ging sneller.” Uiteindelijk kon hij toch starten, een passend slotakkoord in een belangrijke wedstrijd voor zijn ploeg BEAT Cycling. “Ik heb daar niet echt meer mijn allerbeste niveau kunnen halen, maar ik was wel heel blij dat ik daar kon rijden. Het was een mooi evenement om er mijn loopbaan af te sluiten.”
De beslissing om te stoppen was geen plotselinge opwelling, eerder een proces dat gedurende het seizoen vorm kreeg. Tusveld kwam dit jaar bij BEAT met een dubbele missie: zijn schat aan ervaring inzetten als wegkapitein om het team te sturen, en tegelijkertijd zelf voor resultaten gaan. Het 1e deel van die opdracht vervulde hij met verve. “Dat is wel echt goed gelukt en ik werd ook al vrijs snel gevraagd om bij BEAT te blijven omdat ze wel heel blij waren met mijn inbreng.”



Kreiz Breizh
Zelf resultaten rijden, bleek echter een struikelblok. De motor die hem jarenlang door de WorldTour had geloodst, sputterde. “Dat lukte me eigenlijk gewoon niet. Het is me niet echt gelukt om mijn niveau te halen van de laatste jaren”, zegt hij met onverbloemde eerlijkheid. Het definitieve besef kwam na de Franse wedstrijd Kreiz Breizh begin augustus 2025, waar hij de finish niet haalde. “Ik bereikte echt mijn niveau niet, hoewel ik wel gewoon goed getraind had. Ik vind het heel fijn en leuk dat ik mensen kan helpen en andere renners beter heb kunnen maken, maar voor mezelf had ik wel wat frustraties dat ik mijn niveau niet meer echt haalde.”
Het was geen verloren jaar, benadrukt hij. De voldoening haalde hij uit het succes van anderen. “Zeker in sprintfinales heb ik goede treintjes kunnen opzetten”, klinkt het. “Ik kon daar wel mijn ervaring meegeven en ook al een aantal keer zorgen dat anderen mooie resultaten konden krijgen. Dus daar ben ik ook nog wel heel blij mee.” De ploegleiding zag zijn meerwaarde en wilde hem graag behouden. “Ze vonden mijn keuze om ermee te kappen dus wel jammer”, aldus Tusveld.
De frustratie op de fiets maakte ruimte voor een nieuwe focus die al langer sluimerde. Tusveld is bezig met het afronden van zijn studie Psychologie en liep dit seizoen al stage als sportpsycholoog binnen zijn eigen ploeg. Daar ligt zijn toekomst. “Dat is ook waar ik komend jaar op wil focussen”, legt hij uit. “Ik ben ook nog wel met BEAT in gesprek om te kijken of ze misschien een functie voor mij hebben binnen de ploeg.”
Hij ziet een duidelijke kans om zijn passie voor de sport te combineren met zijn nieuwe expertise. “BEAT is bezig met het uitbreiden van hun performance team en zoekt naar manieren om de begeleiding rond de renners te professionaliseren. Daar zou ik perfect in passen. Niet fulltime, maar een beetje daarnaast. In eerste instantie moet ik nu wel die studie afronden.”



Giro d’Italia
Zijn ambitie reikt verder dan alleen zijn voormalige team. Tusveld signaleert een leemte in de professionele wielrennerij. “Dat is echt wel iets wat ik mis bij veel ploegen, dat er een sportpsycholoog binnen een ploeg werkt. Dat gebeurt nog eigenlijk heel weinig in het wielrennen.” De liefde voor de koers is onverminderd. “Ik ben nog steeds verliefd op het wielrennen. Ik vind heel leuk om bij de wedstrijden te zijn, dus ik zou wel graag op termijn weer in het wielrennen willen werken.”
Wanneer hem gevraagd wordt naar het absolute hoogtepunt van zijn carrière, hoeft hij niet lang na te denken. De herinnering die boven alles uitsteekt, is de Giro d’Italia van 2020. Het was een meesterlijke teamprestatie van zijn toenmalige ploeg Sunweb. “Daar werden we 2e en 3e met Wilco Kelderman en Jai Hindley. Ik kon ook een groot aandeel in die wedstrijd spelen. We domineerden in de bergen. Uiteindelijk wonnen we niet (de eindzege was voor Tao Geoghegan Hart, red), maar we hadden wel echt een hele sterke ploeg en daar haalde ik zelf ook misschien wel mijn beste niveau ooit. Daar ben ik wel heel erg trots op.”
De fiets gaat nu even aan de kant, maar niet voorgoed. Eerst wacht een avontuurlijke reis naar Nepal met zijn vriendin, waar de bergen niet op de fiets, maar te voet bedwongen zullen worden. “Even de fiets niet aanraken”, lacht hij. “We gaan hiken.” Maar de fietser in hem zal nooit verdwijnen. “Ik zal altijd blijven fietsen.”