
De trip naar het Japanse eiland Hokkaido zal Robert Braam niet snel vergeten. De renner van COERS kroonde zich er 2 weken geleden tot Wereldkampioen Tijdrijden in de leeftijdscategorie 50+ op het WK Gran Fondo. Toch hing dat succes aan een zijden draadje, nadat hij zich de avond voor de race op blote voeten had buitengesloten uit zijn hotelkamer. Nu het stof is neergedaald, blikt de kersverse drager van de regenboogtrui terug op zijn nachtelijke avontuur, indrukwekkende gemiddeldes en afzien in de Japanse bergen.


Buitengesloten in de nacht
Robert Braam is in het Nederlandse mastercircuit al jaren een gewaardeerd, en lichtelijk gevreesde, tegenstander op de tijdritfiets. De laatste jaren werd hij regelmatig Nederlands kampioen bij de Masters. Een paar jaar geleden plaatste hij zich als 1 van de weinige amateurs voor het grote NK Tijdrijden. Op zoek naar het volgende avontuur trok hij dit jaar naar Japan, voor het WK Gran Fondo.
De voorbereiding in Kyowa vergde behoorlijk wat aanpassingsvermogen van de Nederlander. “Het klimaat was erg vochtig, de zon kwam al voor 5 uur ’s ochtends op en het was vroeg donker”, legt hij uit. “Daarnaast schoot ik in de stress door mijn materiaal. Mijn tubeless ventiel van het dichte achterwiel kreeg ik met mijn elektrische pomp niet op spanning. Ik had al een plan B met latex binnenbanden klaarliggen, maar gelukkig nam Glenn van Nierop, die later arriveerde, vanuit Nederland nog een goede fietspomp mee.”
Na een aantal interessante verkenningen leefde Braam met vertrouwen toe naar het WK. Tot de nacht voor de wedstrijd. “Mijn kamer had geen airconditioning, dus stonden de ramen continu open”, blikt Braam terug. “Ik besloot rond kwart voor 12 ’s nachts nog was uit de machine op de gang te halen. Voor ik het wist, viel de hotelkamerdeur in het slot. Daar stond ik dan, op blote voeten, in mijn nachthemd, zonder sleutel en zonder telefoon.”



Perfecte tijdrit
“Ik ben uiteindelijk, op blote voeten, naar een lokale bar gewandeld, ongeveer een kilometer verderop”, lacht hij het ondertussen weg. “Met de hulp van de café-gasten konden we het noodnummer van mijn accommodatie bellen. Na zo’n 20 minuten wachten in de nachtelijke uren werd de deur gelukkig geopend en kon ik alsnog aan mijn broodnodige nachtrust beginnen.”
Ondanks het opmerkelijke nachtelijke avontuur stond de 50’er de volgende dag messcherp aan de start. “Het ging om een vlakke, niet-technische tijdrit van 15 km”, vertelt Braam. “We moesten heen en weer rijden over een vrijwel rechte weg. Het tempo lag direct enorm hoog. Het stuk op de heenweg richting het keerpunt bleek uiteindelijk het snelste deel van mijn rit. Het was daarna zaak om op de iets zwaardere terugweg niet stil te vallen. Gelukkig kon ik mijn rit en mijn vermogen daar tot aan de finishlijn perfect indelen.”
De klok stopte na 15 km op 18’26″99, goed voor een indrukwekkend gemiddelde van 48,82 km/u. “Met die tijd bleef ik de Noor Torbjorn Enger 14 seconden voor, terwijl de Let Girts Vevers op 19 seconden het podium completeerde”, somt de renner trots op. “Toen ik besefte dat de wereldtitel en de regenboogtrui binnen waren, gaf dat natuurlijk een fantastisch gevoel.”



Relay en mediofondo
Na het individuele goud stond de rest van het ’toernooi’ voor Braam in het teken van het collectief. Met als 1e onderdeel de Mixed Team Relay. “Dat was echt geweldig om met een team te doen”, glundert hij. “De regel was dat je startte met minimaal 1 man, 1 vrouw, een 40-plusser en een 50-plusser. Waarbij iedereen 3 rondes reed. Samen met Nicolien Luijsterburg, Rick Groeneweg en Pieter Fröhlich reden we naar een schitterende 5e plaats op 30 teams. Het was een mooie prestatie en vooral ontzettend leuk om samen te koersen op deze manier.”
Zondag wachtte ten slotte nog een uithoudingstest: de Medio Fondo van 140 km met liefst 2.400 hoogtemeters. “Wat een ervaring was dat”, klinkt het enthousiast. “Er stond enorm veel publiek langs de kant en het deelnemersveld was heel internationaal. De eerste 80 km voelde ik me ijzersterk. Het ging verrassend makkelijk en ik heb af en toe zelfs nog lekker op kop gesleurd van onze groep.”
Uiteindelijk eiste de zwaartekracht in de finale toch zijn tol op het bergachtige eiland. “Op de 20 km lange Panorama-klim moest ik de groep laten gaan, maar dat was verwacht met mijn 20 kilo extra”, relativeert hij lachend. “Na een afdaling met enkele lichtere mannen in mijn wiel was het daarna vooral solo rijden. Op de slotklim wist ik gelukkig nog een groepje te passeren en flink door te trappen. Waardoor ik mooi ruim binnen de 4 uur ben gefinisht. Het was er eentje om niet snel te vergeten!”

