Zondag 21 augustus, de laatste dag van de Olympische Spelen in Rio, bevatte tevens de slotakkoorden van Mart Smeets als sportverslaggever voor de NOS. Verguisd, geliefd, gehaat en aanbeden. Slechts een paar renners kende hij bij naam toen hij tijdens de Tourstart in 1973 in Scheveningen in het diepe werd gegooid. Moeder Smeets had de namen van de renners als geheugensteuntje op een briefje geschreven, terwijl vaderlief zich bleef afvragen wanneer zijn zoon nu eens een echt vak ging leren. Na ruim 4 decennia Tour de France en talloze Avondetappes op de late-zomeravond-met-een-glas-wijn weten we allemaal beter. Het Nederlandse publiek, van oudsher opgesplitst in bewonderaars en haters verliest een schitterende vakman. Mogen we janken? Ja, we mogen janken. Met een verwijzing naar tijdcode 1’15” voor de scepticus die het tot nu toe droog hield.
 
Mart groeide op in de buurt van het Olympisch stadion in Amsterdam, en hoopte als professioneel basketballer ooit zelf naar de Spelen te gaan. Het lot besliste anders: in 1972 komt hij niet door de selectie voor de kwalificatiewedstrijden, om vervolgens in de journalistiek te geraken. Hij wordt door dagblad de Tijd alsnog naar de Spelen in MĂŒnchen gestuurd, om verslag te doen van het bloedbad na de gijzeling van de IsraĂ«lische ploeg. In het Olympische dorp komt Smeets in aanraking met de NOS, de rest is geschiedenis.
In de finale van het basketbal, VS tegen ServiĂ« om precies te zijn, was Mart Smeets afgelopen zondag nog eenmaal te horen. “Dit is niet wat je hoopt dat een finale oplevert”, zei hij, zich bijna verontschuldigend voor de overmacht van de Amerikanen. Tot aan de laatste snik wilde hij de kijker namelijk een spannende wedstrijd bieden. Verder was het âjust another day at the officeâ zonder poespas. De professionaliteit en de rust straalden van zijn laatste optreden af. In stijl nam hij afscheid: “Het was me een genoegen voor u te mogen werken” om vervolgens in de studio vrij vluchtig te worden weggeklikt, omdat er ook nog voetbal was!

De berustende houding van Mart was mij in juni 2015 persoonlijk opgevallen. De VARA-gids organiseerde een âAvond met Mart Smeetsâ in het Spoorwegmuseum in Utrecht, waar de vrijwilligers van de Tourstart (inclusief ondergetekende) aldaar een paar dagen van tevoren hun crewmeeting hadden gehad. Dat ik inmiddels tot het kamp van ‘Mart-liefhebbers’ behoorde, laat zich raden.
Enkele jaren daarvoor was ik werkzaam op het Hilversumse Mediapark, bakermat van de Nederlandse televisie. We bemiddelden voor jong stagetalent in de omroep en wilden net wat facturen in enveloppen doen toen de baas van onze kantoorvilla juichend binnenkwam. Of ik al wist dat de perspresentatie van de Avondetappe hier ging plaatsvinden, en nog wel binnen enkele ogenblikken! Verlegen als ik was wilde ik niet zomaar op mijn idool afstappen voor een handtekening. “Kom op, hij zit nu even rustig in de serre”, spoorde de gastvrouw, die hem net voorzien had van een broodje en een glas wijn, mij aan. “Je gaat NU!” Ze duwde me zachtjes maar gestaag naar voren en droop zelf langzaam af. “Eh… meneer Smeets… ik werk hierboven bij Mediastages, enne… wij bemiddelen dus ook voor de NOS (of gebrabbel van dergelijke aard). Zou ik u om een handtekening mogen vragen?”
Beleefd verontschuldigde hij zich omdat hij net een broodje verorberde tijdens het gesprek en schreef na wat vriendelijke woorden op een briefje: âGroeten, Mart Smeetsâ Mijn hart zat de hele middag in mijn keel toen de tafel van de Avondetappe pontificaal onder mijn raam bleek te staan en ik alles kon volgen als in een privĂ©-voorstelling. Ondertussen vroeg ik mij (zo bleek later voor altijd), verdwaasd af of ik in een volgende ontmoeting nu u of jij zou moeten zeggen.

Toen hij het pand verliet kon ik het niet laten. “Meneer Smeets, mag ik met u op de foto?”, kwam er schoorvoetend uit. Hij boog het hoofd en glimlachte. “Kijk, zo doe je dat…”, en drukte volleerd op de selfieknop van mijn iPhone. Dat je maar net even weet hoe het werkt.

Terug naar 2015, Spoorwegmuseum. Ik had een kaartje gekocht en zat vooraan. Naderhand kregen we een goodiebag en liet ik het boek âNiets is wat het lijktâ dat daarin zat door mijn held signeren. 3 maal is scheepsrecht moet ik gedacht hebben. “Heeft u weleens geluisterd naar de CD Paris van Malcolm McLaren? Met Françoise Hardy en Catherine Deneuve?”, klonk het onzeker. Hij hoorde mijn muziekverhaal aan, vertelde hoe hij smolt bij het horen van de naam Deneuve en tekende mijn boek.
Even later kwam ik erachter dat ik in de zenuwen de verkeerde uitleg had gegeven over een bepaald nummer, waarin de hoge stem werd gezonden door Amina, en niet Françoise! Ik besloot mijn fout in een persoonlijke brief toe te geven. Uit alle macht probeerde ik de genoemde CD op de kop te tikken om de daad bij het woord te voegen. Uiteraard was deze nergens meer te krijgen, maar tenslotte vond ik online een versie met wat toegevoegde nummers. Inmiddels werkte ik niet meer bij Mediastages, maar zodra de CD thuis op de mat lag vereerde ik het bureau met een bezoek. Met name omdat ik dan heel casual kon roepen: “Oh, ik kom eigenlijk voor Mart Smeets, even wat afgeven!” Mijn ex-collegaâs, die me altijd hebben aangemoedigd in mijn passie voor het wielrennen, konden het wel waarderen.
Een oranje bubbeltjesenvelop was het, gericht aan: Mart Smeets, Mart Smeetslaan 1, Hilversum. Schuchter vroeg ik de vriend van Mart het aan hem te geven. “Oh ja, ik zie hem dinsdag.”
2Â dagen later ontving ik een persoonlijk bedankmail van meneer Smeets, waaruit bleek dat hij met volle aandacht naar de muziek geluisterd had.
Een hommage kan bestaan uit duizenden liederen. Ja, ik heb Dalida overwogen, maar dit is het geworden. Zelf zei je vervangbaar te zijn, Mart, maar daar ben ik het totaal niet mee eens. Afscheid nemen in stijl, je moet maar weten hoe. Ik doe dat met deze schitterende slotakkoorden van Charles Aznavour. De tranen stromen, ik kan ze niet verbergen.
“Il faut savoir encore sourire
Quand le meilleur s’est retirĂ©
Il faut savoir cacher ses larmes..
Mais moi, je ne peux pas
Il faut savoir mais moi
Je ne sais pas”
Meneer Smeets, het was me een genoegen om voor u te mogen janken.
Fotomateriaal: NOS.