
Wiggins is een figuur. Groots en elegant. Wiggins is de koning. En maakt een winnaar van maar liefst dertig Touretappes tot een nederige collega. Cavendish heeft eindeloos respect voor Sir Bradley Wiggins. Het is een houding die ik bij Cavendish nu pas helemaal ontdekte. De man die op tafel klopt. Waarbij het wel botst als het niet klinkt. Nu, met gebogen hoofd. Met de tranen. En met een schouderklop van een van de meest intrigerende figuren die het wielrennen in de eeuwigheid gekend zal hebben.

’t Kuipke is gisteren buiten z’n voegen getreden. Net als mijn hartslag. Net als de rillingen die over m’n rug holden. Dat een mens op dat middenplein soms de neiging krijgt om misselijk te worden, dat neem je er op de lange duur gewoon bij. Je moet alles gewoon gezien willen hebben. En dat betekent dus urenlang rondjes draaien. Rond je eigen as. Omdat je ogen aangetrokken blijven tot de magneten die op de piste rondcirkelen.

Op een wolk
Ik bedankte Iljo Keisse eerder dit jaar al voor kiekenvel in de woestijn. Amper anderhalve maand later ben ik er opnieuw. Merci. Voor koersemotie van een niveau zoals ik dat zelden voel. Door die rit achter de – te fel met z’n knieën naar buiten rijdende – motard op de trapbrommer. Zelden sta ik zo ongeduldig naar een finale te kijken. Zelden sta ik zo ongeduldig te hopen dat de finish nog uren weg blijft. Zelden was de verbazing na een aankomst zo uitbundig. Zelden is er dat gevoel van zweven op een wolk. En verdwijnen even alle zorgen. Zelden. In Turkije. Nu in Gent.
Toch was het niet genoeg om een volledig Belgisch duo te laten zegevieren. Of om de keizer van ’t Kuipke en z’n Italiaanse Olympiër aan nieuw goud te helpen. Ik staar voor me uit. En zie Wiggins nog rondrazen. Te snel. Voor m’n ogen. Te snel voor de rest van het peloton. Ik focus op het scherm dat hoog boven de piste hangt. De adrenaline die door zijn lichaam stoomt, moet nog miljoenen keren groter zijn dan de neurotransmitters die mijn lijf in hun greep hebben. Ik klap. Ik lach. Ik schreeuw. Onbewust. En m’n ogen laten de regenbogen niet meer los. Wiggins neemt het woord. De grote broer troost zijn kleine vriend.

Met de arm van zijn 36-jarige kompaan rond z’n schouder.
Mijn dag in ’t Kuipke lijkt een droom.
Zucht.
Dit is een wielermoment voor de eeuwigheid.
En ik was er bij.
Fotomateriaal: Davy De Blieck – WielerVerhaal.
