Het is voor Sep Vanmarcke (28) dit seizoen als thuiskomen bij het Amerikaanse Cannondale-Drapac. Na 4 jaar Nederlandse loondienst bij LottoNL-Jumbo maakte hij afgelopen winter weer de overstap naar de formatie van Jonathan Vaughters. Het grote doel? “Eindelijk die klassieker binnenhalen, maar ik heb niet het gevoel dat het per se dit jaar moet gebeuren.”

Extra steun in finales
Het is een publiek geheim dat het gebrek aan steun in de finale van sommige klassiekers aan de basis ligt van Vanmarckes vertrek. Toch wil hijzelf zijn transfer niet alleen daaraan toeschrijven. “Zoiets heeft diverse redenen. Het missen van bepaalde renners is daar 1 van. Ik heb een aantal keer aangegeven dat ik graag versterking wou, die is er niet gekomen. Ik begrijp dat wel, de ploegleiding moet natuurlijk rekening houden met het budget. Ofwel komt er versterking voor de klimmers, ofwel gaat het geld naar de sprinters, ofwel de klassieke kern. Spijtig voor mij werd er dus voor die andere zones gekozen.”

Opvallend: wederom koos Vanmarcke – ondanks de nodige interesse – niet voor een Belgische ploeg, waar hij misschien zelfs meer steun zou krijgen. Bewust? “Een beetje wel eigenlijk, zeker vroeger hield ik de boot bewust af omdat ik wilde vermijden dat ik in een helpersrol zou terechtkomen. Vooral bij Quick-Step leek de kans groot dat ik voor Boonen zou moeten knechten. Nu ligt dat natuurlijk anders. Maar toen ik zag dat Cannondale-Drapac mij er echt heel graag bij wilde, terwijl de andere ploegen nog wat bedenktijd vroegen, was de keuze rap gemaakt. Je wilt toch liefst naar een team dat vertrouwen uitstraalt.”
Gewijzigd programma
Enkele dagen terug maakte Vanmarcke zijn wedstrijdprogramma bekend, waarbij meteen enkele zaken opvielen. Zo begint de kasseispecialist bijna 3 weken vroeger aan zijn seizoen dan de voorbije jaren. “Op zich speelde dat voor mij geen grote rol. De ploeg had mij in de selectie van de Ronde van Valencia gezet, en dat vond ik oké. Het is goed om eens iets anders te doen, al ben ik ervan overtuigd dat ik eigenlijk niet veel wedstrijdritme nodig heb. De Algarve was voldoende om goed te zijn in de Omloop, maar deze aanpak vind ik zeker ook perfect. Het is fijn om eens nieuwe koersen te rijden.”

Geduld uitoefenen
Kansen genoeg dus in het voorjaar, het is nu aan Vanmarcke om die te grijpen. “Elk jaar probeer ik om een klassieker te winnen, maar elke keer blijkt achteraf dat ik daar nog een beetje sterker voor moet worden. Ik doe wel telkens mee voor het podium en sta er meestal ook wel op, maar er mist altijd iets. Dat klein beetje extra sterkte, en natuurlijk een flinke dosis geluk. Als ik dat heb, dan denk ik dat het voor mij wel kan lukken. Al leg ik mezelf niet de druk op dat het per se dit jaar moet gebeuren dat ik er win.”
“2 jaar geleden heb ik dat wel gedaan. Ik zei tegen mezelf: ‘nu moet het gebeuren’, maar zo werkt dat natuurlijk niet. Je verliest het plezier ook in het koersen, als het per se moet. Het is volgens mij een kwestie van geduld. Je hebt supertalenten als Tom Boonen, Fabian Cancellara en Peter Sagan, die dat wel meteen kunnen. Maar er zijn ook uitzonderingen, zoals Mathew Hayman, die wel heel lang heeft moeten wachten. Misschien duurt het bij mij ook wel tot mijn 35e, maar ik jaag mij daar niet meer in op. Ik blijf gewoon heel hard werken en probeer vooral het plezier te behouden. Dat rendeert, denk ik.”
Fotomateriaal: Cannondale-Drapac Media.