Anno 2005 nam Daniele Schena met zijn vrouw Elisa het Hotel Funivia over van zijn schoonouders. Hij bouwde het om tot gekend fietshotel en begeleidt zijn gasten maar wat graag naar de top van de Stelvio. In al die jaren reed hij meer dan 300 keer de Stelvio op, best veel als u weet dat deze col in Bormio steevast gesloten is tussen begin november en eind mei, afhankelijk van wanneer de Giro d’Italia er passeert.

Geen Chinezen
Dat zijn hotel aan de voet van de Stelvio ligt, is een cadeautje. “Daar hebben we geluk mee”, beseft de Italiaan als geen ander. “En het voordeel is dat de Chinezen het niet kunnen namaken. Heel veel mensen willen de Stelvio eens ervaren en hem opfietsen of gewoon een leuke foto nemen. Of beide. Dan moeten ze wel naar hier komen. In het begin van de fietsbusiness beklom ik hem nog niet zo heel vaak, maar de vraag neemt steeds maar toe. ‘The King’, zoals ik de Stelvio altijd noem, wordt nog steeds populairder.”


Elke keer anders
Hij is niet geobsedeerd door de cijfertjes, voor het gemak houdt hij het op meer dan 300 keer. Het zijn er intussen misschien al meer dan 400. “Klopt”, zegt hij. “Maar ik geniet er nog steeds van elke beklimming. Soms heb ik zelfs de behoefte om hem tussendoor nog eens op mijn 1’tje te doen. Elke keer is dat weer afzien, want de Stelvio is geen makkelijk klimmetje. Maar elke keer weer ontdek ik nieuwe dingen in het landschap. Dat maakt het enorm boeiend.”


Opportuniteiten
De Stelvio heeft 2 zijden om te beklimmen. “Vanuit Bormio zijn het 1.500 hm en vanuit Prato 1.800 hm”, legt Daniele de verschillen uit. “Vanuit Bormio kan je de klim indelen in 3 zones: Het 1e gedeelte heb je vooral zicht op de vele bergen, in het 2e deel zijn er de vele bochten en sectie 3 is vooral groen en qua stijgingsgraad een stuk vlakker. Deze kant is ook veel gevarieerder dan vanuit Prato, en vanuit mijn oogpunt is het natuurlijk ook de leukste kant om te beklimmen.Ā (lacht hartelijk)Ā Afhankelijk van de snelheid is het voor mij veel afzien of genieten. Als je voor het prestige gaat, dan is het echt zwaar, van de voet tot de top. Maar ik kan ook gewoon tot boven fietsen en genieten van de pracht van de natuur.”
Toch is er werk aan de winkel voor de regering, vindt Daniele. “Als je nu de top beklimt, zie je een paar oude gebouwen op je weg die niet goed onderhouden zijn. Eigenlijk zou de overheid moeten investeren in mooie fonteinen, informatieborden, vuilbakken langs de kant,…. Zaken die de omgeving alle eer aandoen. In Frankrijk is dat veel beter uitgebaat. Vanuit toeristisch oogpunt, kan er nog heel wat beter. En daar ijver ik voor.”

