Weinig Belgen op het WK Masters 2024 in Roubaix. “Misschien 4 of 5, verspreid over alle disciplines”, schat Luc Nouwen. Maar degenen die er zijn, laten zich opmerken. Met Nouwen zelf op kop. In de categorie 65-69 pakte Nouwen woensdag de wereldtitel in de Scratch. Later deze week ontbindt de Limburger ook nog zijn duivels in de Puntenkoers en de Achtervolging.


Stof vreten
Nouben zit nog op een wolk wanneer we hem spreken een nachtje na zijn 1e wereldtitel. In z’n gewoonlijk erg beheerste en ingetogen stem lichten opwinding, geluk en zelfs trots op. “Dat was indrukwekkend, hoor, zo’n ceremonie protocolaire met alle toeters en bellen”, lacht Luc Nouwen. “Na de winnaars van zilver en brons in een toch wel erg divers en internationaal gezelschap word je als laatste op het podium geroepen. Je krijgt een medaille en bloemen, de regenboogtrui wordt over je hoofd getrokken en ze spelen de Brabançonne. Alles erop en eraan, juist zoals bij ‘de echte’.”
De Scratch is niet zonder risico. Nouwen heeft wel wat piste-ervaring als je je in zo’n woelige worsteling-op-wielen wil gooien. Met de wereldtitel op het spel worden er vast wel wat risico’s genomen. Niet? “Gewoel is natuurlijk inherent aan een discipline als de Scratch. Maar ik ben geen debutant op de piste en het is ook niet mijn 1e deelname aan een wereldkampioenschap. Valt dus wel mee.” (lacht)
Welk verhaal schuilt daar achter? “Wel, als student rechten reed ik al bij een categorie die toen ‘Cyclosportieven’ heette. Gedreven amateurs, zeg maar. 2 keer per week reden we toen naar Gent of naar Antwerpen om daar op de piste te trainen. In Gent was dat nog in het Kuipke. Dat was een bijzonder technische piste, daar leerde je wel de kneepjes van het vak. In de zomer reed ik op de weg. Daar was ik wat je een verdienstelijke allrounder zou kunnen noemen. Maar ik blonk nergens echt in uit. Op de piste was ik sterker, en ook tijdrijden lag me wel. In 1970 ben ik Belgisch kampioen Omnium geworden. Maar bij de nieuwelingen staken knieproblemen en blessures stokken in de wielen. En vanaf dan stond m’n fiets stof te vreten.”


Verlof zonder wedde
Van de nieuwelingen tot Masters 65, dat is, euh, zowat een halve eeuw. “Wel, geen halve eeuw, maar het scheelt niet veel”, lacht Nouwen. “7 jaar geleden ben ik terug beginnen fietsen, op m’n 58e. Meteen serieus. Ik heb letterlijk m’n fiets afgestoft en een half jaar verlof zonder wedde genomen om me te kwalificeren voor het WK in Sydney.”
En Nouwen ging ook effectief naar Sydney. “Ja, en ik stond ook in een finale. Sedertdien heb ik verschillende WK’s gereden. Ik rijd meestal de wegrace en de tijdrit plus de Scratch, de Puntenkoers en de Achtervolging. In de wegrace eindig ik elk jaar rond de 40e plaats, dat blijkt zowat in elke Masters-categorie mijn vaste stek te zijn. De tijdrit gaat me meestal iets beter af. In 2021 in Sarajevo werd ik 9de. En op de piste was mijn ambitie om finales te halen. Ik ben sedert april van dit jaar 2024 met pensioen, dus deze zomer kon ik qua training een tandje bijsteken.”
Nouwen vertelt dan ook graag over zijn gouden dag. “Ik had me goed voorbereid. 2 weken geleden heb ik nog een trainingsstage van 4 dagen gedaan op de Stablinski-piste, waar het WK nu plaatsvindt. Dus ik kende de piste en daar tankte ik vertrouwen uit. Maar de dag van de wedstrijd voelde ik me echt niet goed. Geen goeie benen, niet bij het opstaan en zelfs niet vlak voor start.”



Last-minute coaching door een ex-prof
“Een andere Belg die ik hier ontmoette, ex-prof Tim De Jonghe rijdt hier bij de ‘jongeren’. Hij en zijn vrouw hebben mij geweldig geholpen en gecoacht. Tim wees me erop dat ik moest hydrateren tijdens de opwarming, hij hielp me met het aantrekken van m’n aero schoenovertrekken, gaf me tips… Dat stelde me wel op mijn gemak. En nadien hebben ze allebei ook heel de wedstrijd heel uitbundig voor mij gesupporterd.”
“Tijdens de wedstrijd zelf voelde ik me – misschien mede door die coaching – wel heel goed. Ik had het gevoel dat ik de hele tijd alles onder controle had. Ik vond altijd wel een gaatje om in te duiken, ik kon mee met elke aanval. De hele wedstrijd heb ik bij de eerste 10 gereden en ik kon me zelfs moeiteloos verbergen in 3e, 4e positie. Op anderhalve ronde van het einde viel de beslissende aanval stil. Ik kon de leider makkelijk remonteren maar ik had wel een spurtbom in m’n wiel. Ik wist dat die niet te kloppen was in een spurt van 200 meter. Dus vertrok ik 100 meter vroeger. En ik bleef ‘m nipt voor. Dat was… onvergetelijk! Nadien heb ik natuurlijk geen oog dicht gedaan door de adrenaline. Maar dinsdag heb ik wel een middagdutje gedaan, en woensdag kan ik ook nog rusten, want mijn wedstrijd is pas rond half 8 ‘s avonds.”
Woensdag 9 oktober 2024 de Puntenkoers en zaterdag 12 oktober de Achtervolging. Wat verwacht Nouwen daar nog van? “Op dit moment ben ik nog euforisch over die wereldtitel, natuurlijk. Dan denk je dat er in die andere disciplines ook wel iets in zit. Maar ik moet niet overmoedig worden. We zullen wel zien. Voor mij kan dit WK sowieso al niet meer kapot!”


