Niets zo nostalgisch als het wielrennen in de golden sixties en silver seventies. Dat dacht ook voormalig amateurwielrenner Reinier Hassink. Net als zijn broer Arie was hij destijds een verdienstelijk renner. ‘De Laatbloeier’ vertelt het verhaal van een Needse postbode en de opbrengst van zijn boek gaat ook terug naar de gemeente in de Achterhoek.


Zorgeloos in de Achterhoek
Reinier zag het levenslicht in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog (1944) en groeide op in een gezin met 7. Het was de periode waarin de wereld nog niet volledig in functie stond van het verkeer. De jongeren vonden rond de Needse Berg het ultieme speelterrein voor de zorgeloze zomers. Met 2 bussen en een spoorlijn naar Noordijk stond Neede toch nog enigszins in verbinding met de rest van het land.
Vader Hassink bracht geld in het laatje bij het gezin uit de Wethouder H.J. ten Raestraat. Hij werkte in de textielsector en deed dat zelfs niet zelden 6 dagen in de week. Aan de GTW werd hij met de bus opgehaald en naar Enschede gebracht. In zijn verdere leven schakelde hij over naar Ter Kuil in Neede en ook zijn kinderen zagen hem daar af en toe aan het werk. Er werd hen op het hart gedrukt dat ze hard moesten werken op school, zodat ze zelf een beter leven zouden hebben.
In zijn kindertijd raakte Reinier verknocht aan het voetbal. Hij sloot zich aan bij Sportclub Neede en zou uiteindelijk regelmatig mogen invallen bij het 1e elftal. Ook de koers zat al in zijn hart, maar – zoals de titel van het boek reeds suggereert – als actief renner was hij eerder een laatbloeier.



De Stofwolk
Pas in 1965 kocht Reinier een fiets van JABO, een afkorting van de Amsterdamse fietsenbouwer Jasper Bouma, waarop ook Joop Zoetemelk en Gerben Karstens nog ooit reden. Zo’n fiets kostte honderd gulden, in die tijd zeker niet weinig. Reinier werd meteen ook lid van ‘De Stofwolk’ uit Winterswijk, een fietsclub waarbij ook zijn 5 jaar jongere broer Arie aangesloten was. Volgens de overlevering gingen ze samen naar de koers om dan elk hun eigen wedstrijd met dezelfde fiets te rijden. Het zadel voor Arie ging enkele centimeters omlaag en zo werd dat mogelijk.
Arie had zelf ook een fiets, wat in feite niet veel meer was dan een oude opoefiets met een racestuur. Het was uiteindelijk Arie die de mooiste wielercarrière zou uitbouwen, nadat hij ontdekt werd op een tijdrit voor clubs uit Oost-Nederland en ook Nederlands kampioen werd in het veldrijden bij de jeugd. Hij stroomde via de Kettingploeg – waar hij ploegmaat was van Hennie Kuiper – door naar Amstel. Voor dat team won hij een tijdrit in de Olympia’s Tour en de toekomst oogde rooskleurig. Tot hij na het rijden van de Ronde van Marokko werd geveld door peuritis tuberculosa (borstvliesontsteking). Na 4 maanden in het ziekenhuis bleek hij nog steeds niet hersteld, maar naar eigen zeggen kon hij zijn longen zelf versterken door dagelijks een zak ballonnen op te blazen.
De jongste van de gebroeders Hassink zat terug op de fiets, maar zou nooit de oude worden. Bij Gran Mercier ging het contract dat voor hem klaarlag uiteindelijk naar Gerrie Knetemann. Zijn zoon Arne zou uiteindelijk ook renner worden en onder meer de Dorpenomloop Rucphen en de Arno Wallaard Memorial op zijn naam schrijven. Reinier zou langere tijd renner blijven. Overdag werkte hij bij Technisch Buro Keijzer, ’s avonds trainde hij in de omgeving van Duitsland.



Postbode
Vervolgens werd Reinier postbode in Eibergen en Neede. Tot de middag deed hij zijn job, daarna ging hij trainen. Vreemd genoeg begon hij pas vanaf zijn 30e echt te scoren. 3 keer reed hij Olympia’s Tour en 1 keer won hij er het Prestatieklassement, omdat hij na een zware valpartij de rittenkoers op 1 been had uitgereden. Tot zijn 43e zou hij blijven koersen.
In die periode had hij al het idee dat er over zijn leven wel een boek te schrijven valt. Na het plotse overlijden van zijn vrouw kroop hij in de pen, al vindt hij het jammer dat zij zijn verhaal nooit zal lezen. Stiekem had hij al wat potloodkrabbels gemaakt, maar de verrassing voor zijn vrouw is er nooit mogen komen.
De Laatbloeier werd op Allerheiligen gepresenteerd in de kantine van Sportclub Neede en is te verkrijgen aan 15 euro bij Reinier zelf (+31 (0)613 812 718), de VVV Neede en boekhandel Gellekink in Eibergen. De opbrengst gaat naar goede doelen in Neede zelf. Zo zal bijvoorbeeld de dorpskern verfraaid worden. Naast het boek is er ook de expo over Reinier Hassink. Deze is op 20 november 2024 voor het laatst te bezoeken in de Olde Smederieje (van 13u30 tot 15u30).


