
Ook al heeft Acrog-Tormans een sterke band met Soudal Quick-Step, toch bewandelen af en toe jongens een ander pad. Zoals bijvoorbeeld Senna Remijn die voor het devoteam van Alpecin-Deceuninck koos. Aless De Bock (18), in 2024 winnaar van de Ronde van Vlaanderen voor junioren, doet hetzelfde. Onder leiding van Tom Verhaegen, performancecoach bij de broers Roodhooft, kiest hij voor de weg van de geleidelijke groei.


Druk bij Visma
Bij de junioren liet Aless De Bock enkele keren zien dat hij uit het goeie hout gesneden is. Als 1e jaars sloot hij de Ronde van Vlaanderen als 5e af en zette hij de klimkoers in Herbeumont op z’n naam. Vorige winter pakte hij op de nieuwe piste in Heusden-Zolder de Belgische Omniumtitel. En op 19 mei 2024 was hij in Oudenaarde de sterkste in de Ronde van Vlaanderen.
“Toen ik in de zomer van 2023 in Herbeumont won, vertelde mijn manager dat ik geen enkel probleem zou kennen om bij de overstap naar de beloften aan een ploeg te geraken”, vertelt de jonge Limburger. “Als 1e jaar junior gaf ik er de voorkeur aan te focussen op koersen en studeren. Want dat was voor mij al een lastige combinatie. In mijn 2e seizoen bij de junioren begon ik echt uit te kijken naar de volgende stap. Zo mocht ik al eens mee op stage met Visma | Lease a Bike. Dat beviel me heel goed. Ook met de directe Nederlandse aanpak had ik geen probleem.”
Toch sloeg Aless De Bock niet richting Nederland uit, maar bleef hij zowat in eigen regio. “Om bij Visma│Lease a Bike door te stromen, moet je echt wel een hele goeie zijn. Daar is volgens mij veel meer druk. Logisch, want daar hebben ze zo’n goeie WorldTour-ploeg. Ik ging praten met Tom Verhaegen en Philip Roodhooft. Tijdens dat gesprek werden slechts 3 vragen gesteld: hoe het kwam dat ik in het begin van het seizoen nog niet zo goed had gereden, wat ik ging studeren en wat ik van hen verwachtte. Eigenlijk 3 heel eenvoudige vragen. Daarna deden zij hun aanpak uit de doeken.”



Okra
De uitleg overtuigde Aless De Bock om de volgende 3 seizoenen te tekenen voor de opleidingsploeg van Alpecin-Deceuninck. “Rustig opbouwen is het devies bij mijn nieuwe ploeg”, gaat hij verder. “Dat heb ik nodig: mensen die me een beetje kalm houden. Dankzij een overeenkomst van 3 jaar krijg ik tijd om te groeien. Het is dicht bij huis en Nederlandstalig. Dat ik Senna Remijn ken, die dezelfde stap zet, heeft ook een rol gespeeld bij mijn beslissing. Plus ook Belgisch beloftenkampioen Sente Sentjens. Samen met Gibbe Staes, Tristan Jannes en Jasper Schoofs horen we tot hetzelfde trainingsgroepje dat we Okra, jawel naar de seniorenvereniging, hebben genoemd.”
Vooral de rustiger aanpak heeft De Bock overtuigd om deze stap te zetten. Hij is wel nog op zoek om het wielrennen met iets te combineren. “In september ben ik geen opleiding begonnen”, verduidelijkt hij. “Mijn papa zat voor het werk vaak in het buitenland. Een beslissing hebben we niet genomen. De trainingstijd is toegenomen. De voorbije weken heb ik ervaren dat er tijd rest om iets anders te doen. Ik ben tot het besef gekomen dat ik niet zo goed stil kan zitten. Zo ben ik beginnen schilderen of ging ik met mijn vrienden tennissen of padellen. Maar dan was ik de dag nadien kapot.”
Dus niet de juiste oplossing voor De Bock. “Mijn ouders willen dat ik iets achter de hand heb”, klinkt het. “Maar ik weet nog niet wat ik ga doen. Het zal iets online zijn. In januari 2025 ga ik met Sente en de andere jongens van onze trainingsgroep 3 weken naar Spanje. Maar als ik thuis ben, wil ik echt live naar school gaan. Om vrienden te zien, om meer onder de mensen te zijn.”



Spiermassa gewonnen
Met Alpecin-Deceuninck ging Aless De Bock, die deze winter niet op de piste te zien is, in december al op stage. “Ik was met Sente al in Spanje, daarna gingen we door naar Benicàssim, naar het teamkamp”, verduidelijkt hij. “Eind januari 2025 is er een volgende ploegstage. Ik vermoed dat de kalender al in grote lijnen vaststaat, maar pas eind januari zal die worden gecommuniceerd.”
Tot enkele maanden geleden dacht de renner dat hij heel geschikt was voor het langere klimwerk. “Met 57 kg voor 1m77 leek ik 2 jaar geleden dat profiel te hebben”, vertelt De Bock. “Technisch is dat ondergewicht en had ik het gevoel dat het bergop heel goed ging. In het huidige wielrennen moet je alles kunnen om iets goed te kunnen. Ik ben naar de fitness getrokken om wat spiermassa bij te winnen. Op de fiets ben ik best veel veranderd. Het voorbije seizoen ging het goed op de korte beklimmingen. Daar wil mijn trainer naartoe. Richting de Waalse en ook wel de andere klassiekers. Ik heb 3 jaar om dat allemaal te ontdekken.”
WielerVerhaal Giveaway: een paar Ergo 6 raceschoenen van SIDI!
