
Tijdens de feestdagen strijkt ons gezin sinds kort neer aan de Spaanse kust. Voor onze zonen, die steeds groter en sterker worden, lijkt dit een paradijs. Ze absorberen steeds langere trainingen, en Spanje biedt hen alles wat ze nodig hebben: eindeloze wegen, zonovergoten dagen, en de rust die nodig is om zich volledig te focussen op hun sport. Maar of dit echt de goede vooruitgang is? Daar stel ik me soms vragen bij.


Essentieel
Als moeder kijk ik met trots naar hun toewijding. Ze staan vroeg op, ontbijten stevig, en trekken dan de deur achter zich dicht voor urenlange ritten door het heuvelachtige landschap. Maar tegelijk besef ik dat ze op een leeftijd komen waarop fietsen niet meer enkel een passie is. Het wordt serieus, bijna professioneel. En dat verandert alles.
De druk op de jeugd ligt immers al enorm hoog. Toch probeer ik ervoor te zorgen dat er momenten van plezier blijven, zoals het vooral zou moeten zijn in december. Tussen de trainingen door maken we samen wandelingen, en er is tijd voor ontspanning. Zelf kruip ik ook op de fiets voor 2-3 uur om even te proeven van de Coll de Rates. Het voelt heerlijk om mee naar boven te rijden tussen de vele profs. Maar wat me nog meer opvalt, is de toename van het aantal vrouwen op de fiets. Waar ik vroeger een uitzondering was, zie ik nu heel wat meer vrouwen die de klim aandurven. Het nieuwe jaar en de goede voornemens zijn dus al goed ingezet bij velen.
De dagen verlopen volgens een vast ritme. Ontbijt, fietsen, rusten, stretchen, en dan opnieuw fietsen. Het lijkt haast een mini-stage, zelfs tijdens de feestdagen. Waar ik vroeger herinneringen koesterde aan lange wandelingen in de kou, chocolademelk en spelletjesavonden, lijkt de focus nu volledig verschoven naar prestaties en training. Is dat een teken van vooruitgang? Of zijn we net iets essentieels kwijtgeraakt?


Balans
Ik probeer het los te laten en mee te gaan in hun wereld. Tijdens mijn eigen ritten geniet ik van de kronkelende wegen en de indrukwekkende vergezichten. Het zijn momenten waarop ik trots ben, maar waarop ik ook voel hoe snel de tijd gaat. De jongens die ooit fietsten voor de lol, zijn nu jonge mannen met grote dromen. En hoewel ik niets liever wil dan hen steunen, voel ik soms ook de drang om op de rem te trappen. “Even stoppen, kijken, genieten”, denk ik dan. Maar misschien is dat gewoon het moederlijke instinct dat in me spreekt.
De avonden zijn gelukkig wat ontspannender. Dan praten we over van alles en nog wat: hun trainingsdag, de pittige klim die ze overwonnen hebben, of de tegenwind die hen uitdaagde. Maar soms glippen er ook gesprekken over druk en verwachtingen tussen. “Hoe weet je of je genoeg doet?”, vroeg mijn oudste laatst. Een vraag die zoveel lagen heeft, niet alleen voor hem als renner, maar ook voor mij als moeder. Hoe weet ik of ik genoeg ondersteun, zonder te pushen? Hoe vind je de balans tussen ambitie en genieten?
Misschien is dat wel de les die deze tijd ons wil leren. Het evenwicht vinden tussen vooruitgang boeken en stilstaan om te waarderen wat er al is. Terwijl onze zonen door de heuvels scheuren en werken aan hun toekomst, probeer ik hen mee te geven dat het niet alleen om de eindbestemming gaat. De reis zelf is minstens zo belangrijk.


Vrijheid en passie
Voor nu blijf ik genieten van onze tijd hier. Van de Spaanse zon, de lange tafelmomenten na een training, en de trots in hun ogen als ze vertellen over een nieuwe persoonlijke recordtijd. Maar ik blijf ook waakzaam. Want hoewel ik hen alle kansen gun om te groeien, wil ik ook dat ze blijven koesteren waarom ze ooit begonnen: de vrijheid, de passie, de pure liefde voor de fiets.
Tot die tijd blijf ik aan de zijlijn, met een mix van trots, zorgen, en een diepe liefde voor alles wat hen gelukkig maakt – op en naast de fiets.
Nu keren we terug naar huis, maar binnenkort zijn we alweer terug voor de cross in Benidorm.

