Elkaar niet beconcurreren! Dat is de afspraak tussen Soudal Quick-Step en Acrog-Tormans. Het team uit de WorldTour start dit jaar met een U19-ploeg en lijkt zo in het vaarwater te komen van de jeugdploeg van voorzitter Jef Robert, dat een samenwerking heeft met de ploeg van manager Patrick Lefevere en opvolger Jurgen Foré. Hoe zit dat precies? En wat ligt er precies op de lever van Jef Robert?


Mixed in buitenland
Ook Jef Robert was verrast toen Soudal Quick-Step in de loop van 2024 aankondigde om vanaf 2025 een eigen U19-ploeg in competitie te brengen. Dat team kreeg intussen vorm en bestaat uit 5 Belgen (Thibaut Van Damme, Sune De Valck, Dylan Van den Berghe, René Messely en Valentin Petillon). Talentscout Johan Molly haalde ook de Fransen Maxence Chavanel (zoon van ex-prof Sylvain) en Simon Defrance, de Sloveen Gal Stare en de Pool Maksymilian Matyasik naar dit nieuwe team.
“Vorig jaar was ik verrast toen Soudal Quick-Step bekend maakte met een U19-team te starten”, geeft Jef Robert toe. “Daarover had ik een gesprek met de nieuwe CEO Jurgen Foré. Intussen kan ik begrijpen waarom ze het doen. Want veel andere ploegen uit de WorldTour hadden al een juniorenteam. Bij Soudal Quick-Step konden ze niet achterblijven. Vooral omdat ze naast enkele buitenlandse talenten dreigen te grijpen.”
Toch staat dit het 3e jaar van de samenwerking tussen beide instituten niet in de weg. “Die nieuwe U19-ploeg bestaat uit 9 renners”, weet Robert. “Dat is te weinig om een zwaar programma af te werken. We zullen voor een aantal koersen, vooral in het buitenland, een gemengde ploeg vormen. Op dat vlak hebben we enkele duidelijke afspraken gemaakt.”

Heel specifieke materie
De belangrijkste afspraak is om niet te vissen in dezelfde vijver. “Als wij ergens een jonge renner zien die we willen aantrekken laten we dat Soudal Quick-Step weten”, verduidelijkt Jef Robert. “Dan gaan zij die jongen niet contacteren.”
Toch maakt de voorzitter van Acrog-Tormans een niet mis te verstane kanttekening bij de huidige evolutie. “Eigenlijk begrijp ik niet zo goed dat al die WorldTour-teams U19-ploegen willen”, gaat Robert verder. “De opleiding van jonge renners is echt specifieke materie. Daarin hebben wij al 75 jaar ervaring. We hebben daarvoor speciale opleiders. Wij kunnen dat. Bij de WorldTour-ploegen is die werking met junioren gebaseerd op de manier van werken bij hun hoofdmacht. Met 10 of 12 junioren kom je er niet om een kalender af te werken. Want altijd zijn er zieken, geblesseerden, mannen uit vorm of jongens die opgeroepen zijn voor de ploeg van hun land.”
“Bovendien zijn het niet allemaal toptalenten genre Remco Evenepoel”, beseft Jef Robert. “Volgens mij zal deze evolutie geen lang leven beschoren zijn. Dat heb ik al gecommuniceerd naar onze opleiders. Want die zijn een beetje ongerust nu ze die U19-ploegen links en rechts zien ontstaan.”

Moeilijke leeftijd
Jef Robert is ervan overtuigd dat de manier van werken van zijn team en ook van andere jeugdtopploegen in België de juiste is. “Bij de junioren beschikken wij over 30 renners”, bouwt hij z’n visie op. “Dat zijn 15 toppers en 15 renners die in de wachtkamer zitten. Voor ons blijft school prioriteit. Daar hameren we in elk gesprek op. Bij ons wordt niemand opgebrand.”
Wat hij bij die juniorenteams gelinkt aan de WorldTour wel verwacht. “Ofwel zullen die jongens op hun 18e rechtstreeks naar de profs gaan ofwel zullen ze verloren zijn voor zowel het wielrennen als het onderwijs”, voorspelt Robert. “Vooral dat laatste baart me zorgen. Niet iedereen is op z’n 18e klaar om de stap te zetten. Niet vergeten dat 17 en 18 jaar een moeilijke leeftijd is. Dat zijn nog kinderen. Ouders en grootouders spelen ook hun rol. Dankzij onze jarenlange ervaring weten we hoe daar mee om te gaan.”
Vooral voor jonge Belgische renners vindt hij de keuze voor zo’n U19-team van een WorldTour-ploeg geen goeie optie. “Want bij dergelijke teams zal je verplicht zijn om als junior te slagen”, besluit hij. “De 15 goeie junioren die wij hebben, kunnen kiezen uit diverse teams eens ze hun secundair hebben afgewerkt. De jongens die niet slagen bij zo’n WorldTour-jeugdteam zullen verloren zijn voor de wielersport. Met andere woorden: Acrog-Tormans en bijvoorbeeld ook het team van Jo Van Gossum hebben zeker een toekomst.”
