Zoek volgend seizoen niet meer naar Mathijs Wuyts in de uitslagen van het veldrijden. De naar Baal uitgeweken Beerzelnaar houdt het na 20 jaar in de veldritsport voor bekeken. Met onder meer een Belgische titel bij de Elite 2 in Meulebeke vorig jaar en talloze straffe top 20-noteringen, kan Wuyts terugblikken op een mooie carrière. De laatste seizoenen reed hij rond als individueel renner met privésponsors.


Seppe Galicia
In de schaduw van Corné van Kessel, Thijs Aerts en Jens Adams nam er in Oostmalle nog iemand afscheid van de cross. Mathijs Wuyts (26) reed in de Kempische gemeente als 22e over de streep, op 2’51” van winnaar Joris Nieuwenhuis. Voor de naar Baal uitgeweken Beerzelnaar was het een emotioneel moment. “Ik cross al zo’n 20 jaar, ik moet 5 of 6 jaar geweest zijn toen ik begon”, vertelt hij. “De laatste 4 jaar reed ik altijd mee bij de profs. Het voelde gisteren wel heel speciaal om een groot hoofdstuk van mijn leven af te sluiten.”
Bij zijn passage over de finishlijn werd een spandoek in de lucht gehouden waarop geschreven stond: ‘Wuytske voor altijd onze kampioen’. Dat was een initiatief van Seppe en Wannes Galicia, 2 trainingsmakkers van Wuyts uit de kliek van Thibau Nys. Iets wat de voormalig Belgisch kampioen niet had zien aankomen. “Ik had niet verwacht dat al mijn vrienden daar gingen staan met een spandoek. Ze hadden daarbovenop maskers met mijn gezicht op laten maken”, klinkt het trots.
“Lander Loockx was er ook, hij was normaal gezien op stage. Dat was toch wat hij mij verteld had. Om hem dan in Oostmalle te zien…. Mooie verrassing. Dat de vrienden met zoveel toeters en bellen aanwezig waren, vond ik prachtig. Het was plezant om op die manier mijn laatste crossdagen mee te maken.”



Zwembad van Tremelo
De afgelopen seizoenen reed de Balenaar in de cross rond met een trui vol met individuele sponsors. Daar had Wuyts naar eigen zeggen een goeie reden voor. “Da’s vooral gekomen omdat ik zelf wat eigenzinnig ben. Ik kies graag zelf met welke kleren en helm ik rijd. Ik heb in het verleden bij Tarteletto en Vastgoedservice gereden, waar je de kleren van de sponsor moet dragen. Hierdoor was de keuze snel gemaakt om individueel aan de slag te gaan. Als je crosst als Elite 2-renner ben je vaak op jezelf aangewezen. En ik was van mening dat ik het voor mezelf kon regelen. Gelukkig had ik een paar goeie vrienden die zelfstandige zijn. Vandaar is dan het idee gekomen om rond te rijden met mijn eigen sponsors.”
Ondanks zijn nog vrij jonge leeftijd hangt de voormalig Belgisch kampioen zijn fiets nu al aan de haak. Bij die beslissing speelden enkele factoren mee. “Ten 1e wilde ik vooral graag bij de profs meerijden. Ik gaf daar liever de voorkeur aan dan de B-crossen rijden. Iedereen in mijn omkadering verwachtte dat ik mijn best deed. Op die manier lag de druk wel hoger. Het crossen combineerde ik met een job als redder in het zwembad van Tremelo. Dat werd soms wel wat veel. Daarbovenop woon ik sinds 3 jaar alleen met mijn vriendin. Dan heb je al snel weinig tijd over. Daarom heb ik mezelf voorgenomen om te stoppen op een hoogtepunt, liever dan op een moment waarop ik geen platte prijs meer rijd.”



Gravelen
20 jaar op de crossfiets wis je niet zomaar uit. Daarom gaat Wuyts het enorm missen. “Het is aan de ene kant wel pijnlijk, maar ik ga me optrekken aan het feit dat ik in schoonheid ben gestopt. De komende maanden en in de zomer ga ik nog wat gravelen en kermiskoersen rijden. Dat zal vooral zijn om bezig te blijven. Het komt er op neer dat ik nu geen druk meer voel. Als ik eens wil gaan lopen of deelnemen aan een triatlon, dan kan ik dat met een gerust hart doen. Of als ik eens een keertje op vakantie wil gaan, zal dat er ook in zitten.”
Door zijn crosspensioen zullen de komende wintermaanden wat gemakzamer verlopen voor Wuyts. “Het zal speciaal zijn om volgend jaar in de zetel te zitten en naar de cross te kijken. Met mijn trainingspartners die nog crossen, zoals Thibau (Nys, red) of Lander (Loockx, red), zal ik er nog wel genoeg mee bezig zijn. Regelmatig zal ik wel eens gaan kijken. Het zal alleen wat vreemd voelen om er zelf niet meer tussen te rijden.”