Uit het kamp van RCS klonk in 2023 het bericht dat Milaan-Sanremo voor vrouwen zou terugkeren. Na een winterslaap van 20 jaar is het zaterdag 22 maart 2025 dan zover. De koers is in een moderner jasje gestoken. Maar in vele opzichten verschilt de vrouwenwedstrijd toch nog wel wat in vergelijking met de mannelijke equivalent. Zo openen de vrouwen met een andere col.


Trixi Worrack
La Primavera staat voor de deur. Al sinds 1907 wordt een editie bij de mannen gereden. De winnaar van die 1e Primavera is de Fransman Lucien Petit-Breton. Meteen kregen de mannen net geen 300 km voorgeschoteld tussen Milaan en Sanremo. Voor de vrouwen was het bijna een ganse eeuw wachten vooraleer zij hun versie voor het eerst mochten betwisten. In 1999 werd de 1e editie gewonnen door de Italiaanse Sara Felloni. Zij was tussen Varazze en Sanremo de beste na een sprint met een uitgedunde groep.
De laatste editie van La Primavera Rosa dateert al van 2005. Dat jaar ging de Duitse Trixi Worrack van Equipe Nürnberger Versicherung lopen met de winst. Ze haalde het na zo’n 118 km met nauwelijks een seconde voorsprong op de Britse Nicole Cooke en de Australische Oenone Wood. Een jaar later ging de wedstrijd ter ziele bij gebrek aan financiële middelen.
Maar 20 jaar later is de koers dus weer helemaal terug. Het vrouwenwielrennen zit in de lift en dus moest organisator RCS deze koers gewoon nieuw leven inblazen. Dat moderner jasje is echter welgekomen voor de Primavera Rosa. Met Lorena Wiebes, Lotte Kopecky, Kasia Niewiadoma, Demi Vollering, Marianne Vos en Elisa Longo Borghini tekent zo goed als heel de wielertop present voor de moderne Milaan-Sanremo.



Capo Cervo
De vrouwen mogen er op 22 maart 2025 al om 10u40 aan beginnen in Genoa. De rensters krijgen net geen 160 km voorgeschoteld. Maar net zoals bij de mannen zit het venijn hem in de staart. Op zo’n 60 km van het eind beginnen de vrouwen voor het eerst te klimmen met de Capo Mele. Ook de 2 andere Capi, de Capo Cervo en de Capo Berta, moeten de rensters verteren. Dat trio is al jaar en dag bij menig coureur gevreesd. Dit jaar is het de 115e keer dat de koers er passeert.
Na de Capi zal de koers vermoedelijk helemaal openbreken. Niet zozeer op het vlakke gedeelte, wel op de Cipressa. De klim heeft een gemiddeld stijgingspercentage van 5,6% en is zo’n 4 km lang. Kan een renster als Lotte Kopecky of Demi Vollering op de klim tussen San Lorenzo al Mare en Santo Stefano al Mare de koers hard maken? Of baart de Cipressa een muis? Na de voorlaatste klim gaat het in een rotvaart richting aankomstplaats. Maar er is wel nog de door velen gevreesde slotklim.
1 opvallend verschil in het parcours tussen dat van de mannen en de vrouwen. Apart van het aantal af te leggen kilometers, 289 voor de mannen tegenover 156 voor de vrouwen, zit er logischerwijs geen Passo del Turchino in de vrouweneditie. De klim ligt namelijk net voor Genoa, de startplaats van de vrouwen. Maar ook de Turchino is een aantal keer niét opgenomen in het roadbook. Onder meer corona en aardverschuivingen deden de klim in het verleden al meermaals de das om.



Passo del Turchino
In respectievelijk 2020 en 2021 waren de vervangers van de Turchino namelijk de Niella Belbo, Colle di Nava en de Colle del Giovo. Ook in 2001 en 2002 werd de openingsklim van La Primavera al eens aangepast. Wederom gebeurden er aardverschuivingen op de Genovese beklimming en dus zag de organisatie zich genoodzaakt uit te wijken naar de Bric Berton, een soortgelijke klim die net zoals de Turchino nooit echt voor een grote schifting zorgde.
Sluitstuk van beide koersen is de Poggio di Sanremo. De slothelling duurt zo’n 3,7 km met een gemiddeld stijgingspercentage van 3,6%. Met zijn steile afdaling stond de klim al een aantal keer garant voor wat spektakel. Denk maar aan de editie van 2022 waar Matej Mohorič zich feilloos als een ware kamikaze naar beneden gooide. Met dank aan zijn vernuftige dropper post.
Zien we straks ook een vrouw halsbrekende toeren uithalen?
