Weinigen kunnen een langer wieler-CV voorleggen dan Leo van Vliet. Elke laag uit zijn carrière smaakt als een wereld op zich: winnaar van grote koersen, radar in het befaamde TI-Raleigh, Nederlands bondscoach en decennialang koersdirecteur van de Amstel Gold Race. Een reis doorheen de hoogtepunten van zijn wielerleven.


Amstel
We vatten de rit doorheen de carrière van Leo van Vliet aan in omgekeerde richting. Over zijn mooiste moment als koersdirecteur van de Gold Race klinkt het resoluut. “De overwinning van Bjarne Riis was een echt hoogstandje aldus Van Vliet tijdens onze lange babbel. “Ik dacht dat hij lek reed maar hij wisselde zijn voorwiel. Hij kwam terug, reed de kopgroep langs de andere kant van de weg voorbij en vertrok voor een solo van 40 km. Kilometerslang kon ik hem vanuit de wagen bewonderen.”
Achteraf bleek dat het bloed van Riis als stroop door zijn aderen liep, maar dat doet niets af aan Van Vliets beleving. Terwijl hij verder door zijn herinneringen loopt, wellen de tranen op. “Ik was al een man van de emoties, maar de laatste jaren heb ik dat nog meer”, valt hij even stil. “Je bent gewoon 30 jaar verder… én ouder. Ik krijg ook meer begrafenissen om me heen.”
De emoties typeren Van Vliet, toonde zich ook op het podium naast Mathieu van der Poel. “Zelf maakte ik dat eigenlijk niet zo bewust mee: op anderhalve km van de streep kwam die achtervolgende groep vanuit het niets dichterbij. De televisie liep achter, dus ik hoorde eerst het geluid van het publiek. Erg bijzonder om zijn internationale aftrap mee te maken, dat blijft ook de mensen bij. De 1e Nederlandse winnaar sinds lang, dat maakte het helemaal af.”



Bondscoach
Van Vliet geniet als koersdirecteur vooral van het creatieve luik, dat heeft hij altijd gehad. “We hadden een groot afvalcontainerbedrijf. Op een gegeven moment mocht je geen afval meer storten en moest je recycleren. Dan was ik op mijn best, ik heb toen verschillende machines uitgevonden.” Vertaald naar de koers voelt hij graag de wedstrijd aan om daarop in te spelen. “Vorig jaar vroeg men vanuit Flanders Classics waarom we die finish op de Cauberg eruit haalden. We hadden enkele saaie edities met die aankomst, maar met deze generatie renners kan het opnieuw. Vorig jaar kwamen de achtervolgers erg dicht, met de Cauberg kan dat spektakel opleveren.”
Als vrijbuiter wist Van Vliet zich toch 8 jaar te laveren tussen de structuren van de Nederlandse bond. Hij combineerde zijn koersdirecteurschap namelijk met een rol als bondscoach. “Werken met een bond is helemaal anders. In Australië zaten we in een prachtig hotel, maar het eten was heel slecht, wat woog op de moraal van de renners. Ik boekte simpelweg een restaurant, zo een bond snapt dat niet. De renners reden echter een fantastische wedstrijd, want Terpstra werd pas 300 meter van de meet teruggegrepen. Het jaar nadien was het heel koud en was de bond dikke kledij vergeten. Toch moesten ze in de bondskledij rijden, ik regelde dan dat de shirts gebracht werden.”
Een WK-wedstrijd wordt zonder oortjes gereden, wat noopt tot creatieve oplossingen. Een aantal jaar terug liep de Vlaamse media storm over de codetaal waarmee de Belgische ploeg instructies kreeg via borden langs de kant. Geef Van Vliet maar rechtdoor in plaats van omwegen, blijkt uit zijn aanpak tijdens het WK in Valkenburg. “Bovenop de Cauberg zag je de tijdsopname, daar kunnen dus ook teksten op. Iedereen vroeg zich af wat Van Vliet bedoelde, maar het was gewoon wat erop stond”, schatert hij het uit.



TI-Raleigh
Uitgerekend datzelfde WK in eigen land betekende zijn einde als bondscoach. “Ik was meer gemotiveerd dan de renners. We hadden niemand mee in de kopgroep van 9. Toen reed er nog 11 man weg en was er nog iemand mee. Ze werden gepamperd door Rabobank, die ook de bond sponsorde. Ik kwam daar voor uit, wat me niet in dank werd afgenomen. Later zijn die renners wel teruggekomen. Dat ik toch gelijk had.”
In zijn 1e Amstel finishte Van Vliet als 8e. “Ik reed toen voor Mercier”, herinnert hij zich. We kwamen weg met een man of 4. Op de Keutenberg sloot een groep aan met onder andere Thureau, Raas en Maertens. Ik dacht: waar rij ik nou tussen!”
Gent-Wevelgem en een Touretappe prijken als hoogtepunten op zijn palmares. Hij houdt mooie herinneringen over aan 5 gewonnen ploegentijdritten en het geel in Parijs met Zoetemelk. “Ik ben erg trots dat ik onderdeel was van die hele TI-Raleigh-periode, dat spreekt nog heel wat mensen aan”, mijmert hij. “Ik was wel nuchter. Op een gegeven moment verbeterde ik niet meer en verloor ik de motivatie om zelf te winnen. Onze familiezaak speelde een belangrijke rol voor mij, dus maakte ik de keuze om te stoppen.”
