Leo van Vliet staat al 30 jaar aan het hoofd van de Amstel Gold Race. Onder zijn leiding werd zijn kind volwassen, klaar om een nieuwe verbintenis aan te gaan. Flanders Classics neemt volgend jaar 2026 de fakkel over, maar ze zullen blij zijn dat hij hen nog 3 jaar bijstond. Zijn contacten en overtuigingskracht hielden de Gold Race immers overeind. Welke lessen geeft Van Vliet nog mee voor hij zijn koers lost? En hoe kijkt hij zijn wielerpensioen tegemoet?


Amstel 0.0
Aan DNA mag je niet rommelen. Aangezien de eigenheid van de Amstel Gold Race in duizenden kleine dingen zit, staat Leo van Vliet Flanders Classics nog 3 jaar bij – al houden ze sinds dit jaar al de wedstrijdlicentie. “Met dezelfde kleine organisatie doen we ook de toertocht, die combinatie maakt de Gold Race”, duidt van Vliet. “Daarnaast typeert het draaien en keren de wedstrijd. Het gevoel met Amstel is ook belangrijk.”
“Het moet geen Vlaamse Leeuw worden”, lacht hij. “Amstel Heineken blijft eigenaar en wilde zekerheid. Als duizendpoot ben ik best dominant aanwezig in de organisatie: naast mijn rol als koersdirecteur, neem ik de sponsoring, planning en creatieve kant op me.”
De keuze om in een sterke organisatie als Flanders Classics op te gaan, moet de positie van de Gold Race als niet-Monument verankeren. “We hadden altijd goede contacten en spreken dezelfde taal. Het stelt me gerust om het aan hen over te dragen”, verzekert Van Vliet. Het lijkt haast voorbestemd, de band tussen Amstel en van Vliet. “50 jaar geleden reed ik voor de wielerploeg Amstel. Ik woon op een woonboot in de Amstel op de Amsteldijk. Ik kocht een huis in Spanje en wat vond ik in de kelder? 2 lege flessen Amstel, die er wellicht al 25 jaar lagen!”
En dan moet het mooiste nog komen: “Ik drink helemaal geen alcohol, nooit gedaan. Geef mij maar de Amstel 0.0!”



Einzelgänger
De laatste 2 jaar schudden verschillende uitdagingen de Gold Race dooreen. Met zijn contacten en overtuigingskracht speelde Van Vliet een cruciale rol om de koers overeind te houden. “Vorig jaar verzette de gemeente Vaals zich tegen de toertocht. Ik begrijp dat sommigen de koers niets vinden, maar economisch gezien is de Gold Race belangrijk voor Limburg. Je komt op een legendarische plek in Valkenburg waar in 1938 al een wereldkampioenschap plaatsvond. 1 onderdeeltje kan dat totaalplaatje veranderen.”
Onder druk komt de beste Van Vliet naar boven: hij creëerde de juiste omstandigheden door de pers massaal op te trommelen en wist na 3 bijeenkomsten alle 15 tegenstanders van de toertocht te overtuigen. “Ik wil mensen meekrijgen met een realistisch verhaal. De gemeenteraad praatte met de verkeerde cijfers”, verduidelijkt hij. “De drukte op de weg komt niet alleen door de hoeveelheid toertochten, want die lopen net terug. We variëren de routes speciaal om de druk te verlagen én fietsers andere mooie plekken te laten ontdekken.”
Van Vliet draagt een reputatie als einzelgänger die moeilijk kritiek verdraagt. Hij is zich duidelijk bewust van zijn persoonlijkheid en speelt er mee, een combinatie die ons wel bevalt. Als we vragen naar zijn bijdrage in de groei van de wedstrijd, blijkt hoe sterk hij anderen naar waarde schat. “Mijn voorganger begon met niets, die vond dat Nederland 1 grote wegwedstrijd verdiende. Hij was ook een bijter, die voortdurend lobbyde voor grote renners. De Amstel kreeg zo meteen een mooie erelijst en zette onmiddellijk zijn voet neer.”



Geen moeite
Het maakt hem trots dat winnaars de wedstrijd écht op hun palmares willen, ook al heeft de Amstel niet de status van een Monument. “Een Monument gaat over het verleden van iets, die zijn nu eenmaal ouder. Daarom heb ik moeite met de Strade Bianche. Je moet van mij geen vrouw maken, al kan dat tegenwoordig ook”, grinnikt hij. “Armstrong won 7 Tours, maar de Amstel was toch net iets te zwaar voor hem. Wij zijn gewoon de 6e. Al is Gent-Wevelgem ook belangrijk, omdat ik die heb gewonnen”, gooit hij er een kwinkslag tussen.
“Ik vind 30 jaar genoeg geweest, een mooi moment om afscheid te nemen van de Amstel én de koerswereld. Ik hoef die stress niet meer”, klinkt het stellig. “Tijd voor mijn familie en mijn hobby miniatuurbouwen. Tijd om te genieten van het mooie weer in Spanje en Curaçao. Soms vraag ik me af wat ik nog aan het doen ben. Ik kijk er naar uit om het los te laten.”
Het verleden doet vermoeden dat hij daar geen moeite mee zal hebben. “Ik ben van de ene op de andere dag van school gegaan en gestopt met fietsen. Toen we het familiebedrijf overlieten, bleef ik geen dag langer dan afgesproken. Ik had alles overgedragen, ze konden me altijd nog bellen.”


