1.000 koersdagen. Niet veel coureurs weten het zo lang uit te houden in het profpeloton, maar Q36.5-renner Gianluca Brambilla is daar wel in geslaagd. In de Ruta del Sol fietste hij zich een select clubje renners in die al meer dan 1.000 wedstrijddagen als prof op de teller hebben staan. In het spoor dus van Alexander Kristoff, Chris Froome en Geraint Thomas. Maar de Italiaan is niet van plan het bij dat aantal te houden.


Bassano del Grappa
In het huidige profpeloton rijden er nog slechts 36 renners rond met meer dan 1.000 koersdagen in hun carrière op de teller. Koploper in die rangschikking is Alexander Kristoff. De Noor fietste tot nu toe al zo’n 1.373 wedstrijddagen bij elkaar. Daarmee houdt hij Simon Clarke en Rein Taaramäe af. Sinds februari 2025 behoren ook Pieter Serry en Michal Kwiatkowski bij dat clubje. En nu dus ook Gianluca Brambilla (37). De Italiaan van Q36.5 reed in de Ruta del Sol die nieuwe mijlpaal bij elkaar.
Brambilla werd als geboren op 2 wielen. Al van kinds af reed de uit Lombardije afkomstige renner met de fiets. “Ik was 8 jaar oud toen ik voor het eerst de fiets leerde kennen. Ik voetbalde, net zoals veel Italiaanse jongens. Naar school of training gaan deed ik echter met de fiets. Geregeld hielden we met kinderen uit de buurt wedstrijdjes. Op een dag heb ik gevraagd aan mijn ouders of ik mocht beginnen koersen. Zij hebben me dan ingeschreven bij een club uit Bassano del Grappa. Op de 1e training werd ik meteen verliefd op de fiets.”



Nairo Quintana
Als junior toonde de Italiaan meteen zijn talent. Hij won in een regelmatigheidscriterium van 10 wedstrijden meteen het algemeen klassement. Zijn flitsen in de U19-categorie zorgden er voor dat hij een beloftencontract in de wacht kon slepen. “Bij de beloften mocht ik in mijn 1e jaar het bekende Zalf-Fior-team vervoegen”, vertelt Brambilla trots.
“Dat jaar werd ik 5e in de Giro delle Regione, een soort Ronde van Italië maar dan voor clubteams. Het jaar erop won ik de Giro della Regione Friuli. In mijn tijd was het de gewoonte om 4 jaar belofte te zijn en niet op je 19 of 20 al prof te worden”, klinkt het. “Dus ik wachtte geduldig mijn kans af. Zodoende dat ik in 2010 Colnago-CSF Inox mocht vervoegen. Dat was mijn 1e jaar als prof en ook bijna meteen mijn laatste. Ik sukkelde met zware knieproblemen en begon pas te koersen in juni. Gelukkig won ik kort erna de GP Nobili Rubinetterie. Dat was een magisch moment.”
Na een profcarrière van 16 jaar staat de zegeteller voor Brambilla momenteel op 6. Zijn grootste zeges behaalde hij in zijn tijd bij Patrick Lefevere. Hij reed van 2013 tot en met 2017 voor de Belgische Quick-Step-formatie. Zijn topjaar kende de Italiaan in 2016. Dat jaar won hij al vroeg de Trofeo Pollença. Vervolgens trok hij met goeie benen naar Siena, maar daar werd hij in de Strade Bianche 3e na een ontketende Fabian Cancellara en Zdeněk Štybar. Later dat jaar was het wel prijs in eigen land. De Italiaan wist na een lange solo de Girorit naar Arezzo te winnen. Om zijn glorieuze seizoen af te werken won hij ook nog de Vueltarit naar de Formigal, waar hij rode trui Nairo Quintana uit het wiel sprintte.



540.000 wedstrijdkilometers
Na zijn tijd bij Lefevere zocht Btambilla andere oorden op. In 2018 vervoegde hij Trek-Segafredo, waar hij 5 jaar aan de slag zou gaan. In 2023 deed Brambilla een stapje terug en vervoegde het procontinentale Q36.5. Voor Brambi, zoals hij binnen zijn ploeg bekend staat, is 1 woord dé drijfveer om zo’n loopbaan als de zijne te hebben. “Passie. Dat is wat je nodig hebt in zo’n lange carrière. Je doet veel lange uren en kilometers. Ik heb eens berekend hoeveel ik er op de teller heb staan. Alles te samen deed ik zo’n 540.000 wedstrijdkilometers tot dusver, plus al de trainingen. Als je passie hebt in wat je doet, gaat alles vanzelf.”
Voor Brambilla is het zijn 16e seizoen bij de grote jongens, maar het is nog niet gedaan. “Ik heb nog altijd dromen in de wielersport”, besluit hij. “Je kan niet op niveau blijven koersen als je die dromen niet meer hebt. Ik start elke koers met een zeer goed resultaat in gedachten. Als ik nog eens een overwinning kan bijschrijven dit jaar 2025, zou dat zeer mooi zijn.”


