Precies 1 jaar geleden speldde Arne Poelvoorde voor het eerst in bijna 10 jaar een rugnummer op. In Laarne, voor het Oost-Vlaams wegkampioenschap voor Elite 2-renners. Ongeveer 12 maanden later pakte hij brons op dat PK, op hetzelfde parcours. In een sprint met 5 legde de inwoner van Deinze de duimen voor Elias Van Breussegem en Gil D’heygere.


Gil D’heygere
Bij de Elite 2 is het wegseizoen ongeveer 7 weken bezig. Arne Poelvoorde (29) werkte in Laarne z’n 3e wedstrijd van dit jaar af. Na een 3e plek in Wetteren en een 15e in Lierde eindigde hij in Laarne opnieuw 3e. “Ik koers als ik goesting heb en als het uitkomt met het werk”, verduidelijkt de software engineer. “Ik kies mijn koersen zorgvuldig uit. Want ik wil de week niet laten draaien rond een koers in het weekeinde. Koersen rond de kerktoren is ook niet het allerplezantste. Af en toe is het wel leuk. En met 2 podiumplaatsen op 3 wedstrijden mag ik zeker niet klagen.”
Even zag het er zelfs naar uit dat hij op de kasseitjes van de Kasteeldreef om goud of zilver zou sprinten. “Nadat de vroege vluchters gegrepen waren, werd het een best lange finale met om de haverklap demarrages”, vertelt Poelvoorde. “Als individueel renner moet je eigenlijk achter alles springen en moet je hopen dat je de juiste poging kiest.”
Poelvoorde raakte in de slotronde voorop met Gil D’heygere. “Ik zat te hopen dat we met 2 naar de meet konden”, geeft de zoon van ex-prof Ronny Poelvoorde toe. “Gil is normaal veel sneller. Je weet maar nooit. Enkele jongens kwamen terug tot bij ons. De sprint begon ik op kop. Elias Van Breussegem en Gil D’heygere gingen over mij. In hun slipstream kon ik de 3e plaats veroveren. Snel ben ik niet. Dus klaag ik niet.”



Broer bijhouden
In 2024, in het jaar van z’n wederoptreden, ging hij bijna nooit uit de top 10 van de regionale koersen. Nochtans vindt ook hij dat het niveau de voorbije jaren veel hoger ligt dan toen hij bij de beloften nog even droomde van een carrière in het wielrennen. “Neen, dat het niet goed ging, daar ben ik nooit echt down van geweest”, beweert hij. “Nadien ben ik wel blijven fietsen, puur voor het plezier.”
En toen z’n jongere broer Tars (Lotto Devoteam) in 2023 een prachtig 2e seizoen bij de junioren reed, kreeg hij de smaak weer te pakken. “Om op training mee te kunnen met mijn broer moest ik maken dat ik in orde was”, lacht Arne Poelvoorde. “Toen dat lukte, voelde ik dat mijn niveau redelijk was. Dan bekroop me de zin om mij nog eens in een koers te meten. Vorig jaar heb ik circa 15 wedstrijden gereden. Dit jaar zal ik er misschien iets meer doen.”
“Ik stel wel vast dat het verschil met vroeger heel groot is”, geeft hij toe. “De koers in Wetteren haalden we een gemiddelde van bijna 48 km/u. En er waren misschien 10 of 15 opgaves. Ook dit Provinciaal Kampioenschap haspelden we tegen 46,5 km/u af. Er wordt echt ontzettend hard gereden.”



Individueel koersen
In z’n jonge jaren was Arne Poelvoorde vooral veldrijder. “Dat ga ik niet meer doen, de investering is veel te groot”, benadrukt hij. “Bovendien lijkt het B-circuit bijna helemaal uitgestorven. Vroeger had je in de Vlaamse Cyclocrosscup 15 tot 20 B-veldritten per winter. Als ik me niet vergis, was er de voorbije winter in Oost-Vlaanderen slechts 1, in Balegem. En in West-Vlaanderen was het al niet beter.”
Arne Poelvoorde is vooral blij dat hij de juiste balans vond tussen werken, trainen en koersen. “Zoals het nu loopt, is het voor mij goed”, beklemtoont hij. “Voorlopig blijf ik individueel koersen. Dat is makkelijk. Bij een ploeg heb je bepaalde verplichtingen. Als ik nu eens een maand geen zin heb om te koersen, kan ik dat zonder problemen doen. Ik heb niet het gevoel dat ik veel mis. Want interclubs en wedstrijden om de Beker van België zijn niet aan mij besteed. Omdat ik niet de allersnelste ben.”
“Het is goed zoals het is”, besluit hij. “Enkele jongens van mijn leeftijd zijn prof geworden. Als ik zie welke opofferingen zij moeten doen, denk ik niet dat een profcarrière iets voor mij zou zijn. Want je moet 50 of 51 weken per jaar scherp zijn. Dat lijkt mij niet eenvoudig.”


