
Ooit was hij een vaste waarde in het voorjaarsseizoen, nu is Stijn Vandenbergh actief als soigneur bij The Wolfpack. De voormalige profrenner heeft sinds dit jaar 2025 een vast contract en keert straks terug naar de Tour de France. Al is het nu in een geheel ander kader, veel goede herinneringen heeft Vandenbergh niet aan La Grande Boucle.


Knecht
Sinds zijn afscheid als profrenner is Stijn Vandenbergh nooit helemaal uit het wielermilieu verdwenen. Integendeel: zijn nieuwe rol bij The Wolfpack – zowel Soudal Quick-Step als AG Insurance-Soudal – past perfect bij zijn persoonlijkheid. “Ik voel me het best in een helpersrol. Dat was zo als coureur, en nu opnieuw als staflid”, blijft de Oost-Vlaming zijn nuchtere zelve.
Als soigneur is hij van vele markten thuis. “Ik check de auto’s, regel de bidons, help bij de maaltijden en masseer ’s avonds de renners en rensters. En op sommige dagen help ik zelfs een beetje mee koken. Dat hoort er allemaal bij.”
Een 30-tal dagen per jaar draait hij mee met het mannenteam, zoals straks in de Ronde van Slovakije, de Tour of Britain en einde seizoen in China. Maar zijn hart ligt duidelijk bij de vrouwenploeg. “Hier is het net iets rustiger, er is minder volk en minder drukte. Dat past beter bij mij”, vertelt hij ons tijdens de Baloise Ladies Tour.
De Tour de France Femmes komt eraan, en Vandenbergh is er opnieuw bij. Voor het eerst sinds 2010, destijds nog als coureur bij Katusha. Vandenbergh zijn taken straks lijken misschien onzichtbaar, maar de impact is groot. “We zitten vaak 4, 5 dagen in hetzelfde hotel. Dan bouw je echt iets op met de rensters. Je ziet wat ze nodig hebben. En dat is het mooie aan deze job.”



Ambitie
Voor AG Insurance-Soudal is de Tour de France Femmes 1 van de grootste doelen van het jaar. En dat is voelbaar binnen de ploeg. “Het is een belangrijk moment. We gaan er echt naartoe met het doel om minstens een rit te winnen”, aldus Vandenbergh. Met de rensters binnen de ploeg zijn er volgens hem voldoende kansen. Dinsdag wordt de selectie bekend gemaakt.
De voorbereiding was alvast intens. “De meeste rensters hebben minstens 17 dagen op hoogte getraind, of komen rechtstreeks uit de Giro”, weet Vandenbergh. “Niemand die nu de Baloise Ladies Tour in de benen heeft, rijdt ook de Tour. Alles staat in het teken van een goed resultaat in Frankrijk.” Voor Vandenbergh maakt de Tour de France voor vrouwen het verschil. “Het is compacter dan bij de mannen, maximaal 9 koersdagen en daardoor ook mentaal veel haalbaarder. Je bent maar 2 weken van huis. Dat is voor mij ideaal.”
Stijn Vandenbergh reed zelf 2 keer de Tour de France, maar hij kijkt er niet met heimwee op terug. “Ik mis het niet, nee”, lacht hij. “Het was in het begin van mijn carrière dat ik hem 2 keer heb gereden, alleen de 1e keer in 2009 heb ik Parijs gehaald. Ik had het lastig met die opeenvolgende dagen, dat ritme lag me niet. Ik was altijd beter in eendagskoersen, vooral in de klassiekers.”



Ervaring, evolutie en realisme
Vandaag kijkt hij als fan naar de Ronde van Frankrijk voor mannen. “Ik volg het een beetje via ‘Vive le Vélo’ en af en toe het laatste uur van de koers. Maar ik ben niet in contact met de mannenploeg die nu in de Tour zit.” Toch is hij onder de indruk van wat zijn de ploeg presteert. “3 ritzeges al. Dat is gewoon sterk. Zeker als je weet dat Remco Evenepoel geen ideale winter heeft gehad.”
Ook de vrouwen van de Wolfpack maken indruk. “Luik-Bastenaken-Luik winnen was een hoogtepunt”, beseft Vandenbergh. “In de Giro hebben we het ploegenklassement en 2 ritten gewonnen. Dat toont hoe groot de stappen zijn die we gezet hebben.”
Toch beseft hij dat de absolute top, teams als Canyon//SRAM en Lidl-Trek, nog net een stap verder staan. “We hebben een jonge groep. Structureel doen we bijna hetzelfde als de mannen. Maar wie meer budget heeft, trekt ook de sterkste rensters aan. Dat is nu eenmaal de realiteit.” Zelf koestert hij geen grootse ambities voor de toekomst. “Ploegleider worden? Nee. Ik doe liever wat ik nu doe. Dicht bij de renners en rensters staan, ze ondersteunen. Dat ligt mij het best. Ik ben nooit iemand geweest die op de voorgrond wil treden.”
