
Voor wie de Ronde van Vlaams-Brabant dit jaar volgde, viel 1 naam ongetwijfeld op: Milan De Ceuster. De renner van de Lotto-devoploeg reed er naar een knappe eindzege maar herstelt nu wel van een vroegtijdige DNF in Tsjechië. De Ceuster is bezig aan zijn 2e jaar als belofte maar staat eerder weigerachtig tegenover de overstap naar de WorldTour in 2026. “Moet nog wat rijpen in de grote koersen.”


Revanche in Vlaams-Brabant
De overwinning in Vlaams-Brabant voelde voor De Ceuster als een vorm van revanche. Vorig jaar 2024 had hij de koers niet kunnen afmaken zoals hij gehoopt had. Een straffe aanval in de openingsrit strandde destijds door zware krampen, waardoor hij als laatste over de streep rolde. “Dat bleef knagen”, geeft hij toe. “Dit jaar was er die extra drive om te tonen dat ik het wel kan.”
Zijn voorbereiding verliep grondig. Omdat er in juli relatief weinig koersen op de kalender staan voor U23-ploegen, trok het team nog op stage naar Andorra. Die hoogtestage moest niet alleen de conditie aanscherpen, maar ook zorgen voor meer samenhang in de ploeg. “Het was niet specifiek richting Vlaams-Brabant”, zegt De Ceuster. “Maar het kwam natuurlijk wel goed uit om met die extra trainingsarbeid naar een rondekoers te trekken.”
In Vlaams-Brabant speelde de tijdrit een beslissende rol. Voor De Ceuster is dat geen toeval. Hij hecht veel belang aan dit onderdeel en werkt er doelbewust aan. “In kleine rondes, waar het vaak op massasprints uitdraait, kan een goede tijdrit hét verschil maken”, beseft hij. “Als je daar enkele seconden pakt en verder altijd in de 1e groep eindigt, heb je plots een heel mooie uitgangspositie.”
Hij traint er wekelijks op, soms tot een derde van zijn totale trainingsuren. En hij doet ze vooral buiten op de weg. “Achter de brommer trainen, doe ik eigenlijk niet. Gewoon veel kilometers in die houding maken is cruciaal. Anders verlies je meteen wat je opgebouwd hebt. Desondanks zie ik mezelf niet per se als een rondespecialist. Daar ben ik als renner te zwaar voor. Maar het tijdrijden is wel een wapen dat ik wil blijven ontwikkelen.”



Een stap vooruit bij Lotto
Sinds zijn overstap naar Lotto is De Ceuster zichtbaar gegroeid. Na zijn juniorenjaren bij Acrog kreeg hij de kans zich op continentaal niveau te meten. “Ik ben tevreden”, blikt hij terug. “Als je mijn uitslagen van vorig jaar naast die van dit jaar legt, zie je duidelijk progressie. Niet alleen fysiek, maar ook in hoe ik koers rijd.”
Wat hij daarmee bedoelt? “Koersmentaliteit”, klinkt het vastberaden. “Vorig jaar kon ik eigenlijk geen enkele koers naar mijn hand zetten. Dat knaagde. In de winter heb ik daar hard aan gewerkt: niet zomaar meerijden, maar echt de wil tonen om te winnen. Dat begint zich nu uit te betalen.”
Wat de toekomst brengt, is nog niet volledig duidelijk. Er lopen gesprekken over zijn nabije toekomst, al is er door de nakende ploegenfusie tussen Lotto en Intermarché-Wanty veel in beweging en weinig duidelijk. Of hij bij Lotto blijft of elders, staat nog open. Zelf houdt De Ceuster de deur op een kier. “Ik voel me goed waar ik zit, maar ik wil vooral de juiste keuze maken”, klinkt het diplomatisch.
Op de vraag of hij al klaar is voor de overstap naar de profs, is hij nuchter. “Nog niet. Ik zou graag nog een jaar bij de beloften blijven. Vooral om in die grotere koersen nog ervaring op te doen en het te combineren met enkele profwedstrijden. Daarna wil ik pas écht die stap zetten.”



Sean De Bie
Opvallend in zijn verhaal is ook de familieband met een andere bekende naam uit het peloton: Sean De Bie. Hij is de halfbroer van Milan, beiden delen dezelfde moeder. De Ceuster benadrukt dat hun band warm en ondersteunend is. “Sean komt vaak langs, en ik bij hem ook. Hij heeft 2 kinderen, die regelmatig bij ons zijn. En ik kan bij hem terecht voor advies, dat is waardevol.”
Soms komt De Bie zelfs naar koersen kijken, zoals naar de West Bohemia Tour in Tsjechië. “Dat brengt wat gezonde spanning met zich mee”, lacht De Ceuster. “Omdat hij niet vaak aan de kant staat, voel je dat extra. Maar het is op een positieve manier: een kritisch oog dat je scherp houdt. Dat ik in Tsjechië door ziekte moest opgeven, was dan ook een domper, ja.”
De Ceuster staat op een interessant kruispunt in zijn jonge carrière. Enerzijds heeft hij al mooie zeges op zijn palmares, zoals nu dus Vlaams-Brabant, en toont hij zich sterker dan ooit. Anderzijds beseft hij dat er nog werk en vooral tijd nodig is om volledig door te groeien. “Ik wil blijven leren, maar ook meer en meer tonen dat ik een koers kan controleren en afmaken”, besluit hij.
Als hij die lijn kan doortrekken, lijkt de stap naar de profs een kwestie van tijd. Voorlopig mag hij echter vooral genieten van een zomer waarin hij bewees dat hard werken loont, en dat revanche in het wielrennen soms het mooiste gevoel van allemaal kan zijn.
