
Het is een drukte van jewelste in het Kigali Convention Center. Delegaties uit heel Afrika lopen door elkaar, officials nemen de laatste planningen door, en overal worden handen geschud. Tussen al die bedrijvigheid beweegt Adrien Niyonshuti zich met de vanzelfsprekende souplesse van iemand die iedereen kent. En dat is ook zo. In zijn geboorteland Rwanda is hij een icoon. Niyonshuti zette het land na de genocide op de wielerkaart.


Getekend door geweld
Toch is zijn aanwezigheid in Rwanda niet als renner, maar als bondscoach van Benin. 11 coureurs heeft hij onder zijn hoede, een ongekend aantal voor het kleine West-Afrikaanse land. Het brengt kopzorgen met zich mee. Af en toe eens een fiets zoeken, die dingen.
Niyonshuti werd in januari 1987 geboren als 1 van 8 jongens in een gezin in Oost-Rwanda. 7 jaar later, in april 1994, brak de genocide uit. 100 dagen lang werden Tutsi’s en gematigde Hutu’s afgeslacht, in een tempo van gemiddeld 1 slachtoffer per tien seconden. Tussen de 800.000 en 1 miljoen mensen vonden de dood.
Ook Niyonshuti’s familie werd verwoest. 6 broers en vrijwel zijn hele familie van moederskant werden vermoord. Hijzelf overleefde alleen omdat hij met zijn ouders maandenlang in de bossen wist te schuilen. Het is een verleden waar hij nauwelijks over spreekt. Maar dat hij wel eens knikkend bevestigt. Toch probeerde hij na die periode maar 1 richting in te slaan: vooruit. Het verleden kon hij niet veranderen, de toekomst wel. En die toekomst vond hij op de fiets.



Fietsen als therapie
Zijn oom, ooit zelf een verdienstelijk renner, was zijn 1e stimulans. Nadat hij al zijn kinderen verloor, wilde die Adrien zien koersen. Eerst reed hij op een houten fiets, daarna erfde hij een oude koersfiets. Wielrennen werd zijn manier om de pijn te vergeten. Een reden om een toekomst te hebben. En om te vergeten.
In 2004 stond hij voor het eerst aan de start van de Tour du Rwanda, destijds nog een kleine lokale ronde. Het keerpunt kwam toen hij de Amerikaan Jonathan Boyer ontmoette, de 1e Amerikaan ooit in de Tour de France. Boyer organiseerde de ‘Wooden Bike Classic’, een geïmproviseerde wedstrijd. Op een geleende mountainbike won Niyonshuti. Zijn prijs? Een radio. Hij lacht er nu nog om. Boyer zag potentie en richtte Team Rwanda Cycling op, met Adrien Niyonshuti als boegbeeld. 2 jaar later reed hij de Cape Epic in Zuid-Afrika, zijn 1e grote avontuur buiten de landsgrenzen. Het zou de basis vormen voor een nog grotere droom: de Olympische Spelen.
In 2011 kwalificeerde Niyonshuti zich als 1e Rwandees ooit voor die Spelen, in het mountainbiken. Tijdens de openingsceremonie van Londen 2012 droeg hij trots de vlag van zijn land. Een keerpunt, besefte hij. Het bewees dat er talent was, dat ze als Afrikaanse wielernatie konden groeien. Zijn carrière kwam in een stroomversnelling.
Hij reed voor het Zuid-Afrikaanse MTN-Qhubeka, dat later Dimension Data werd. Daar was hij ploegmaat van de huidige Belgische bondscoach Serge Pauwels. Niyonshuti belandde in het Europese profpeloton. De kasseien in België, de regen, de kou – het was allemaal wennen. De Muur van Kigali is er niets bij. Winnen deed hij niet vaak, maar hij groeide uit tot een betrouwbare knecht. In 2016 werd hij de 1e en tot nu toe enige Rwandees in de WorldTour. Datzelfde jaar startte hij ook in de Olympische wegrit in Rio.



Joseph Areruya
Nu, jaren later, staat hij in Kigali en kijkt met ongeloof naar het decor van het WK. Gigantische tribunes, glimmende tenten en een internationale wielerfamilie die hier samenkomt. “Ongelooflijk toch”, herhaalt hij keer op keer. “Meer dan 100 jaar bestaat dit WK, en nu is het in Rwanda. Dat had niemand gedacht toen ik begon.”
Hij hoopt dat het toernooi een katalysator wordt, niet alleen voor Rwanda maar voor heel Afrika. Zelf droeg hij zijn steentje bij door een eigen wieleracademie op te richten. Daaruit kwamen talenten voort als Jeanne d’Arc Girubuntu, de 1e Sub-Saharaanse vrouw op een WK, en Joseph Areruya, de 1e Rwandees in Parijs-Roubaix. De pandemie maakte een einde aan dat project, maar zijn werk gaat verder via zijn rol als bondscoach.
Voor Niyonshuti is het WK meer dan sport. Het is een kans om het beeld van zijn land te veranderen. “Als je Rwanda intikt op Google, gaat het altijd over de genocide. Natuurlijk, dat is gebeurd. Maar we zijn nu bijna 32 jaar verder. Rwanda mag niet alleen dat verhaal blijven.”
Zelf leeft hij ook zo: vooruitkijkend, met zo min mogelijk terugblikken. Al is dat niet altijd eenvoudig. Zijn zoontje is inmiddels 7, dezelfde leeftijd die Adrien had toen zijn wereld instortte. De jongen die in 1994 in de bossen moest schuilen, werd de man die in 2012 de vlag van Rwanda droeg voor de ogen van de wereld. En vandaag is hij de coach die een nieuwe generatie Afrikaanse renners begeleidt. Voor Adrien Niyonshuti is de fiets altijd meer geweest dan sport. Het was overleven, helen, en uiteindelijk ook de toekomst.

