
Zoals de pole position in het Formule 1, bepaalt ook de startrij in de cross voor een groot deel de einduitslag. Die startpositie wordt in beide sporten echter geheel anders bepaald. Goede renners moeten soms helemaal achteraan starten, wat hen reeds bij voorbaat kansloos maakt. Jammer, want de 1e Wereldbekermanche Veldrijden leert dat de strafste prestaties gewoon niet in beeld komen.


Moors en Van Anrooij
Fleur Moors en Shirin van Anrooij maakten in Tábor hun wederoptreden na een lange periode zonder cross. Doordat ze de voorbije maanden geen UCI-punten gescoord hadden, dienden ze allebei vanop de laatste rij te starten. De startstrook eindigde in een soort van trechter om het veld in te duiken. Dat maakte dat de rensters die zich nog achteraan de 57-koppige groep bevonden meteen al een halve minuut verloren ten opzichte van de kop.
De rest van het parcours was dan wel redelijk breed, maar de trainingen en eerste jeugdwedstrijden hadden de ideale lijn op vele plekken uitgesleten tot een singletrack die veel sneller bolde. Wilde je op die stroken voorbijsteken, dan kostte dat extra krachten. Toch slaagde Moors er in om na 1 ronde op te schuiven naar plek 25. Sterk! De daaropvolgende rondes wist ze nog telkens een plekje op te schuiven om finaal 15e te worden. Ze bleef daarmee net haar collega en ploegmate Van Anrooij voor.
Andere opmerkelijke prestaties kwamen er van Kateřina Hladíková en Bloeme Kalis. De Tsjechische vriendin van Witse Meeussen wist op te schuiven van de voorlaatste rij naar de 23e plaats. De Nederlandse van Velopro-EGS Group deed zo mogelijk nog straffer. Vertrokken op de voorlaatste rij en gevallen in de 1e ronde, had ze evengoed de remmen kunnen toeknijpen. In de 2e koershelft begon ze echter aan een felle remonte die haar op de 26e plaats deed belanden.



Binnen het camerashot
Uiteraard maakten er ook rensters de omgekeerde beweging. Laura Verdonschot startte op de 2e rij, maar eindigde pas 33e. Wellicht kende ze ergens pech, maar die context kennen we niet. Spijtig genoeg heeft men bij de tv-uitzendingen in de cross enkel oog voor de kop van de koers. Er staan een 10-tal vaste camera’s langs de omloop opgesteld. Nadat de eerste renners een camera zijn gepasseerd, schakelt de regie over naar de volgende camera – een afstand van ongeveer 300 meter. Wie niet meer binnen die 300 meter zit van de koploper, komt gewoon niet in beeld. Daardoor krijg je in de meeste crossen vanaf half koers amper een 5-tal rensters in beeld.
Bij de mannen waren de bewegingen minder spectaculair. Niemand kon van helemaal achteraan naar een ereplaats rijden. Omgekeerd viel enkel de terugval van Michael Vanthourenhout op die vanaf de 1e rij vertrok en 17e eindigde. Dat lag echter zeker niet aan zijn conditie, want de naar Oosterzele uitgeweken West-Vlaming, kwam net over halfkoers zwaar ten val. Hij reed op dat ogenblik mee in de kop van de wedstrijd en viel door de schuiver ver terug. Het veld lag te ver uiteen om daarna nog veel plaatsen goed te maken.
Omgekeerd zou je hooguit de opmerkelijke wedstrijd van Jente Michels kunnen onderstrepen. De jongeman uit De Pinte staat momenteel 20e op de UCI-ranking en mocht in Tábor door enkele afwezigen op de 2e rij starten. Na een sterke cross eindigde hij net naast het podium, tekenend voor zijn sterke seizoen tot nu toe. In Tábor schoven renners hooguit 1 rij vooruit of achteruit. Dat kan je op 2 manieren interpreteren. Of de startrij weerspiegelt de pikorde inzake kwaliteit of het is moeilijk tot zelfs onmogelijk om tijdens een cross veel op te schuiven.



Toon Aerts
Hoe dan ook is de startpositie cruciaal – zeker op een smal parcours. Die startpositie wordt bepaald op basis van de UCI-ranking. Punten kan je scoren naargelang de uitslagen die je in voorgaande wedstrijden hebt behaald. Voor een Wereldbekerwedstrijd krijgt de winnaar 40 punten en kan je tot de 25e plek nog punten scoren. De winnaar van een Superprestige-wedstrijd of X2O-manche krijgt 15 punten en elke volgende plaats levert 1 punt minder op. In andere A-crossen varieert het aantal te verdienen punten sterk, afhankelijk van het specifieke type wedstrijd.
Voor renners die bij de start van het seizoen weinig punten achter hun naam hebben, is het dan ook zaak om op zoek te gaan naar wedstrijden waar ze punten kunnen sprokkelen. Vandaar dat renners soms heel bizarre keuzes moeten maken in de opbouw van hun programma. Zoals Victor Vandeputte getuigde. Hetzelfde geldt voor Lara Defour, die 4.000 km aflegde om in Roemenië een uitslag te gaan rijden.
Toen Toon Aerts uit schorsing terugkeerde, moest hij vanop de laatste rij starten aangezien hij zijn UCI-punten uit het verleden kwijt was. Dat maakte dat hij bovenop zijn schorsing van 2 jaar nog eens een heel seizoen extra gestraft werd met een slechte startpositie. Misschien moet dat hele systeem van startpositiebepaling maar eens worden herbekeken. Waarom niet – zoals in de Formule 1 – de renners op de ochtend van de wedstrijd een tijdrit van 1 ronde laten afhaspelen, en de startorde laten bepalen door de tijdsopname bij die ‘kwalificaties’?
Schrijf je in op de nieuwsbrief van SKS en win een Speedrocker XL spatbordenset twv 60 euro. Meer weten?